Font size
Worksheetsgrammatica zinsdelen vwo 2
Total questions: 23
Worksheet time: 11mins
Wij gaan morgen een uur later naar huis.
pv
o
lv
bwb
Zou je mij even kunnen helpen?
pv
wwg
lv
mv
Heb jij de laatste aflevering van de luizenmoeder gezien?
o
wwg
lv
bwb
Waar wordt deze bijzondere tulp gekweekt?
wwg
o
lv
mv
Op onze zolder staan veel oude spullen.
wwg
o
lv
bwb
Kun je voor mij die vraag herhalen?
wwg
lv
mv
bwb
U moet echt even gaan zitten.
pv
wwg
o
lv
Je kunt deze vraag overslaan.
o
lv
mv
bwb
Ik heb haar niet uitgenodigd.
o
lv
mv
bwb
De enorme regenbuien zetten ons terras onder water.
pv
wwg
o
lv
Wat voor zinsdeel is het gekleurde woord?
Ik heb een puzzel gekregen van oma.
Persoonsvorm
Onderwerp
Werkwoordelijk gezegde
Lijdend voorwerp
Januari bracht dit jaar veel regen.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Hoelang is hij al populair?
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Uiteindelijk is ook hij volwassen geworden.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
We hebben een jaar voor dit reisje gespaard.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
Zij is vroeger een uitstekende schaatsster geweest.
werkwoordelijk gezegde
naamwoordelijk gezegde
In het Nederlands heeft een wederkerende ww heeft altijd een......... bij zich
wederkerend werkwoord
wederkerend voornaamwoord
wederkerend zelfstandignaamwoord
Aan welke woord kun je een wederkerende ww in het Nederlands herkennen?
(a)
wat is de wederkerende werkwoord in deze zin:
Zo'n dure reis kan ik me niet veroorloven.
Zo'n
me
ik
kan
Zullen we ons schuilhouden voor de storm?
Waarom bedrink jij je altijd na slecht nieuws?
Mijn opa heeft zich vertild toen hij een doos wilde tillen.
Ik heb me gesneden tijdens het koken.
