Worksheets3GT - Taalverzorging 2 - Ultieme test
Total questions: 54
Worksheet time: 34mins
Yara ........ graag alleen.
Ik heb een mailtje ............... naar de Bossche Vakschool.
De ............... frietjes smaakten goed.
De ............ crimineel werd gearresteerd door de politie.
Jelle heeft een spannend avontuur (beleven)
beleeft
beleefd
beleefdt
Silke .........gisteren 50 euro onder haar vrienden.
verlote
verloot
verlootte
“Het (worden) je vanzelf wel duidelijk”, zei de directeur tegen mij.
word
wort
wordt
De minister (melden) vorig kwartaal nog dat alles leek mee te vallen.
melde
meldde
Er worden meestal pas maatregelen genomen als er iets ergs (gebeuren).
gebeurd
gebeurt
gebeurdt
De vrouw riep boos uit : "Bah ik lust geen komkommersoep!"
Achter Bah moet een komma.
Het uitroepteken moet vervangen worden door een punt.
De dubbele punt achter boos moet vervangen worden door een komma.
Achter lust moet een komma.
Verbaasd vroeg zij zich af, waar ze haar pen had neergelegd?
Er moet geen komma in deze zin.
Het vraagteken moet weggelaten worden.
Hier moet een punt staan.
Achter verbaasd moet een komma.
"Wie heeft die prop in de hoek gegooid," vroeg de juf.
Achter juf moeten aanhalingstekens.
Achter vroeg moet een komma.
Achter gegooid moet een vraagteken.
Achter juf moet een vraagteken.
Piet zei "Je krijgt geen cadeautjes dit jaar."
Achter cadeautjes moet een komma.
Achter zei moet een komma.
Achter zei moet een dubbele punt.
Er moeten geen aanhalingsteken in de zin.
"Maak je veter vast!" zei Jan. Je valt straks op je neus.
De punt achter Jan moet veranderd worden in een dubbele punt.
Het uitroepteken achter vast moet weg.
- Je valt straks op je neus- moet tussen aanhalingstekens.
In de dierentuin zagen wij de volgende dieren paarden, olifanten, leeuwen en tijgers.
De komma's moeten weg.
Achter dierentuin moet een dubbele punt
Achter dieren moet een dubbele punt.
Paarden, olifanten, leeuwen en tijgers moet tussen aanhalingstekens.
De (verkleden) (a) leraren werden toch herkend.
Het nieuws (verbreiden) (a) (v.t.) zich snel door Caïro.
Halverwege werd nog de snelste tijd (timen).
getimd
getimed
getimet
Helaas (finishen) hij toch als laatste.
(a)
Mijn vader (deleten) het programma.
delete
deledte
deletete
gedelete
Hij had het gisteren (downloaden).
(a)
Vroeger (volleyballen) hij altijd op hoog niveau.
volleybalt
volleybald
volleybalde
gevolleybald
Tegenwoordig (rugbyen) hij.
rugbyt
rugbyd
gerugbyd
rugbyde
Zij (swipen) die gespierde jongen naar rechts.
swipede
geswipete
geswipede
swipete
Hij (faken) dat hij carpoolde, want eigenlijk reed hij alleen naar zijn werk.
fakede
gefaket
gefaked
fakete
Vorige maandag heb ik een heerlijk ontbijt klaargemaakt.
Wat is het gezegde?
(a)
De atleet gaf na twintig kilometer in een klein dorpje op.
Wat is het onderwerp?
(a)
Hoe vind je een lijdend voorwerp?
(a)
Er zijn drie manieren om een persoonsvorm te vinden? Welke kloppen er?
Tijdsproef
Getalsproef
Zin lijdend maken
Kijken welk woord uitgevoerd kan worden
Het eerste werkwoord in de zin pakken
De verzorgers willen hem laten afvallen.
wg = willen laten afvallen
wg = willen afvallen
wg = afvallen
wg = willen
Afgelopen maandag heb ik een heerlijk ontbijt gemaakt.
Welk zinsdeel is gekleurd?
gezegde
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
De buurvrouw gaf haar buurman een mooie bos rozen.
Welk zinsdeel is gekleurd?
gezegde
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
De minister president deelde de nieuwe maatregelen met het volk.
Welk zinsdeel is gekleurd?
gezegde
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
Wie had ooit gedacht dat de scholen zouden sluiten?
gezegde
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
Ik heb mijn toetsen extra goed geleerd.
Welk zinsdeel is gekleurd?
gezegde
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
Ik kreeg een supergrote lolly voor mijn verjaardag.
Welk zinsdeel is gekleurd?
gezegde
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
Mijn ouders lenen geen tuinstoelen meer aan de buren.
Welk zinsdeel is gekleurd?
gezegde
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
De meneer van het museum vertelde veel over de Bataviawerf.
Welk zinsdeel is gekleurd?
gezegde
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
De uitgever heeft het nieuwe boek van Jochem Meyer uitgegeven.
Welk zinsdeel is gekleurd?
gezegde
onderwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
[Tijdens het gesprek] gaf de lerares hem een compliment.
ow
pv
bwb
lv
Wat is in de volgende zin de bijwoordelijke bepaling?
In het huis aan de overkant woont een journalist van De Telegraaf.
In het huis aan de overkant
woont
een journalist
van De Telegraaf
Wat is in de volgende zin de bijwoordelijke bepaling?
De Franse nationale feestdag valt op 14 juli.
De Franse nationale feestdag
14 juli
op 14 juli
valt
Wat is in de volgende zin de bijwoordelijke bepaling?
Waar heb jij die gele bal gevonden?
Waar
heb gevonden
die gele bal
jij
Onze wiskundeleraar leerde ons gisteren de stelling van Pythagoras.
De persoonsvorm kun je vinden door de zin van tijd te veranderen.
juist
onjuis
Als je een zin verdeelt in zinsdelen, kijk je wat er in zijn geheel voor de persoonsvorm kan staan.
juist
onjuist
Het werkwoordelijk gezegde zijn alle werkwoorden in de zin.
juist
onjuist
Bij het werkwoordelijk gezegde hoort de persoonsvorm.
juist
onjuist
Bij het meewerkend voorwerp vraag je:
wie of wat?
wie of wat + gezegde?
wie of wat + gezegde + onderwerp
aan wie/wat + gezegde + onderwerp
Op een schaal van 1 tot 10: hoe goed ken je werkwoordspelling?
Op een schaal van 1 tot 10: hoe goed ken je hoofdletters en interpunctie?
Selecteer een EMOJI om te laten zien hoe goed jij zinsontleding beheerst en zet erbij welk cijfer jij jezelf geeft.
😀😐😣
