WorksheetsSignaalwoorden les 1
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
aussi
a)
maar
b)
ook
c)
ten slotte
d)
dus
2.
d'abord
a)
ook
b)
eerst
c)
tenslotte
d)
eveneens
3.
de même
a)
zelfs
b)
alsmede
c)
inderdaad
d)
op dezelfde manier
4.
Finalement
a)
tenslotte
b)
bovendien
c)
eerst
d)
kortom
5.
alors
a)
bijvoorbeeld
b)
en
c)
dus
d)
zelfde
6.
bref
a)
bovendien
b)
kortom
c)
en toen
d)
dat is omdat...
7.
en résumé
a)
samengevat
b)
op dezelfde manier
c)
net als
d)
tenslotte
8.
en plus
a)
overigens
b)
enerzijds, anderzijds
c)
samengevat
d)
bovendien
9.
voilà pourqoui
a)
des te meer omdat
b)
op dezelfde manier
c)
dat is omdat…
d)
net als
10.
et puis
a)
bovendien
b)
en toen
c)
ten tweede
d)
bijvoorbeeld
100 %
