Font size
WorksheetsNatuurwetenschappen Trim 1
Total questions: 45
Worksheet time: 46mins
Wat is nummer 2?
Bloemen
Stengel
Bladeren
Wortels
Wat is nummer 4?
Bloemen
Stengel
Bladeren
Wortels
De organen van de plant zijn : de bladeren, stengels, wortels en bloemen.
Waar
Niet waar
Op basis van kenmerken een naam aan een organisme geven = ....
Met tabellen zoeken
Opzoeken
Determineren
Handnervig
Veernervig
Parallelnervig
Hoofdnerf
Handnervig
Veernervig
Parallelnervig
Hoofdnerf
Ander woord voor aanpassingen =
Vernieuwingen
Adaptaties
Veranderingen
Determineren
Klimop heeft om te kunnen klimmen
Lange stengel
Zuigwortels
Grote bladeren
Hechtwortels
De brandnetel verdedigd zich met
Brandharen
Stekels
Doorns
Een plant kan uitdroging voorkomen door
Zuigwortels
Grote bladeren
Kleine bladeren
Brandharen
Dieren kunnen zich verstoppen in de natuur door hun
Schutkleur
Pantser
Vacht
verstoptechnieken
Dieren die jagen op prooien zijn
Prooidieren
Roofdieren
Natuurlijke selectie =
Best aangepaste overleven
Mooie kleuren vacht
Darwin
De bruine vogels vallen niet op in het bos, ze zijn het beste aangepast. Dit is een voorbeeld van
Schutkleur
Natuurlijke selectie
Determineren
Een voedselketen start altijd met
Consument
Detritivoor
Producent
Reducent
Dieren die de eerste verterende stap doen in een voedselweb.
Consument
Detritivoor
Producent
Reducent
Dieren die andere dieren of planten eten.
Consument
Detritivoor
Producent
Reducent
Dieren die andere dieren of planten eten.
Consument
Detritivoor
Producent
Reducent
Een voorbeeld van een producent is :
Muis
Uil
Koe
Gras
Verschillende voedselketens samen vormen een
Connectie
Voedselketens doorloper
Voedselweb
Voedselbron
Duid aan : de consument
Koe
Klimop
Regenworm
Schimmel
Duid aan : de reducent
Koe
Klimop
Regenworm
Schimmel
Ruimtelijke voorstelling van een voedselketen is :
Voedselpiramide
Voedselweb
Voedseldoorloper
Voedselconnectie
Een goede vorm van een voedselpiramide, wil zeggen dat er ecologisch evenwicht is.
Waar
Niet waar
Grote biodiversiteit, slecht ecologisch evenwicht
Waar
Niet waar
Duid ALLE abiotische factoren aan.
De wind
Temperatuur
Bodemvochtigheid
Dieren
Welk meettoestel is dit?
Hygrometer
Anemometer
Thermometer
Lichtmeter
Welk meettoestel is dit?
Hygrometer
Anemometer
Thermometer
Lichtmeter
Welk meettoestel is dit?
Hygrometer
Anemometer
Thermometer
Lichtmeter
Een mengsel
1 soort deeltjes
Meerdere soorten deeltjes
Deeltjesmodel van een
Zuivere stof
Mengsel
Deeltjesmodel van een
Zuivere stof
Mengsel
Afstand tussen de deeltjes van een gas
Ver van elkaar
Dicht bij elkaar
Tegen elkaar
Afstand tussen de deeltjes van een vloeistof
Ver van elkaar
Dicht bij elkaar
Tegen elkaar
Veranderd altijd iets aan het aantal deeltjes bij een faseovergang
Waar
Niet waar
Duid de aggregatietoestanden aan.
Vast
Vloeibaar
Gasvormig
Faseovergang
Waterdamp
Snelheid van deeltjes van een vaste stof
Heel snel bewegen
Traag bewegen
Trillen
Snelheid van deeltjes van een gas
Heel snel bewegen
Traag bewegen
Trillen
Bij een temperatuurstijging gaat het volume van een gas toenemen.
Waar
Niet waar
Bij een temperatuurstijging gaat het volume van een vaste stof toenemen.
Waar
Niet waar
Als een stof een temperatuurdaling ondergaat, gaan de deeltjes meer gaan bewegen.
Waar
Niet waar
De faseovergang van vast naar vloeibaar
Stollen
Smelten
Verdampen
Condenseren
Faseovergang van een gas naar een vaste stof
Condenseren
Sublimeren
Desublimeren
Stollen
De faseovergang van een gas naar een vloeistof
Verdampen
Condenseren
Stollen
Sublimeren
De faseovergang van een vloeistof naar een gas
Verdampen
Condenseren
Stollen
Sublimeren
