wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HV1B 20 april

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het LV?

Mijn moeder geeft mij een cadeautje.

a)

Mijn moeder

b)

mij

c)

een cadeautje

d)

cadeautje

2.

Wat is het MV?

Mijn moeder geeft mij een cadeautje?

a)

Mijn moeder

b)

Mij

c)

een cadeautje

3.

Wat is het WWG?

a)

een werkwoord

b)

alle werkwoorden in een zin

4.

Veel - meer- ...

a)

Veelst

b)

meest

c)

meeste

5.

Kritisch - kritischer -......

a)

kritischst

b)

meest kritisch

6.

Gaaf -....- gaafst

a)

Gafer

b)

gaver

7.

Bouw van het lichaam

a)

autonomie

b)

anatomie

c)

apologie

8.

kadaver

a)

dood

b)

dood dier

c)

een drankje

9.

de (verkleden) kinderen.

a)

verkleedde

b)

verklede

c)

verkleden

10.

De (aanbieden) excuses

a)

aangebode

b)

aangebiede

c)

aangeboden

d)

aaangebodden

11.

1 bacterie, twee.......

a)

bacteries

b)

bacterieën

c)

bacteriën

12.

1 pony, twee.....

a)

ponys

b)

pony's

c)

ponies

13.

1 politicus, 2 .....

a)

politie

b)

politicussen

c)

politici

14.

De raad heeft anderhalf uur (vergaderen).

a)

Vergadert

b)

Vergaderd

15.

(vinden) jij je moeder ook zo lief?

a)

Vind

b)

Vindt

16.

de belangrijkste zin in een alinea noemen we de

a)

hoofdgedachte

b)

hoofdzaak

c)

kernzin

17.

Wat lees ik NIET bij oriënterend lezen?

a)

De hele tweede alinea

b)

Titel

c)

Kopjes

d)

bron

18.

De hoofdgedachte..

a)

Staat in de inleiding

b)

Mag geen vraag zijn

c)

staat in het slot

19.

Wat is het doel van een inleiding?

a)

De lezer uitdagen

b)

De lezer boos maken

c)

De lezer nieuwsgierig maken

d)

De lezer afschrikken

20.

Welke manier van afsluiten hoort er niet bij?

a)

Conclusie

b)

Vraag stellen

c)

Advies geven

d)

Samenvatting