wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Waarnemen, zintuigen en lenzen

Total questions: 32

Worksheet time: 1hrs 10mins

Name
Class
Date
1.
Welke letter geeft een prikkel aan in de afbeelding?
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
2.

Maak deze zin af: "In de zintuigen wordt van een prikkel een..."

a)

taak gemaakt

b)

reflex gemaakt

c)

impuls gemaakt

d)

zenuw gemaakt

3.
Met welk nummer is het glasachtige lichaam aangegeven?
a)
11
b)
2
c)
8
d)
12
4.
welk nummer is het slakkenhuis?
a)
6
b)
7
c)
8
d)
9
5.

Wat geeft het vak met het vraagteken aan?

a)

Neusholte

b)

Neus-slijmvlies

c)

Reukharen

d)

Zintuigcellen

6.

De huid kent 3 lagen, nummer 3,4 en 5. Wat is de naam van nummer 3?

a)

lederhuid

b)

onderhuidsbindweefsel

c)

opperhuid

7.

Als je verkouden bent, smaakt het eten niet zo lekker als wanneer je niet verkouden bent. Je hoest, je hebt een loopneus etc. Het niet goed kunnen proeven van het eten komt dan ook doordat...

a)

jouw smaakpapillen niet goed werken

b)

jouw reukzintuig niet goed zijn werk kan doen

c)

jouw smaakpapillen niet goed hun werk kunnen doen

8.

Selecteer de onderdelen van het centrale zenuwstelsel.

a)

Grote hersenen

b)

Kleine hersenen

c)

Ruggenmerg

d)

Zenuwen

9.

bij welke van de ogen zou het waarschijnlijk donker zijn?

a)

oog 1

b)

oog 2

c)

bij beide

10.

Je ziet hier een voorbeeld van...

a)

Aangeboren gedrag

b)

Aangeleerd

gedrag

11.

Je ziet hier een voorbeeld van...

a)

Aangeboren gedrag

b)

Aangeleerd

gedrag

12.

Je telefoon gaat af en je pakt met je hand de telefoon op. Wat is hier de prikkel?

a)

Je telefoon

b)

Het geluid van de telefoon

c)

Je hand die de telefoon oppakt.

13.
Dit is een adequate prikkel voor:
a)
ogen
b)
oren
c)
huid
d)
evenwicht
14.
Centraal zenuwstelsel bestaat uit:
a)
hersenen en ruggemerg
b)
hersenen en perifere zenuwen
c)
hersenen en mororische zenuwen
d)
hersenen ruggenmerg en perifere zenuwen
15.
De hersenen zijn onder te verdelen in:
a)
grote hersenen  en kleine hersenen tussen tussenhersenen hersenstam
b)
grote hersenen  en tussen hersenen kleine hersenen ruggenmer
c)
grote hersenen, kleine hersenen en  hersenzenuwen
d)
Hersenstam, kleine hersenen en grote hersenen
16.
Het zenuwstelsel bestaat uit:
a)
hersenen en zenuwen
b)
hersenen en ruggenmerg
c)
hersenen en perifere zenuwen
d)
hersenen, ruggenmerg en zenuwen
17.
Met welk nummer is het harde oogvlies aangegeven?
a)
9
b)
12
c)
5
d)
8
18.

Wat wordt aangeduid met het cijfer 1?

a)

De lens

b)

Het trommelvlies

c)

Het harde oogvlies

d)

Het hoornvlies

19.

Is deze persoon verziend of bijziend?

a)

Verziend

b)

Bijziend

20.
In welke laag van de huid vind je de zintuigen?
a)
Opperhuid
b)
Lederhuid
c)
Onderhuidsbindweefsel
21.
Als de lensbandjes zijn ontspannen dan is de ooglens:
a)
Bol
b)
Plat
c)

Ingezoomd

22.

met welke zintuigen in je oog kun je bij heel weinig licht toch wat zien

a)

pupil

b)

kegeltjes

c)

staafjes

23.

bij welk nummer in de afbeelding wordt er een voorwerp van dichtbij bekeken?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

dat is in deze afbeelding niet te zien

24.

Welke organismen vertonen gedrag?

a)

Bacteriën

b)

Schimmels

c)

Planten

d)

Dieren

25.

Welke zin hoort bij het volgende begrip: motivatie

a)

Bereidheid tot verrichten van bepaald gedrag.

b)

Invloed uit de omgeving.

c)

Reactie op een prikkel.

d)

Vaste opeenvolging van handelingen waarbij het effect van de ene handeling leidt tot een volgende handeling.

26.

Welke zin hoort bij het volgende begrip: prikkel

a)

Bereidheid tot verrichten van bepaald gedrag.

b)

Invloed uit de omgeving.

c)

Reactie op een prikkel.

d)

Vaste opeenvolging van handelingen waarbij het effect van de ene handeling leidt tot een volgende handeling.

27.

Een leerling schrijft deze zin op: De natte hond is aan het trillen.

Doet de leerling hier een observatie of een interpretatie?

a)
Observatie
b)
Interpretatie
28.

Een leerling schrijft deze zin op: De chimpansee is blij.

Doet de leerling hier een observatie of een interpretatie?

a)
Observatie
b)
Interpretatie
29.

Met welk nummer wordt het 'reukzintuig' op deze afbeelding aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

30.

Bij welk nummertje wordt de 'smaakzintuig' aangegeven ?

a)

1

b)

2

31.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Slakkenhuis
b)
Evenwichtsorgaan
c)
Gehoorbeentjes
32.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Buis van Eustachius
b)
Gehoorgang
c)
Gehoorzenuw