wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

B3 T3 Ordening bs 3 Planten

Total questions: 21

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.
Welke drie afdelingen ken je binnen het rijk van de planten?
a)
Wieren, naaktzadigen en sporenplanten
b)
Wieren, sporenplanten en zaadplanten
c)
Wieren, paardenstaarten en zaadplanten
d)
Varens, blaaswieren en zaadplanten
2.
Wat is het verschil tussen zaden en sporen?
a)
Er is geen verschil
b)
Sporen zijn groter dan zaden
c)
Zaden hebben reservevoedsel en sporen niet
d)
Sporen hebben reservevoedsel en zaden niet
3.

De plant van de afbeelding hebben geen bloemen. Wel hebben wortels, stengels en bladeren. Bij welke groep hoort deze plant?

a)

Wieren

b)

Sporenplanten

c)

Zaadplanten

d)

Algen

4.

Bij welke groep van planten vindt de voortplanting plaats door middel van sporen die ontstaan in hoopjes aan de onderkant van de bladeren?

a)

Bij de bomen

b)

Bij de grassen

c)

Bij de mossen

d)

Bij de varens

5.

In de zee leven algen, die bij de planten worden gerekend. Welk kenmerk van de cellen van algen wordt gebruikt om ze bij de planten te rekenen?

a)

Celwand

b)

Celkern

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celmembraan

6.

Tot welke groep van de planten behoort de ereprijs? (zie foto)

a)

Sporeplanten

b)

Zaadplanten

c)

Mossen

d)

Varens

7.

Bij zaadplanten groeien de zaden in de wortels van de plant

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel kan fotosynthese doen?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

9.

Je ziet hier cellen. Kunnen deze cellen fotosynthese doen?

a)

ja

b)

nee

10.

In de afbeelding kun je een cel zien. Tot welk rijk behoort een organisme met dit soort cellen?

(a)  

11.

In de afbeelding kun je een deel van een plant zien. Tot welke stam behoord deze plant?

a)

Tot de mossen

b)

Tot de varens

c)

Tot de zaadplanten

d)

Tot de wieren

12.

Welke celkenmerken hebben planten? Meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Celwand

b)

Bladgroenkorrels

c)

Vacuole

d)

Celkern

13.

Welke kenmerken ontbreken bij wieren?

a)

Bladgroenkorrel/chloroplasten

b)

Wortels

c)

Stengels

d)

Bloemen

e)

Celwand

14.

Aan de onderkant van een varenblad zitten.....

a)

Sporendoosjes

b)

Sporenhoopjes

c)

Zaden

d)

Bloemen

15.

Bij welke stam horen mossen?

a)

wieren

b)

algen

c)

sporenplanten

d)

zaadplanten

16.

Welk kenmerk missen sporenplanten ten opzichte van zaadplanten?

a)

wortels

b)

stengels

c)

bladeren

d)

bloemen

17.

BS 4. Bij welke afdeling hoort dit?

- wel wortels

- wel stengels

- wel bladeren

- geen bloemen

a)

Algen

b)

Zaadplanten

c)

Sporenplanten

d)

Geen van allen

18.

Bij welke afdeling komen ééncellige planten voor?

a)

Wieren (algen)

b)

Sporenplanten

c)

Zaadplanten

d)

Alle drie

19.

Welke cel onderdelen heeft een alg?

a)

Celwand

b)

Celkern

c)

Bladgroenkorrels

20.

Tot welke afdeling behoort deze plant? (1 woord)

(a)  

21.

Tot welke afdeling behoort deze plant? (1 woord)

(a)