wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenschat H3 Kgt

Total questions: 20

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

De winnaar van de loterij wordt altijd ... gehouden.

a)

overdreven

b)

anoniem

c)

verplicht

d)

uiteraard

2.

Als iets bedoeld is om geld te verdienen, is het ...

a)

lucratief

b)

origineel

c)

commercieel

d)

pro

3.

Tommy is een groot voetbalfan. Hij gaat ... de WK-finale kijken.

a)

uiteraard

b)

misschien

c)

helemaal

d)

totaal

4.

De vuurwerkschade in 2021 was ... ongeveer 10 miljoen euro.

a)

uiteraard

b)

commercieel

c)

totaal

d)

uitgegeven

5.

Er worden nu boeken gepromoot via TikTok. Een erg ... idee.

a)

gebaseerd

b)

anoniem

c)

origineel

d)

overdreven

6.

Ik vind 100 beveiligers in een voetbalstadion wel wat ... .

a)

mis

b)

overdreven

c)

totaal

d)

commercieel

7.

Mijn moeder is ...-afschaffing van vuurwerk.

a)

pro

b)

mis

c)

helemaal

d)

origineel

8.

Die nieuwe film is ... een boek dat drie jaar geleden is uitgekomen.

a)

vertaald

b)

begonnen

c)

gebaseerd op

d)

genegeerd op

9.

Mijn vader stuurt alleen een duimpje of 'ok' op WhatsApp. Meestal ... hij me zelfs.

a)

beoordeelt

b)

overdrijft

c)

negeert

d)

anoniem

10.

Ik let goed op mijn geld. Per maand wil ik niet meer dan €50,- ... aan kleding.

a)

totaal

b)

uitgeven

c)

overdreven

d)

commerciele

11.

Welke woorden betekenen hetzelfde?

a)

uitgeven

b)

besteden

c)

betalen voor

d)

natuurlijk

12.

Als mij iets de neus uitkomt dan ...

a)

ben ik er klaar mee

b)

stinkt het heel erg

c)

vind ik het vies

d)

vind ik het moeilijk

13.

Mijn oom vindt Kerstmis maar een ... feest. Bedrijven verdienen er massaal geld mee.

a)

totaal

b)

commercieel

c)

natuurlijk

d)

origineel

14.

Als je een probleem wilt aanpakken, moet je beginnen bij de ... .

a)

exact

b)

gevolgen

c)

totaal

d)

bron

15.

Kies: als je de betekenis van een woord wilt achterhalen, kun je in de zin zoeken naar ...

a)

synoniemen

b)

voorbeelden

c)

omschrijvingen

d)

regels

16.

Hoeveel lidwoorden zitten er in deze zin: "Het kuiken is nu een week oud."

a)

geen

b)

één

c)

twee

d)

drie

17.

Benoem het zelfstandig naamwoord: "Gisteren heb ik patat gegeten."

(a)  

18.

Hoeveel zelfstandige naamwoorden staan er in de zin: "Mijn broer heeft zijn skateboard in de kast gezet."

a)

Een

b)

Twee

c)

Drie

d)

Vier

19.

Benoem het onderwerp: "Maandagochtend is meneer de Vries uitgegleden op de stoep."

(a)  

20.

Wat zijn de werkwoorden in deze zin: "Het boek uit de boekenkast is verdwenen."

a)

Uit, verdwenen

b)

Boek, verdwenen

c)

Is, verdwenen

d)

De, verdwenen