Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

oefentoets A2 thema 1

Total questions: 40

Worksheet time: 34mins

Name
Class
Date
1.

Mijn zus is ......., dus ik word tante.

a)

geboren

b)

dik

c)

tante

d)

zwanger

2.

Ik heb geen pen. Mag ik jouw pen even .....?

a)

hebben

b)

krijgen

c)

lenen

d)

schrijven

3.

Maya werkt hier pas 1 jaar maar Martin werkt hier ...... 5 jaar.

a)

pas

b)

al

c)

nu

d)

vaak

4.

Mijn ouders ............ in Iran.

a)

geboren

b)

is geboren

c)

zijn geboren

5.

Maria is vier jaar. Zij gaat na de zomervakantie ......naar school.

a)

de jongste

b)

voor het eerst

c)

altijd

d)

pas

6.

Mark werkt .... sinds gisteren bij McDonald's.

a)

maar

b)

want

c)

al

d)

pas

7.

1. Wij hebben een nieuw huis.

2. ..........!

a)

Wat jammer!

b)

Goed.

c)

Wat vervelend!

d)

Gefeliciteerd!

8.

Betaal je veel of .... huur per maand?

a)

minder

b)

weinig

c)

meer

d)

soms

9.

......mijn buren, Jan en Peter.

4 lines
10.

....onze nieuwe auto. Het is een Ferrari.

4 lines
11.

Mijn huis is heel (a)   want het heeft veel ramen.

12.

..... ..... geen douche in mijn badkamer.

(a)  

13.

... (a)   twee grote parken in mijn wijk.

14.

... ... een bushalte dichtbij onze flat.

(a)  

15.

Ik heb hoofdpijn...

a)

want ik neem paracetamol.

b)

omdat ik neem paracetamol.

c)

dus ik neem paracetamol.

d)

of ik neem paracetamol.

16.

Ik fiets naar school ...

a)

maar ik neem de bus.

b)

want ik neem de bus.

c)

dus ik neem de bus.

d)

of ik neem de bus.

17.

Het sneeuwt (a)   ik neem doe een muts op..

18.

Ik heb twee auto's... een fiets.

(a)  

19.

We hebben geen hond ... wel een kat.

(a)  

20.

Ik wil een baan zoeken, (a)   ik heb geen geld.

21.

Ik wil graag een ... kleed kopen bij Ikea.

a)

wol

b)

van wol

c)

wollen

d)

wole

22.

De kast is 3 meter. Het is een (a)   kast.

23.

Deze tafel is gemaakt van hout dus het is een ... tafel

(a)  

24.

Mijn zus Dagmar is een .... vrouw.

a)

gele

b)

leuke

c)

lekker

d)

gek

25.

De Flevostraat is een .... straat.

a)

wijde

b)

drukke

c)

witte

d)

modern

26.

Het spijt me = .....

a)

jammer!

b)

gefeliciteerd!

c)

sorry!

27.

ik heb gelijk = ...

a)

wat ik zeg is waar

b)

wat ik zeg is niet waar

28.

Hij spreekt heel duidelijk = ...

a)

Ik kan de man verstaan en begrijpen.

b)

De man spreekt heel hard.

c)

Ik begrijp de man niet.

d)

Ik kan de man verstaan maar niet goed begrijpen.

29.

Jan (a)   volgende week naar Volendam (verhuizen).

30.

Hij (a)   zalf op zijn billen (smeren).

31.

Abdul (a)   het bericht van zijn vriendin (beantwoorden).

32.

Jij (a)   de vrouw een hand. (geven)

33.

Jeroen (a)   zijn vieze sokken (wassen).

34.

1 pincode, 2 (a)  

35.

1 knop, 20 (a)  

36.

Mijn man is 90 kilo. Ik weeg 80 kilo. Mijn man is ...... dan ik.

a)

hoger dan

b)

zwaarder

c)

meer

d)

zwaarder dan

37.

Ik vind bloemkool lekker, maar ik vind tomaten.....

a)

beter

b)

lekkerder

c)

lekkerder dan

d)

lekkere

38.

Jouw computer is goed, maar mijn computer is .... jouw computer.

a)

liever

b)

goeder dan

c)

meer

d)

beter dan

39.

Ik woon .... in een mooi huis dan in een flat.

a)

grager

b)

graag

c)

beter

d)

liever

40.

Ik kan twee dingen ........Koken en bellen met een vriend.

a)

tegelijk

b)

maken

c)

nu

d)

vaak