Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands Onderzoek

Total questions: 13

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat is waar over een bezittelijk voornaamwoord?

a)

Een bezittelijk voornaamwoord is altijd het onderwerp van de zin.

b)

"Hun" kan nooit het onderwerp van een zin zijn.

c)

Het staat nooit voor het zelfstandig naamwoord waar het naar verwijst

2.

Ze gaf het boek aan hun.

a)

juist

b)

fout

3.

Ik geef hun een compliment.

a)

juist

b)

fout

4.

(Hun/Zij/Hem/Hij) (a)   fietsen langs de weg

5.

Welke zin is juist?

a)

Zij fietsen langs de weg.

b)

Hun fietsen langs de weg.

c)

Zij fietse langs de weg.

d)

Hen fietsen op de weg.

6.

Welke zin is juist?

a)

Het bestuur heeft haar plannen gewijzigd.

b)

Het bestuur heeft zijn plannen gewijzigd.

7.

Welke zin is juist?

a)

Aan hen mening werd waarde gehecht.

b)

Aan hun mening werd waarde gehecht.

8.

Welke zin is juist?

a)

“Jouw rechten zijn van belang,” zei de advocaat.

b)

“Jou rechten zijn van belang,” zei de advocaat.

9.

Welke zin is juist?

a)

Hem schopt tegen de bal.

b)

Hun schopt tegen de bal.

c)

hij schopt tegen de bal.

d)

Ze schop tegen de bal.

10.

Welke zin is juist?

a)

Dat is ze fiets.

b)

Dat is z'n fiets

c)

Dat is zn fiets

d)

Dat is hems fiets

11.

Welke zin is juist?

a)

Dat is de meine!

b)

Dat is mijne!

c)

Dat is mijn!

d)

Dat is de mijne!

12.

Is de zin "Die laptop is van jou" correct?

a)

Ja

b)

Nee

13.

Is de zin "Dat is jou laptop" correct?

a)

Ja

b)

Nee