wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

grammatica zinsdelen vwo 2

Total questions: 23

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wij gaan morgen een uur later naar huis.

a)

pv

b)

o

c)

lv

d)

bwb

2.

Zou je mij even kunnen helpen?

a)

pv

b)

wwg

c)

lv

d)

mv

3.

Heb jij de laatste aflevering van de luizenmoeder gezien?

a)

o

b)

wwg

c)

lv

d)

bwb

4.

Waar wordt deze bijzondere tulp gekweekt?

a)

wwg

b)

o

c)

lv

d)

mv

5.

Op onze zolder staan veel oude spullen.

a)

wwg

b)

o

c)

lv

d)

bwb

6.

Kun je voor mij die vraag herhalen?

a)

wwg

b)

lv

c)

mv

d)

bwb

7.

U moet echt even gaan zitten.

a)

pv

b)

wwg

c)

o

d)

lv

8.

Je kunt deze vraag overslaan.

a)

o

b)

lv

c)

mv

d)

bwb

9.

Ik heb haar niet uitgenodigd.

a)

o

b)

lv

c)

mv

d)

bwb

10.

De enorme regenbuien zetten ons terras onder water.

a)

pv

b)

wwg

c)

o

d)

lv

11.

Wat voor zinsdeel is het gekleurde woord?


Ik heb een puzzel gekregen van oma.

a)

Persoonsvorm

b)

Onderwerp

c)

Werkwoordelijk gezegde

d)

Lijdend voorwerp

12.

Januari bracht dit jaar veel regen.

a)

werkwoordelijk gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

13.

Hoelang is hij al populair?

a)

werkwoordelijk gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

14.

Uiteindelijk is ook hij volwassen geworden.

a)

werkwoordelijk gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

15.

We hebben een jaar voor dit reisje gespaard.

a)

werkwoordelijk gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

16.

Zij is vroeger een uitstekende schaatsster geweest.

a)

werkwoordelijk gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

17.

In het Nederlands heeft een wederkerende ww heeft altijd een......... bij zich

a)

wederkerend werkwoord

b)

wederkerend voornaamwoord

c)

wederkerend zelfstandignaamwoord

18.

Aan welke woord kun je een wederkerende ww in het Nederlands herkennen?

(a)  

19.

wat is de wederkerende werkwoord in deze zin:

Zo'n dure reis kan ik me niet veroorloven.

a)

Zo'n

b)

me

c)

ik

d)

kan

20.
Zie je in de volgende zin verplicht wederkerende werkwoorden of toevallig wederkerende werkwoorden?
Zullen we ons schuilhouden voor de storm?
a)
Verplicht
b)
Toevallig
21.
Zie je in de volgende zin verplicht wederkerende werkwoorden of toevallig wederkerende werkwoorden?​
Waarom bedrink jij je altijd na slecht nieuws?
a)
Verplicht
b)
Toevallig
22.
Zie je in de volgende zin verplicht wederkerende werkwoorden of toevallig wederkerende werkwoorden?​
Mijn opa heeft zich vertild toen hij een doos wilde tillen. 
a)
Verplicht
b)
Toevallig
23.
Zie je in de volgende zin verplicht wederkerende werkwoorden of toevallig wederkerende werkwoorden?
Ik heb me gesneden tijdens het koken. 
a)
Verplicht
b)
Toevallig