Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bvvj thema 1 basisstof 1 tot en met 6 max methode BK

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Een ander woord voor organisme is :

a)

levend wezen

b)

levend

c)

dier, plant, mens

d)

een ding

2.

Als iets levenskenmerken heeft kan ik zien:

a)

Dat iets dood is.

b)

Dat iets leeft

c)

Dat iets levenloos is.

3.

Groei is:

(a)  

4.

Een schedel is

a)

Levend

b)

dood

c)

levenloos

5.

Water is

a)

levend

b)

dood

c)

levenloos

6.

Dit is een

a)

Schematische tekening lengte doorsnede

b)

Natuurgetrouwe tekening lengte doorsnede

c)

Schematische tekening dwarsdoorsnede

d)

natuurgetrouwe tekening dwars doorsnede

7.

Wat voor soort tekening is dit?

a)

Schematisch

b)

Natuurgetrouw

8.

Wat is de functie van de zaadhuid?

a)

Water door laten zodat de boon kan ontkiemen

b)

Vastzitten in de vrucht

c)

Voedingsstoffen afgeven

d)

Het zaad beschermen

9.

Waarom gebruiken we een loep?

a)

omdat het leuk is?

b)

Om organismen goed te kunnen bekijken

c)

Omdat het moet?

d)

Om organismen te verkleinen

10.

Ontwikkeling is (a)  

11.

Zie je in de afbeelding ontwikkeling of groei?

a)

ontwikkeling

b)

groei

12.

verandering in het lichaam van mensen noem je:

a)

Geestelijke ontwikkeling

b)

Lichamelijke ontwikkeling

13.

Verandering in gevoel en verstand noem je ook

a)

Lichamelijke ontwikkeling

b)

Geestelijke ontwikkeling

14.

Bij welke levensfase leer je praten lopen en een torentje bouwen?

a)

baby

b)

peuter

c)

kleuter

d)

schoolkind

15.

Bij welke levensfase krijg je een groeispurt

a)

Baby

b)

Schoolkind

c)

adolescent

d)

puber

16.

Hoe heet het wanneer een plant zijn eigen voedsel maakt.

a)

groeien

b)

ontwikkelingen

c)

fotosynthese

d)

fototherapie

17.

Welk gas ontstaat er bij de fotosynthese

a)

Zuurstof

b)

Stikstof

c)

Methaangas

d)

Koolstofdioxide

18.

Welk levenskenmerk zie je hier?

a)

Waarnemen

b)

voeden

c)

voortplanten

d)

uitscheiden

19.

Welk levenskenmerk zie je hier?

a)

Uitscheiden

b)

Groeien

c)

Waarnemen

d)

bewegen

20.

Welk levenskenmerk zie je hier?

a)

uitscheiden

b)

voeden

c)

bewegen

d)

Waarnemen