wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quizizz gaswisseling

Total questions: 61

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.
In de lucht die we uitademen zit
a)
meer zuurstof
b)
meer koolstofdioxide
c)
minder koolstofdioxide
d)
minder stikstof
2.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
a)
De koolstofdioxide in het potje raakt op
b)
De zuurstof in het potje raakt op
c)
Het lontje is te kort
d)
Het kaarsvet raakt op
3.
Welke doorsnede hoort bij een astma-aanval
a)
de linker
b)
de rechter
c)
allebei
d)
geen van twee
4.

Bij welk nummer of nummers vindt gaswisseling plaats?

a)

7 en 8

b)

1, 7 en 8

c)

1 en 5

d)

8

5.

Wat is de indicator voor CO2

a)

kalkwater

b)

jodium

c)

helder kalkwater

d)

Fehling A en B

6.

Welke pijl geeft de richting van CO2 aan?

a)

Q

b)

P

c)

2

7.
In je cellen wordt brandstof verbrand met behulp van zuurstof. Hierbij komt energie vrij.
Welke stof wordt er verbrand?
a)
Water
b)
Koolstofdioxide
c)
Energie
d)
Glucose
8.
Bij een adembeweging ontspannen de tussenribspieren en middenrifspieren. Wat gebeurt hierdoor? 
a)
Borstkas wordt groter, je ademt in
b)
Borstkas wordt groter, je ademt uit
c)
Borstkast wordt kleiner, je ademt in
d)
Borstkas wordt groter, je ademt uit.
9.

COPD is een verzamelnaam voor twee aandoeningen.

Welke aandoeningen worden aangeduid met COPD?

a)

Astma

b)

Chronische bronchitis

c)

longemfyseem

10.

Jeroen heeft soms een aanval van ernstige benauwdheid. Hij heeft dit vooral als er huisdieren in de buurt zijn. Na een tijdje gaat de benauwdheid over en kan hij weer normaal ademhalen.

Van welke aandoening heeft Jeroen waarschijnlijk last?

a)

Astma

b)

Chronische bronchitis

c)

Hooikoorts

d)

Longemfyseem

11.

Bij een astma-aanval worden de luchtwegen nauwer. Daarom moeten mensen met astma bij een astma-aanval medicijnen gebruiken.

Bij welke manier van toedienen zal het medicijn het snelst werken?

a)

Bij het inslikken van de pil

b)

bij injecteren

c)

bij innemen met een inhalator

12.

Als je stopt met roken, kunnen je longen zich herstellen.

a)

Waar

b)

Niet waar

13.
Bronchitis is meestal een ontsteking bij letter
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
14.

Wat is 'long emfyseem'?

a)

Slappe en verwijde longblaasjes bij COPD

b)

Schade aan het strottenhoofd bij COPD

c)

Schade aan de keelholte

15.

Door een astma-aanval kan

a)

er minder lucht door de bronchiën

b)

er meer lucht door de bronchiën

c)

er net zoveel lucht door de bronchiën als eerst

16.

Een hooikoorts-patiënt reageert op

a)

stuifmeel van insectenbloemen

b)

stuifmeel van windbloemen

c)

de geur van insectenbloemen

d)

de geur van windbloemen

17.

Voor mensen met een allergie kunnen stuifmeel en

voedingsmiddelen gevaarlijk zijn.

a)

Juist

b)

Fout

18.

Wat zijn symptonen van een allergische reactie?

a)

Rode vlekken op huid

b)

Veel slijm aanmaken

c)

Opgezwollen ogen

d)

COPD krijgen

e)

Overgeven

19.

Wordt astma veroorzaakt door roken? En COPD?

a)

Geen van beide wordt door roken veroorzaakt

b)

Alleen astma wordt door roken veroorzaakt

c)

Alleen COPD wordt door roken veroorzaakt

d)

Zowel astma als COPD worden door roken veroorzaakt

20.

Welk orgaan hoort niet bij het ademhalingsstelsel?

a)

slokdarm

b)

luchtpijp

c)

long

d)

bronchie

21.

Wat wordt bedoelt met onderdeel 2?

a)

luchtpijp

b)

luchtpijptakje

c)

bronchiën

d)

slokdarm

22.

Waar vindt de werkelijke gaswisseling plaats?

a)

longen

b)

longblaasje

c)

longader

d)

longslagader

23.

Noem drie voordelen van door je neus ademhalen?

(a)  

24.

Welke spieren beïnvloeden de borstademhaling?

a)

Tussenribspieren

b)

Borstspieren

c)

Middenrif

d)

Buikspieren

25.

Bij de inademing gaan de ribben en het middenrif omhoog?

a)

Waar

b)

Niet waar

26.

Bij de borstademhaling gebruik je de:

a)

Tussenribspieren

b)

Middenrif

c)

Buikspieren

d)

Spieren bij het sleutelbeen

27.

Bij de buikademhaling gebruik je de:

a)

Tussenribspieren

b)

Middenrif

c)

Buikspieren

d)

Spieren bij het sleutelbeen

28.

Wat is de juiste volgorde bij borstademhaling?

a)

Lucht gaat naar binnen - borstholte wordt groter - middenrif naar beneden

b)

binnenste tussenribspieren trekken samen - lucht gaat naar binnen - borstholte wordt groter

c)

middenrif naar beneden - borstholte wordt groter - lucht gaat naar binnen

d)

binnenste tussenribspieren trekken samen - borstholte wordt groter - lucht gaat naar binnen

29.

In slootwater leven onder andere klokdiertjes, muggenlarven en pantoffeldiertjes (zie afbeelding 1, 2 en 3).

Bij welke twee van deze diertjes vindt gaswisseling via het celmembraan plaats?

a)

klokdiertjes en pantoffeldiertjes

b)

muggenlarve en klokdiertjes

c)

pantoffeldiertjes en muggenlarve

30.

In de afbeelding zijn vier typen longen schematisch weergegeven.

Welke long is afkomstig van een zoogdier?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

31.

In de afbeelding zie je een deel van het ademhalingsstelsel van een insect. Wat is de naam van onderdeel 3?

(a)  

32.

Een muggenlarve leeft in het water en heeft een adembuis waarmee lucht kan worden opgenomen. Via deze adembuis gaat de lucht naar het ademhalingsorgaan.

Welk ademhalingsorgaan heeft een muggenlarve?

a)

Celmembraan

b)

Kieuwen

c)

Tracheeën

33.
Zoogdieren halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
34.

Hoe heten de openingen aan de zijkant van het achterlijf van een rups?

a)

Tracheeën

b)

Stigma's

35.

Bij vissen zijn bij inademing:

a)

de bek open en de kieuwdeksels open

b)

de bek open en de kieuwdeksels dicht

c)

de bek dicht en de kieuwdeksels dicht

d)

de bek dicht en de kieuwdeksels open

36.
Insecten halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
37.
Eencellige dieren halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
38.
Reptielen halen adem met
a)
longen
b)
huid
c)
huid en longen
d)
kieuwen
39.
Volwassen amfibieën halen adem met
a)
longen
b)
huid
c)
huid en longen
d)
kieuwen
40.
In de afbeelding zie je achter de ogen:
a)
longen
b)
kieuwen
c)
tracheeën
d)
geen van de drie
41.

wat is bij verbranding nodig

a)

zuurstof en glucose

b)

glucose, zuurstof en water

c)

zuurstof en water

d)

koolstofdioxide en water

42.

wat komt er vrij bij verbranding

a)

koolstofdioxide en water

b)

glucose en zuurstof

c)

koolstofdioxide en glucose

d)

water en glucose

43.

wat is het doel van de neusharen

a)

ze produceren slijmvlies

b)

houden grote stofdeeltjes tegen

c)

houden zowel grote als kleine stofdeeltjes tegen

d)

brengen het slijm naar de keelholte door de golvende bewegingen

44.

wat is het nut van slijmproducerende cellen

a)

produceren slijmvlies

b)

zowel grote als kleine stofdeeltjes tegenhouden

c)

kleine stofdeeltjes tegenhouden en ziekteverwekkers blijven kleven aan het slijm

d)

houden ziekteverwekkers tegen doordat ze blijven kleven aan het slijm

45.

bloedvaten in het neusslijmvlies zorgt ervoor dat de ingeademde lucht verwarmt wordt.

a)

juist

b)

onjuist

46.

wat zit er om de wand van de luchtpijp

a)

kraakbeenringen

b)

longhaarvaten

c)

slijmvlies

d)

tussenribspieren

47.

wat sluit de huig af

a)

de neusholte

b)

de luchtpijp

48.

wat sluit het strotklepje af

a)

de neusholte

b)

de luchtpijp

49.

bij astma zijn de bronchiën ontstoken

a)

juist

b)

onjuist

50.

wat is longemfyseem

a)

de bronchien zijn ontstoken waardoor er meer slijm wordt gemaakt (hierdoor blijven de bronchien vernauwd)

b)

de wanden van de longblaasjes zijn beschadigd. kapotte longblaasjes kunnen minder zuurstof afgeven aan het bloed

c)

de spiertjes in de wand van de luchtwegen trekken samen

51.

wat is hooikoorts

a)

mensen die er niet tegen kunnen wanneer hun slijmvlies in aanraking komt met stuifmeel

b)

een allergische reactie voor hooi

c)

een ziekte waarbij je koorts krijgt bij aanraking met stuifmeel

d)

een allergische reactie

52.

wat is een allergie

a)

reageert je afweersysteem van je lichaam heel sterk op een bepaalde stof

b)

reageert je afweersysteem van je lichaam amper op een bepaalde stof

53.

waar komt huisstofmijt voor

a)

overal in huis maar vooral op warme en vochtige plekken

b)

alleen op warme en vochtige plekken in huis

c)

vooral op stoffen, zoals op een tapijt of deken

d)

op planten

54.

wat zijn stigma's

a)

openingen in het insectenlichaam waarbij ontlasting wordt uitgescheiden

b)

sterk vertakte luchtbuizen in het insectenlichaam

c)

via openingen aan de zijkant van het insectenlichaam komt lucht in de tracheeën

d)

vertakte luchtbuizen in een dier

55.

wat zijn tracheeën

a)

openingen aan de zijkant van een insect waarbij ze hun ontlasting uitscheiden

b)

openingen aan de zijkant van een insect waarin lucht komt

c)

sterk vertakte luchtbuizen in het insectenlichaam

d)

vertakkingen van de luchtbuizen in een dier

56.

waarom maken sommige insecten met hun achterlijf een pompende beweging?

a)

zodat de lucht in de tracheeën word ververst

b)

vanwege een bedreiging tot dood

c)

omdat ze dan hun ontlasting aan het uitscheiden zijn

d)

vanwege het paarseizoen en ze hun partner verleiden

57.

Nummer 3 op de afbeelding is een ...

a)

longtak

b)

longtrechtertje

c)

longblaasje

d)

haarvaten

e)

luchtpijptak

58.

Wat is het voordeel van longblaasjes?

a)

Ze maken de lucht lekker fris

b)

Ze zorgen voor veel oppervlakte

c)

Ze houden je longen schoon

59.

Roken is schadelijk. Welke stof neemt de plaats in van zuurstof?

a)

koolstofdioxide

b)

nicotine

c)

koolstofmonoxide

d)

teer

60.

Welke 3 zijn een voordeel om door je neus te ademen?

a)

Je krijgt geen koude lucht in je longen

b)

Je krijgt geen stof in je longen

c)

Je kan heel hard snurken

d)

Je krijgt geen ziekteverwekkers in je neus

61.

Wat is kalkwater en jodium?

a)

Indicator

b)

Perforator

c)

Edelgassen

d)

Stabilisator