Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3e leerjaar: thema 4 - 6 spelling

Total questions: 24

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Dit zijn...

(a)  

2.

Deze kinderen zijn aan het w (a)  

3.

Het verkleinwoord van 'bladeren' is ...

(a)  

4.

Kijk naar de foto.

Wat is het juiste verkleinwoord van 'pad'?

a)

padje

b)

paadje

c)

paddetje

5.

Kijk naar de foto.

Wat is het juiste verkleinwoord van 'glas'?

a)

glaasje

b)

glasje

c)

glassetje

6.

Plop is een ...

(a)  

7.

Welke samenstelling zie je hier?

a)

gras

b)

grassprietjes

c)

grasprietjes

8.

Kijk naar de foto.

Wat zie je hier?

(a)  

9.

Kijk naar de foto.

Wat zie je hier?

(a)  

10.

Ga jij mee op av (a)   in het oerwoud?

Spannend!

11.

De wolf en de drie b (a)  

12.

Het verkleinwoord van koffer is...

a)

koffertje

b)

kofertje

13.

Het verkleinwoord van man is...

a)

manetje

b)

mannetje

14.

In de zomer gaan we naar Spanje. We nemen het v (a)  

15.

Het is tog / toch niet eerlijk?

Welke is juist?

(a)  

16.

Hij is helemaal zichzelf / zigzelf.

Wat is juist?

(a)  

17.

Een vis gebruikt zijn ki (a)   om door te ademen.

18.

Ik .... als ik moe ben.

a)

geeuw

b)

geew

19.

Het is zo koud. Ik krijg er .......... van!

a)

rilingen

b)

rillingen

20.

Welke woorden zijn juist geschreven?

Er zijn meerdere juiste antwoorden.

a)

boterhamen

b)

voetballen

c)

kanonnen

d)

magneeten

21.

Welke woorden zijn FOUT?

tip: het zijn er 2.

a)

rakketen

b)

ongelukken

c)

bloembakken

d)

zonebloem

22.

Schrijf het woord in het meervoud.

1 brulaap = 2 b...

(a)  

23.

De koning heeft veel ...

a)

bewaakers

b)

wakers

c)

bewakers

d)

bewakkers

24.

Ik ga die berg ...

a)

beklimmen

b)

beklimen

c)

verliezen

d)

bedenken