wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4 basis h5

Total questions: 35

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Een open economie is ...


(kies het beste antwoord)

a)

een economie met veel import en export.

b)

een economie zonder dak.

c)

een economie met relatief veel import en export

d)

een economie met havens en vliegvelden.

2.
Goederen en diensten verkopen aan buitenlandse bedrijven en personen
a)
directe ruil
b)
indirecte ruil
c)
export
d)
import
3.
goederen en diensten kopen uit het buitenland
a)
importeren
b)
exporteren
c)
importquote
d)
exportquote
4.

Meer export betekent voor Nederland ...

a)

meer productie en toename van de werkloosheid

b)

minder productie en een daling van de werkloosheid

c)

toename van de werkgelegenheid

d)

daling van de werkgelegenheid

5.

Meer export betekent voor Nederland ...

a)

meer productie en toename van de werkloosheid

b)

minder productie en een daling van de werkloosheid

c)

toename van de werkgelegenheid

d)

daling van de werkgelegenheid

6.

De EU heeft een interne markt. Wat is geen kenmerk van een interne markt?

a)

Vrij verkeer van goederen en diensten

b)

Vrij verkeer van personen

c)

Vrij verkeer van kapitaal

d)

De euro

7.
een land met weinig in- en uitvoer t.o.v. het nationaal inkomen
a)
exportquote
b)
importquote
c)
open economie
d)
gesloten economie
8.

Het verschil tussen de EU en de EMU is dat...

a)

ze in de EU allemaal met de euro betalen en in de EU niet

b)

ze in de EMU allemaal met de euro betalen en in de EU niet

c)

de EU mensen gaat en de EMU alleen over geld

d)

de EMU alleen over mensen gaat en de EU alleen over geld

9.

Contingentering betekent ...

a)

een afspraak maken over contingenten

b)

een afspraak maken over de kwaliteit

c)

een afspraak maken over de kwantiteit (hoeveelheid)

d)

een afspraak maken over de prijs

10.

Als de lonen in Nederland niet te hard stijgen is dat goed voor onze internationele concurrentiepositie.

a)

Juist, want dan gaan we minder in het buitenland kopen

b)

Juist, want dan worden wij voor het buitenland niet te duur.

c)

Onjuist, want dan kunnen we niet genoeg meer kopen.

d)

Onjuist, want dan worden we te duur voor het buitenland.

11.

Wat is de juiste formule van het berekenen van de invoerwaarde?

a)

Invoerwaarde = ingevoerde hoeveelheid x prijs per eenheid

b)

Invoerwaarde = ingevoerde hoeveelheid : prijs per eenheid

12.

Het nationaal inkomen is

a)

Dat zijn alle inkomens van de inwoners van ons land bij elkaar opgeteld.

b)

Dat zijn alle inkomens van de inwoners van de Europese unie bij elkaar opgeteld.

13.

Elk land die lid is van de Europese Unie betaald met de Euro.

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

De Wereldorganisatie WTO probeert vrijhandel in de wereld te stimuleren. Welke van de onderstaande maatregelen bevordert de vrijhandel in de wereld?

a)

Importheffingen instellen

b)

Importquota instellen

c)

Invoerrechten afschaffen

d)

Protectiemaatregelen bevorderen

15.

EMU staat voor ...

a)

Eerste Mogelijke Unie

b)

Europese Makelaardij Unie

c)

Eerste Monetaire Unie

d)

Europese Monetaire Unie

16.

Een product wordt geproduceerd en geëxporteerd door het land dat dit het beste en goedkoopste kan ..

a)

dat is globalisering

b)

dat is internationale arbeidsverdeling

c)

dat is internationale concurrentiepositie

d)

dat zijn protectiemaatregelen

17.

Polen is lid van de EU. Veel Polen werken in Duitsland en Nederland. Dat is toegestaan omdat er in de EU vrij verkeer van ... is

a)

goederen en diensten

b)

personen

c)

verkeer en kapitaal

18.

Een koersstijging van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro is gunstig voor Nederlandse bedrijven die naar de VS exporteren.

a)

Dat is juist

b)

Dat is onjuist

19.

Om gelijkwaardige concurrentie mogelijk te maken, probeert de EU regels gelijk te trekken. Je noemt dat ...

a)

wetten

b)

interne markt

c)

harmonisatie

d)

globalisering

20.
wat is betalingsbalans
a)
Hoeveel het gemiddelden is dat je uit geeft
b)
Alle ontvangsten uit het buitenland
c)
Alle Inkomen uit het buitenland
d)
Een overzicht van alle inkomsten en uitgaven uit het buitenland
21.
Wat is Export waarde
a)
Uitgevoerde hoeveelheid x prijs eenheid
b)
ingevoerde hoeveelheid x prijs per eenheid
c)
uitgevoerd hoeveelheid : prijs per eenheid
d)
ingevoerde hoeveelheid : prijs per eenheid
22.
waarom handelen we heel veel met duitsland?
a)
Onze producten zijn duurder dan Duitsland landbouwproducten
b)
Duitsland produceert zelf veel landbouw producten
c)
Nederland kan snel leveren aan Duitsland
23.
als nederland invoerrechten heft op spijkerbroeken uit de VS, worden de broeken ?
a)
duurder
b)
goedkoper
c)
gratis
d)
meer
e)
duurder
24.
wat voor economie heeft Nederland?
a)
gesloten
b)
open
25.

Bekijk de afbeelding.

Waarom importeert Nederland deze producten?

a)

Andere landen kunnen deze producten goedkoper produceren

b)

Consumenten willen de keuze uit meer producten en merken

c)

Deze producten kunnen in ons klimaat niet goed groien

d)

Dit zijn grondstoffen die in ons land niet voorkomen

26.

Welk begrip past bij de volgende beschrijving?

Fietsenfabriek Hollandie maakt mountainbikes. De fietsen worden in Nederland in elkaar gezet, maar de onderdelen komen uit heel europa.

a)

internationale bedrijfsverdeling

b)

internationale arbeidsverdeling

c)

nationale bedrijfsverdeling

d)

nationale arbeidsverdeling

27.

Dit product wordt in Nederland geïmporteerd omdat

a)

consumenten meer keuze willen uit producten en merken

b)

de grondstoffen voor deze worsten komen niet voor in Nederland

c)

Deze worsten worden in Duitsland goedkoper gemaakt

28.

De EU wil voorkomen dat de Europese markt overspoeld wordt met goedkope Chinese kleding. Daarom moet er belasting worden betaald over de Chinese kleding die de Europese Unie binnenkomt.

Welke protectiemaatregel wordt hiervoor gebruikt?

a)

exportsubsidie

b)

importquota

c)

invoerrechten

d)

invoerverbod

29.

Welke van onderstaande uitspraken is NIET juist?

a)

De Europese Unie bestaat uit Europese landen die samenwerken op economisch gebied

b)

Alle landen van de Europese Unie behoren tot de eurozone

c)

Voor handel met landen buiten de eurozone heb je te maken met vreemd geld

30.

Welk begrip hoort bij de volgende definitie: " Gezamenlijke markt van alle landen van de Europese Unie waarbinnen vrijhandel is."

a)

wederuitvoer

b)

EMU (Europese Monetaire Unie)

c)

Interne markt

31.

Welk begrip hoort bij de volgende definitie: " Goederen worden eerst ingevoerd en na een korte bewerking meteen doorverkocht aan het buitenland"

a)

wederuitvoer

b)

EMU (Europese Monetaire Unie)

c)

Interne markt

32.

Welke vrijheden herken je? Geld mag vrij de grens over

a)

vrij verkeer van personen

b)

vrij verkeer van goederen

c)

vrij verkeer van kapitaal

33.

Welke handelsbelemmering herken je? Naam voor alle handelsbelemmeringen.

a)

Contingentering

b)

Exportsubsidie

c)

Invoerrechten heffen

d)

Protectiemaatregelen

e)

Importverbod.

34.

Waarom importeren we het volgende?

a)

Ons klimaat is niet geschikt.

b)

Grondstoffen komen niet voor in de grond.

c)

Buitenlandse producten zijn goedkoper.

d)

Buitenlandse producten zijn van een betere kwaliteit.

e)

Consumenten willen ruime keuze aan producten.

35.

Waarom importeren we het volgende?

a)

Ons klimaat is niet geschikt.

b)

Grondstoffen komen niet voor in de grond.

c)

Buitenlandse producten zijn goedkoper.

d)

Buitenlandse producten zijn van een betere kwaliteit.

e)

Consumenten willen ruime keuze aan producten.