wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

MAVO 1 Lezen 1 t/m 6

Total questions: 28

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Welke strategie pas je toe

als je snel

de belangrijkste informatie uit een tekst wil halen?

a)

oriënterend lezen

b)

globaal lezen

c)

zoekend lezen

2.

Welke strategie pas je toe

als je snel

het onderwerp van de tekst wil weten?

a)

oriënterend lezen

b)

globaal lezen

c)

zoekend lezen

3.

In welk zin van een alinea

lees je

de belangrijkste informatie van die alinea?

a)

eerste zin

b)

tweede zin

c)

laatste zin

d)

eerste en laatste zin

4.

Wat is een ander woord voor: illustraties?

a)

tussenkopjes

b)

alinea's

c)

afbeeldingen

d)

anders gedrukt

5.

Hoe heet meestal de laatste alinea van een tekst?

a)

slot

b)

einde

c)

inleiding

d)

bron

6.

Waar hoort deze omschrijving bij:

Hier kun je lezen waar de tekst vandaan komt.

Dus waar de tekst oorspronkelijk te lezen was.

a)

titel

b)

inleiding

c)

bron

d)

slot

7.

Waar past deze omschrijving bij:

De titel van een alinea. Ook wel het deelonderwerp.

a)

inleiding

b)

tussenkopje

c)

slot

d)

middenstuk

8.

Waar of niet waar:

Een tussenkopje hoort altijd bij 1 alinea.

a)

waar

b)

niet waar

9.

Waar of niet waar:

Een deelonderwerp gaat over de hele tekst.

a)

waar

b)

niet waar

10.

Een alinea kun je herkennen aan:

-inspringen van de eerste regel van de alinea

-...

a)

witregel

b)

hoofdletter

c)

middenstuk

11.

Waar of niet waar:

Een alinea begint altijd op een nieuwe regel.

a)

waar

b)

niet waar

12.

Bij welke leesstrategie horen de volgende stappen:

-bekijk de titel en tussenkopjes.

-kijk naar anders gedrukt woorden.

-let op opvallende tekens (cijfers, bolletjes, afkortingen, symbolen)

a)

oriënterend lezen

b)

globaal lezen

c)

zoekend lezen

13.

Welke leesstrategie pas je toe:

Je wil weten tot hoe laat de Efteling vrijdag open is.

a)

oriënterend lezen

b)

globaal lezen

c)

zoekend lezen

14.

Welke leesstrategie pas je toe:

Je wil weten of een tekst bij het onderwerp van je spreekbeurt past.

a)

oriënterend lezen

b)

globaal lezen

c)

zoekend lezen

15.

Welke leesstrategie pas je toe:

Je wil weten of een tekst antwoord geeft op de vraag

hoe lang een olifant drachtig is (zwanger is).

a)

oriënterend lezen

b)

globaal lezen

c)

zoekend lezen

16.

Wat is het grootste deel van een tekst?

a)

inleiding

b)

middenstuk

c)

slot

17.

Wat is een deelonderwerp bij een tekst

over de waterkringloop?

a)

hoepels

b)

neerslag

c)

onderzetters

18.

Wat lees je meestal in het slot?

a)

een herhaling van de belangrijkste informatie

b)

een blik op de toekomst

c)

belangrijkste informatie of een blik op de toekomst

d)

goede antwoord staat er niet bij

19.

In de inleiding maak je kennis met het onderwerp van de tekst.

Hoe doet een schrijver dat meestal? Met een...

a)

voorbeeld of anekdote

b)

grappig verhaaltje

c)

onderzoek

20.

Wat is een anekdote?

(a)  

21.

Als het doel van een tekst is je te overtuigen,

dan wil de schrijver...

a)

dat je weet hoe iets moet

b)

je overhalen iets te doen

c)

dat je zijn menig overneemt

22.

Wat is het doel van een game-recensie?

a)

informeren

b)

instrueren

c)

overtuigen

23.

Wat is het doel

van een uitnodiging

voor de opening van een nieuwe bioscoop?

a)

informeren

b)

activeren

c)

overtuigen

d)

vermaken

24.

Wat is het doel van een recept voor een appeltaart?

a)

je informeren

b)

je activeren

c)

je vermaken

d)

je instrueren

25.

Waarom is het belangrijk

om te weten

met wat voor soort tekst je te maken hebt?

a)

Dan begrijp je sneller wat de schrijver wil.

b)

Dan begrijp je sneller wat het onderwerp van de tekst is.

c)

Dan begrijp je sneller wat de deelonderwerpen zijn.

26.

Ik lees een tekst over een verlichting tijdens de Gouden Eeuw.

Ze gebruikten toen een snotneus (zie afbeelding).

Wat is het doel van deze afbeelding?

a)

de tekst aantrekkelijker maken

b)

extra informatie geven

27.

Ik lees een tekst over de ontbossing van het Amazone-gebied.

Wat is het doel van de afbeelding?

a)

de tekst aantrekkelijker maken

b)

extra informatie geven

28.

Ik lees een tekst over slechte slapen.

Wat is het doel van de afbeelding?

a)

extra informatie geven

b)

de tekst aantrekkelijker maken.