wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 2 Organen en cellen

Total questions: 60

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Bekijk figuur 1. Hoe heet onderdeel 1?

a)

Slokdarm

b)

Luchtpijp

c)

Hart

d)

Lever

2.

Bekijk nogmaals figuur 1. Hoe heet onderdeel 7?

a)

Maag

b)

Twaalfvingerige darm

c)

Dunne darm

d)

Dikke darm

3.

Bekijk nogmaals figuur 1. Hoe heet onderdeel 11?

a)

Nier

b)

Milt

c)

Blaas

d)

Maag

4.

Bekijk de afbeelding. Hoe heet dit orgaanstelsel?

a)

Zenuwstelsel

b)

Verteringsstelsel

c)

Urinestelsel

d)

Bloedvatenstelsel

5.

Wat is de functie van het spierstelsel?

a)

Bloed door laten stromen

b)

Voedsel verteren

c)

Bewegen

d)

Stevigheid

6.

Welke omschrijving klopt bij het begrip 'organen':

a)

Een deel van een organisme dat een bepaalde taak uitvoert

b)

De bouwstenen van een organisme

c)

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie

d)

Een groep samenwerkende organen

7.

Een stengel is een orgaan van een plant

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Wat zijn de drie functies van wortels? Klik drie juiste antwoorden aan.

a)

Reservevoedsel opslaan

b)

Zuurstof opnemen

c)

De plant vastzetten aan de grond

d)

Water opnemen

9.

Welk orgaan heeft deze taak:

Voor transport van stoffen en rechtop houden (stevigheid) van de plant.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

10.

Welk orgaan heeft deze taak:

Hier maakt een plant voedingsstoffen, dat is fotosynthese.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

11.

Hierboven zie je een blad. Wat is de naam van onderdeel 1?

a)

zijnerf

b)

hoofdnerf

c)

bladmoes

d)

bladschijf

12.
Welk nummer geeft de zijwortel aan?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
13.

In welk deel van de bladeren bevinden zich de vaten?

a)

Nerven

b)

Bladmoes

c)

Bladrand

d)

Bladsteel

14.
Wat heeft het linkerblad wel wat het rechterblad niet heeft?
a)
Nerven
b)
Bladsteel
c)
Bladmoes
d)
Bladschijf
15.

Hierboven zie je een blad. Wat is de naam van onderdeel 5?

a)

zijnerf

b)

hoofdnerf

c)

bladmoes

d)

bladschijf

16.

Welk onderdeel van de cel regelt wat er in de cel gebeurd?

a)

Celkern

b)

Kernmembraan

c)

Cytoplasma

d)

Bladgroenkorrels

17.

Welk onderdeel van de plantaardige cel maakt fotosynthese mogelijk?

a)

Vacuole

b)

Bladgroenkorrels

c)

Celwand

d)

Celkern

18.

Wat is de eerste stap van de gewone celdeling (mitose)?

(a)  

19.

In de afbeelding zie je een deel van een plant. Met welk nummer is een zijwortel aangegeven?

a)

Nummer 1

b)

Nummer 2

c)

Nummer 3

d)

Nummer 4

20.

Tine zegt: Een plant slaat reservevoedsel op in de wortel. Daarmee kan de plant de winter doorkomen.

Rudy zegt: De plant neemt water en voedingsstoffen op en vervoert ze naar de bladeren. De stoffen worden vervoerd door vaatbundels.

Wie heeft er gelijk?

a)

Beide ongelijk

b)

Tine

c)

Rudy

d)

Beide gelijk

21.

Met welk deel van de plant neemt de plant water op?

a)

Met de hoofdwortel

b)

Met de zijwortel

c)

Met de wortelharen

22.

Welk orgaan heeft deze taak:

Voor transport van stoffen en rechtop houden (stevigheid) van de plant.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

23.

Welk orgaan heeft deze taak:

Hier maakt een plant voedingsstoffen, dat is fotosynthese.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

24.

Welk orgaan heeft deze taak:

Zorgen voor de voortplanting, de ontwikkeling van vruchten en zaden.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

25.

In welk deel van de bladeren bevinden zich de vaten?

a)

Nerven

b)

Bladmoes

c)

Bladrand

d)

Bladsteel

26.

Wat is nummer 3?

a)

Wortelharen

b)

Hoofdwortel

c)

Zijwortel

27.

Reservestoffen worden opgeslagen in de

a)

Stengel

b)

Bladeren

c)

Wortel

28.

Een deel van een organisme dat een bepaalde taak uitvoert

a)

orgaanstelsel

b)

orgaan

c)

long

d)

weefsel

29.

een groep samenwerkende organen

a)

orgaangroep

b)

orgaankolonie

c)

orgaanstelsel

d)

organenclub

30.

waar bevinden de hoofdwortel, zijwortels en wortelharen zich?

a)

wortelstelsel

b)

vatenstelsel

c)

bladmoes

d)

fotosynthese

31.

daaraan zit het blad vast aan de stengel

a)

bladsteel

b)

bladmoes

c)

nerf

d)

bladstokje

32.

het platte gedeelte van de blad

a)

bladomvang

b)

bladschijf

c)

bladmoes

33.

zorgt voor transport in het blad

a)

bladsteel

b)

bladmoes

c)

nerven

34.

alle vaten van een plant noem je samen

a)

vatenbundel

b)

transportkanaal

c)

orgaanstelsel

d)

vatenstelsel

35.

wat stuurt de cel aan (het regelcentrum)

a)

kleurstofkorrels

b)

celwand

c)

celkern

d)

vacuole

36.

komt voor in de groene delen in een plant en er vind fotosynthese plaats

a)

kleurstofkorrels

b)

zetmeelkorrels

c)

bladgroenkorrels

d)

glucose

37.

Een orgaan is een deel van een organisme met een eigen taak?

a)

Waar

b)

Niet waar

38.

Welke van de volgende onderdelen hoort niet bij het verteringsstelsel?

a)

Lever

b)

maag

c)

Slokdarm

d)

Luchtpijp

39.

Het hart, de aorta en de holle ader zijn organen die samenwerken aan een taak. Hoe heet zo’n groep organen?

a)

Verteringsstelsel

b)

Orgaangroepen

c)

Orgaanstelsel

d)

Torso

40.

Welke van de volgende is geen orgaan van een plant?

a)

Blad

b)

Stengel

c)

Wortel

d)

Bladgroenkorrel

41.

Hoe het onderdeel waar je de microscoop beet pakt?

a)

Tafel

b)

Statief

c)

Tubus

d)

Preparaat

42.

Naar welk onderdeel wijst nummer 7?

a)

Lamp

b)

Diafragma

c)

Revolver

d)

Tubus

43.

Waarvoor wordt onderdeel 4 gebruikt?

a)

Voor meer licht

b)

Voor het draaien van de objectieven

c)

Om de preparaten vast te zetten

d)

Om de tafel te bewegen en scherp te stellen

44.

Cellen van een mens en van een parkiet hebben dezelfde bouw.

a)

Waar

b)

Niet waar

45.

Een dierlijke cel bestaat uit celplasma, een celkern en een celwand.

a)

Waar

b)

Niet waar

46.

Wat is de functie van de celkern?

a)

Alles regelen in de cel

b)

Voedsel opnemen

c)

Stevigheid geven aan de cel

47.

Om het celplasma zit het … (Kies het juiste antwoord wat op de puntjes moet staan)

a)

Celmembraan

b)

Bladgroenkorrels

c)

Vacuole

d)

Celkern

48.

Hoe noemen we nummer 3?

a)

Bladgroenkorrel

b)

Celplasma

c)

Cytoplasma

d)

Celmembraan

49.

Waar bevindt zich het celmembraan?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

nummer 3

d)

nummer 4

50.

Waar ligt de celkern?

a)

nummer 1

b)

nummer 2

c)

nummer 3

d)

nummer 4

51.

welke cel heeft de meeste onderdelen?

a)

een plantaardige cel

b)

een dierlijke cel

52.

Waarvoor is de kleine schroef?

a)

Om de tafel naar beneden of omhoog te draaien

b)

Om het beeld scherp te stellen

c)

Om het beeld te vergroten

53.

Welke naam hoort bij orgaan nummer 2?

a)

Hart

b)

Bronchie

c)

Long

d)

Borstkas

54.

Welke naam hoort bij orgaan nummer 7?

a)

Dikke darm

b)

Dunne darm

c)

Maag

d)

Anus

55.

Welke naam hoort bij orgaan nummer 10?

a)

Alvleesklier

b)

Dunne darm

c)

Hart

d)

Nier

56.

Welke naam hoort bij orgaan nummer 1?

a)

Schildklier

b)

Stembanden

c)

Luchtpijp

d)

Slokdarm

57.

Bekijk de cel van een plant en van een dier.

Welke nummers wijzen cytoplasma aan?

a)

1

b)

3

c)

16

d)

13

e)

11

58.

Wat is nr. 18?

a)

Intercellulaire ruimte

b)

Kleurstofkorrel

c)

Bladgroenkorrel

d)

Celkern

e)

Vacuole

59.

Wat is nr. 1?

a)

Intercellulaire ruimte

b)

Kleurstofkorrel

c)

Bladgroenkorrel

d)

Celkern

e)

Vacuole

60.

Wat is nr. 14?

a)

Intercellulaire ruimte

b)

Celmembraan

c)

Bladgroenkorrel

d)

Producent

e)

Celwand