Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Inleiding in de biologie

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

In welk stadium van de levensloop van dit organisme vind de meeste groei plaats?

a)

in het larvestadium

b)

in fase rups naar pop

c)

in fase pop

d)

in het vlinderdtadium

2.

In welk stadium van de levensloop vindt de meeste ontwikkeling plaats?

a)

in fase van ei naar rups

b)

in fase rups naar pop

c)

in de fase van pop

d)

in de vlinderfase

3.

Er zijn 4 typen cellen. Welke cel is een dierlijke cel?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

nummer 3

d)

nummer 4

4.

Er zijn 4 typen cellen. Welke cel is een plantaardige cel?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

nummer 3

d)

nummer 4

5.

Een soort is een groep zelfde individuen. In welk organisatieniveau hoort het begrip "soort" ?

a)

orgaan

b)

populatie

c)

organisme

d)

ecosysteem

6.

Op welk organisatieniveau ontstaat de eigenschap "lopen"?

a)

orgaan

b)

populatie

c)

organisme

d)

ecosysteem

7.

Milieuproblemen zijn op dit moment groot. In welk(e) organisatieniveau(s) zijn deze actueel?

a)

populatie

b)

populatie en ecosysteem

c)

organisme en populatie

d)

ecosysteem en biosfeer

e)

ecosysteem

8.

Kijk naar de afbeelding. Is dit een levensloop of een levenscyclus?

a)

levensloop

b)

levenscyclus

9.

Kijk goed naar de afbeelding. Welk orgaan is nummer 4?

a)

borstwervel

b)

long

c)

hart

d)

rib

10.

Kijk goed naar de afbeelding. Welk orgaan is nummer 7?

a)

nier

b)

maag

c)

aorta

d)

lever

11.

Kijk goed naar de afbeelding. Welk orgaan is nummer 11?

a)

holle ader

b)

dikke darm

c)

dunne darm

12.

Kijk goed naar de afbeelding. Wat is nummer 9?

a)

een organisme

b)

een orgaan

c)

een weefsel

d)

een cel

e)

een organenstelsel

13.

Kijk goed naar de afbeelding. Wat is nummer 1?

a)

een organenstelsel

b)

een orgaan

c)

een weefsel

d)

een cel

e)

een organisme

14.

Kijk goed naar de afbeelding. Wat is nummer 6?

a)

een organisme

b)

een orgaan

c)

een weefsel

d)

een cel

e)

een organenstelsel

15.

Kijk goed naar de afbeelding. Wat is nummer 15?

a)

een organisme

b)

een orgaan

c)

een weefsel

d)

een cel

e)

een organenstelsel

16.

Kijk goed naar de afbeelding. Wat is nummer 5?

a)

een organenstelsel

b)

een orgaan

c)

een weefsel

d)

een cel

e)

een organisme

17.

Deze poolvos komt in veel noordelijke, sneeuwrijke gebieden voor. Hij valt in deze gebieden minder op dan zijn soortgenoten die bruin zijn. Hoe heet die verschijnsel?

a)

mimicry

b)

evoluatie

c)

camouflage

d)

evolutie

18.

Dit is een voedselweb. Hoeveel schakels bevat de grootste voedselketen uit dit voedselweb?

a)

4

b)

5

c)

6

d)

7

19.

Het ontstaan van organen bij diersoorten die een andere bouw hebben, maar wel dezelfde functie heet....

a)

analogie

b)

homologie

20.

In de natuur zijn ook vele diersoorten die in hun organen een zelfde basis hebben wat betreft de skelet bouw, deze organen hebben echter wel een andere functie gekregen door de loop van de tijd dit. Dit verschijnsel heet...

a)

homologie

b)

analogie