wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Biologie

Total questions: 74

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.

Een organisme is ...

a)

een plant

b)

een dier

c)

een bacterie

d)

een schimmel

e)

een levend wezen

2.

Een organisme is ...

a)

een plant

b)

een dier

c)

een bacterie

d)

een schimmel

e)

een levend wezen

3.

Kijk goed naar de afbeelding. Je ziet hier een voorbeeld van een ...

a)

levenscylus

b)

levensloop

4.

De ontwikkeling van een vlinder is een vorm van de levenskenmerken ...

a)

voeden en groeien

b)

voeden en ontwikkelen

c)

groeien en ontwikkelen

d)

metamorfose en gedaantewisseling

5.

Kijk goed naar de afbeelding. Je ziet hier een voorbeeld van het levenskenmerk...

a)

ruiken

b)

waarnemen

c)

ademen

d)

bewegen

6.

Wat voor soort tekening is hiernaast afgebeeld?

a)

natuurgetrouw buitenaanzicht

b)

schematisch buitenaanzicht

c)

natuurgetrouw lengte doorsnede

7.

Een appel in de winkel is ...

a)

levend

b)

dood

c)

levenloos

8.

Deze tekening is een ... en ...

a)

buitenaanzicht en schematisch

b)

buitenaanzicht en natuurgetrouw

c)

buitenaanzicht en een dwarsdoorsnede

d)

buitenaanzicht en een lengtedoorsnede

9.

Welke 2 stadia zie je hier?

a)

larve en imago

b)

ei en pop

c)

larve en pop

d)

ei en imago

10.

Iemand wil de groei van de bruine bonenplant in een grafiek weergeven.

Op welke as komt de lengte van de plant te staan? En welke as is dit?

a)

A, x-as

b)

B, y-as

c)

A, y-as

d)

B, x-as

11.

Zet de stadia van de gedaantewisseling van het lieveheersbeestje in de juiste volgorde.

a)

1-4-3-2

b)

2-1-4-3

c)

2-4-1-3

d)

3-2-1-4

12.

Als een plant fotosynthese gaat doen, heeft deze de volgende stoffen nodig ...

a)

zuurstof en glucose

b)

water en zuurstof

c)

water en koolstofdioxide

d)

water en glucose

13.

Een plant kan fotosynthese doen in ...

a)

bladeren

b)

wortels

c)

bloemen

d)

zaden

14.

nummer 2 is... en heeft als taak...

a)

zaadlob, reservevoedsel

b)

kiemplant

c)

zaadhuid, bescherming

15.

De witte delen op deze kastanjes noem je ook wel..

a)

het poortje

b)

de navel

c)

de zaadhuid

d)

reservevoedsel

16.

Kijk goed naar de afbeelding.

Dit is een ....

a)

dwarsdoorsnede

b)

lengtedoorsnede

17.
Een Organisme is......
a)
Iets wat nooit geleefd heeft
b)
Een levend wezen
c)
Een onderdeel van het menselijk lichaam
d)
De leer van het leven
18.
Iets wat  geleefd heeft ,noemen we .....
a)
levend
b)
levenloos
c)
dood
d)
bewegend
19.
Deze houten tafel is.....
a)
Levend
b)
Levenloos
c)
dood
d)
geen van de genoemde 3
20.
Deze spiegel is.......
a)
dood
b)
levenloos
c)
levend
d)
geen van de genoemde 3
21.
Dit gebakken eitje is.......
a)
levend
b)
dood
c)
levenloos
d)
geen van de genoemde 3
22.
Dit lammetje is.....
a)
dood
b)
levenloos
c)
levend
d)
geen van genoemde 3
23.
Iets wat nooit geleefd heeft noemen we...... 
a)
dood
b)
levenloos
c)
levend
d)
geen van de 3 
24.
Wat zijn levenskenmerken?
a)
Hieraan kun je zien of iets dood is
b)
Hieraan kun je zien of iets levenloos is
c)
Hieraan kun je zien of iets waar is
d)
Hieraan kun je zien of iets leeft
25.
Op de afbeelding zie je een voorbeeld van ......
a)
een natuurgetrouwe tekening van een bloem
b)
een schematische tekening van een bloem
26.
Wat is geen tekenregel?
a)
Teken groot.
b)
Schrijf er altijd bij wat je getekend hebt.
c)
Je moet altijd een doorsnede tekenen.
d)
Teken eerst dun en als het goed is ,maak je de lijnen dikker
27.
Tot de levenskenmerken behoren.......
a)
groeien,ademhalen,ruiken
b)
ademhalen,zich voeden,lopen
c)
uitscheiden,bewegen,ademhalen
d)
voortplanten,groeien,horen
28.

Waar vindt meeste fotosynthese plaats?

a)

wortels

b)

bladeren

c)

stengels

d)

vruchten

29.

Bij fotosynthese zijn er beginstoffen en eindproducten.

2 van de beginstoffen zijn koolstofdioxide en water.

Wat zijn de eindproducten?

a)

Glucose/suiker en zuurstof

b)

Glucose en suiker

c)

Glucose en koolstofdioxide

d)

Water en suiker

30.

Noem 2 voorbeelden van eetbare bladen.

4 lines
31.

Noem 2 voorbeelden van eetbare stengels

4 lines
32.

Welke aanpassing is hier te zien?

a)

Vleugels

b)

Gestroomlijnd

c)

Bescherming

d)

Voeden

33.

Welke aanpassing is hier te zien?

a)

Uitdroging (dikke bladeren)

b)

Bescherming (schutkleur)

c)

Voeden (betere fotosynthese)

34.

Wat zijn wel vormen van lopen?

a)

Zoolganger

b)

Teenganger

c)

Topganger

d)

Hielganger

35.

Welke aanpassing is hier te zien?

a)

Voeden

b)

Uitdroging

c)

Bescherming

36.

Wat kan een plant doen tegen uitdroging? (Meerdere antwoorden goed)

a)

Veel wortels

b)

Kleine dikke bladeren

c)

Grote dunne bladeren

d)

Weinig wortels

e)

Stekels op de takken

37.

Welke ontwikkelingen zijn er bij de mens?

a)

Lichamelijk

b)

Geestelijk

c)

Motorische

d)

Taal

e)

Sport

38.

Van wanneer tot wanneer is je puberteit?

a)

6 tot 12 jaar

b)

12 tot 16 jaar

c)

16 tot 21 jaar

d)

21 tot 65 jaar

39.

Wat is een organisme?

a)

Een leven wezen

b)

Alles wat groeit

c)

Alles wat beweegt

40.

Wat hebben mensen voor voordeel van fotosynthese?

a)

Zuurstof

b)

Voedsel

c)

CO2

d)

Water

41.

Kruis alle levenskenmerken aan

a)

Ademhalen

b)

Huilen

c)

Voeden

d)

Waarnemen

e)

Lopen

42.

Mensen, dieren en planten zijn ...

(a)  

43.

Wat is een ander woord voor gedaanteverwisseling?

4 lines
44.

Een omgevallen boom is...

a)

Dood

b)

Levend

c)

Levenloos

45.

Wat is groeien?

a)

Het langer en zwaarder worden van een organisme

b)

Het zwaarder worden van een organisme

c)

Het groter en zwaarder worden van een organisme

d)

Het langer en breder worden van een organisme

46.

wat is de functie van de zaadhuid?

a)

Water opnemen

b)

Beschermen van het zaad

c)

Helpt de zaad bij het kiemen

d)

Het heeft geen functie

47.

Veranderingen in de bouw van een organisme noemen we

a)

Groeien

b)

Aanpassen

c)

Ontwikkeling

d)

Ziekte

48.

De eerste levensfase van een koolwitje is de larve

a)

Juist

b)

Onjuist

49.

De rups van een vlinder in zijn beschermend omhulsel noem je een...

a)

Cocon

b)

Pop

50.

Een mensenleven bestaat uit ... fasen

a)

6

b)

7

c)

8

d)

9

51.

Kinderen van 4 tot 6 jaar noemen we...

a)

Peuters

b)

Kleuters

c)

Schoolkind

52.

Stoffen die nodig zijn voor de groei en ontwikkeling van je lichaam noemen we

a)

Voedingsstoffen

b)

Vitamines

c)

Mineralen

53.

Wat is de volledige formule van fotosynthese?

a)

Water + zonlicht -> glucose + zuurstof

b)

Water + koolstofdioxide + zonlicht -> zuurstof

c)

Water + koolstofdioxide + zonlicht -> glucose + zuurstof + water

d)

Water + koolstofdioxide + zonlicht -> glucose + zuurstof

54.

Een snavel die goed is voor stukken vlees scheuren is een

a)

Priemsnavel

b)

Haaksnavel

c)

Zeefsnavel

d)

Kegelsnavel

55.

waterplanten hebben zonlicht nodig

a)

Juist

b)

Onjuist

56.

Op wat voor manieren verschillen zoolgangers, teengangers en topgangers van elkaar?

4 lines
57.

Via het (a)   gaat water het zaadje in, daardoor kan de kiem in het zaadje gaan kiemen.

58.

In de (a)   zitten voedingsstoffen voor de groeiende kiemplant.

59.

De levenscyclus van een tomatenplant begint bij de bloemen.

a)

Juist

b)

Onjuist

60.

Een boon die ontkiemt gebruikt energie uit de zon om te ontkiemen

a)

Juist

b)

Onjuist

61.

Hoe heet onderdeel 2?

a)

De zaadhuid

b)

Het poortje

c)

Het Hartvormig bultje

d)

De navel

62.

Deze stepperoller op de afbeelding is...

a)

Levenloos

b)

Dood

c)

Levend

63.

Welk levenskenmerk is een zaad een voorbeeld van?

a)

Groeien

b)

Ontwikkelen

c)

Voortplanten

d)

Ademhalen

64.

Een baksteen is ...

a)

Dood

b)

Levenloos

c)

Levend

65.

Water is..

a)

Levenloos

b)

Dood

c)

Levend

66.

Welke leeftijdsfase is dit?

- 6 tot 12 jaar

a)

Schoolkind

b)

Pubers

c)

Kleuters

d)

Peuters

67.

In deze levensfase van een vlinder vindt de vervelling plaats

a)

1 Ei

b)

2 Larve

c)

3 Pop

d)

4 Imago

68.

Een volwassen kikker haalt adem door

a)

Longen

b)

De huid

c)

Inwendige kieuwen

d)

Uitwendige kieuwen

69.

De eerste groeispurt vindt plaats in deze fase:

a)

Puber

b)

Baby

c)

Schoolkind

d)

Peuter

70.

Om glucose te maken heeft een plant nodig

a)

Zonlicht, water en koolstofdioxide

b)

Zuurstof, water en koolstofdioxide

c)

Zonlicht, water en zuurstof

71.

Een paard is een

a)

Teenganger

b)

Zoolganger

c)

Topganger

72.

Wat voor een soort poten heeft een hond?

a)

Zoolgangers

b)

Teengangers

c)

Topgangers

d)

Hoefgangers

73.

Welk woord hoort er niet bij?

a)

Zoolganger

b)

Topganger

c)

Hoefganger

d)

Ze horen er allemaal bij

74.

Wat voor soort ganger is de mens?

a)

Zoolganger

b)

Topganger

c)

Teenganger

d)

Voetganger