wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling 3 mavo biologie

Total questions: 12

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Nummer 1 is

a)

een spinachtige

b)

een insekt

c)

een duizendpoot

d)

een miljoenpoot

2.
Wanneer behoren organismen tot één soort?
a)
Als ze samen nakomelingen kunnen krijgen
b)
Als ze samen voort kunnen planten
c)
Als ze meer dan één nakomeling kunnen krijgen
d)
Als ze vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen
3.
Welk type weefsel is dit?
a)
Beenweefsel
b)
Kraakbeenweefsel
c)
Tussencelstrof
d)
Zwakbeenweefsel
4.

Bij een hernia...

a)

Raken zenuwen bekneld door een uitpuilende kraakbeenschijf

b)

Is het kraakbeen ontstoken waardoor je pijnsignalen afgeeft aan het ruggenmerg

c)

Heb je één gebroken wervel

d)

Zijn de wervels verschoven waardoor deze krom staan

5.

Wat is de goede volgorde van klein naar groot?

a)

Individu - populatie - levensgemeenschap - ecosysteem

b)

Populatie - levensgemeenschap - individu - ecosysteem

c)

Individu - ecosysteem - levensgemeenschap - populatie

d)

Populatie - levensgemeenschap - ecosysteem - indivdu

6.

Wat waren de stoffen die een plant opneemt? (meerdere antwoorden goed)

a)

Koolstofdioxide

b)

Water

c)

Zonlicht

d)

Mineralen

7.
Via welke weg komt de prikkel licht in de hersenen?
a)
zintuig,pupil, less, glasachtig lichaam, blinde vlek, oogzenuw
b)
zintuig, impuls, lens, glasachtig lichaam, netvlies, blinde vlek, oogzenuw, hersenen
c)
Zintuig, impuls, hoornvlies, lens, glasachtig lichaam, netvlies, blinde vlek, oogzenuw, hersenen
d)
impuls, zintuig, hoornvlies, lens, netvlies, glasachtig lichaam, blinde vlek, oogzenuw, hersenen
8.
De hersenstam:
a)
regelt onbewuste levensprocessen en reflexen
b)
coördineert bewegingen en evenwicht
c)
Zet informatie vast in je geheugen
9.

Sommige prikkels, roepen altijd hetzelfde gedrag op.

Dit heet een....

a)

Sleutelprikkel

b)

Supernormale prikkel

c)

Uitwendige prikkel

d)

Inwendige prikkel

10.

Dit is gedrag dat aan de paring vooraf gaat en uiteindelijk de kans op paren vergroot.

a)

Conflictgedrag

b)

Imponeergedrag

c)

Baltsgedrag

d)

Territoriumgedrag

11.

Geef het juiste begrip:


Een groene plant, maakt zijn eigen voedsel aan.

a)

producent

b)

consument

12.

Welke van de onderstaande uitspraken is juist?

a)

Alleen door het smelten van landijs, stijgt de zeespiegel.

b)

Alleen door het smelten van zee-ijs, stijgt de zeespiegel.

c)

Het maakt niet uit of het landijs of zee-ijs is, de zeespiegel stijgt door beide.

d)

Het maakt niet uit of het landijs of zee-ijs is, de zeespiegel blijft hetzelfde.