Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Indeling dieren

Total questions: 21

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Tot welke stam behoort dit dier?

a)

Gewervelden

b)

Stekelhuidigen

c)

Geleedpotigen

d)

Dieren

2.

Welke dieren behoren tot de stam geleedpotigen?

a)

Slang

b)

Krab

c)

Vogelspin

d)

Hond

3.

Welke kenmerken heeft dit dier?

a)

Tweezijdig symmetrisch

b)

Veelzijdig symmetrisch

c)

Inwendig skelet

d)

Geen skelet

4.

Tot welke stam behoort dit dier?

a)

Geleedpotigen

b)

Sponzen

c)

Wormen

d)

Gewervelden

5.

Welk kenmerk heeft een vis?

a)

Veelzijdig symmetrisch

b)

Geen skelet

c)

Tweezijdig symmetrisch

d)

Ja.... eigenlijk niets

6.

Tot welke stam behoort dit dier en waarom?

a)

Sponzen, omdat hij veelzijdig symmetrisch is en een inwendig skelet heeft.

b)

Holtedieren, omdat hij veelzijdig symmetrisch en een inwendig skelet heeft.

c)

Sponzen, omdat hij niet symmetrisch is en meestal vast zit aan de bodem.

d)

Stekelhuidigen, omdat hij stekels heeft.

7.

Welke kenmerken horen bij de holtedieren?

a)

Veelzijdig symmetrisch

b)

Inwendig skelet

c)

Leven in het water

d)

Geen van de bovenstaande antwoorden

8.

Welke dier horen tot de gewervelden?

a)
b)
c)
d)
9.

Tot welke stam behoort dit dier?

a)

Weekdieren

b)

Gewervelden

c)

Geleedpotigen

d)

Stekelhuidigen

10.

De mens behoort tot de stam gewervelden.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Tot welke stam behoord dit dier?

a)

Sponzen

b)

Weekdieren

c)

Geleedpotigen

d)

Gewervelden

12.

In de afbeelding zie je een wants. Deze is:

a)

tweezijdig symmetrisch

b)

veelzijdig symmetrisch

c)

niet symmetrisch

13.

Bij zaadplanten groeien de zaden in bloemen

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Een kokkel (zie afbeelding) hoort tot de weekdieren

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Wat is de meest volledige definitie van een soort?

a)

Een groep organismen die zich onderling kan voortplanten

b)

Een groep organismen die te verdelen is in een aantal kleinere groepen

c)

Een groep organismen die voor vruchtbare nakomelingen kan zorgen

d)

Een groep organismen die grote gelijkenis vertonen

16.

Bij welke groep van planten vindt de voortplanting plaats door middel van sporen die ontstaan in hoopjes aan de onderkant van de bladeren?

a)

Bij de bomen

b)

Bij de grassen

c)

Bij de mossen

d)

Bij de varens

17.

Op rottend fruit tref je vaak witte "pluizige"draden aan. Deze draden zijn (a)  

18.

In de zee leven algen, die bij de planten worden gerekend. Welk kenmerk van de cellen van algen wordt gebruikt om ze bij de planten te rekenen?

a)

Celwand

b)

Celkern

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celmembraan

19.

Tot welke groep van de planten behoort de ereprijs?

a)

Sporeplanten

b)

Zaadplanten

c)

Mossen

d)

Varens

20.

Tot welke groep van de gewervelden behoort een salamander?

a)

Amfibieën

b)

Reptielen

c)

Vissen

d)

Zoogdieren

21.

Bacteriën bestaan uit meerdere cellen

a)

juist

b)

onjuist