wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

T2 | BS 1 & 2 | MAX - editie | voeding en vertering

Total questions: 23

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Voedingsmiddelen zijn alle producten die je eet of drinkt.

a)

juist

b)

onjuist

2.

Vleeswaren zijn dierlijke producten.

a)

juist

b)

onjuist

3.

Is een sinaasappel een voedingsmiddel?

a)

juist

b)

onjuist

4.

Koeien krijgen vaak maïs als voer.

Eet de koe dan een plantaardig of een dierlijk voedingsmiddel?

a)

plantaardig

b)

dierlijk

5.

Veel voedingsmiddelen komen van planten.

a)

juist

b)

onjuist

6.

Welke twee van de volgende voedingsmiddelen zijn plantaardige voedingsmiddelen?

a)

aardbei

b)

hamburger

c)

ei

d)

olijfolie

e)

yoghurt

7.

Voedingsstoffen zijn bouwstoffen, brandstoffen, reservestoffen of beschermende stoffen.

a)

juist

b)

onjuist

8.

Beschermen je tegen ziekteverwekkers

a)

beschermende stoffen

b)

brandstoffen

c)

reservestoffen

d)

bouwstoffen

9.

Leveren energie

a)

beschermende stoffen

b)

brandstoffen

c)

reservestoffen

d)

bouwstoffen

10.

worden opgeslagen in je lichaam

a)

beschermende stoffen

b)

brandstoffen

c)

reservestoffen

d)

bouwstoffen

11.

zorgen voor herstel bij verwondingen

a)

beschermende stoffen

b)

brandstoffen

c)

reservestoffen

d)

bouwstoffen

12.

Welke drie groepen kunnen in je lichaam als brandstof worden gebruikt?

a)

Vetten

b)

Eiwitten

c)

Koolhydraten

d)

Mineralen & vitaminen

e)

Water

13.

Welke twee groepen dienen als beschermende stoffen in je lichaam?

a)

Vetten

b)

Eiwitten

c)

Koolhydraten

d)

Mineralen

e)

Vitaminen

14.

Welke voedingsstoffen worden ook wel zouten genoemd?

a)

Vetten

b)

Eiwitten

c)

Koolhydraten

d)

Mineralen

e)

Vitaminen

15.

Waar bestaat je lichaam het meest uit?

a)

Vetten

b)

Eiwitten

c)

Koolhydraten

d)

Mineralen

e)

Water

16.

Welke twee stoffen zijn koolhydraten?

a)

zetmeel

b)

vitamine C

c)

vetten

d)

kalk

e)

suiker

17.

Leveren mineralen vooral energie?

a)

ja

b)

nee

18.

Er zijn zes groepen voedingsstoffen.

Tot welke groep voedingsstoffen behoort het product uit de afbeelding?

a)

eiwitten

b)

koolhydraten

c)

vitaminen * mineralen

d)

vetten

e)

water

19.

Er zijn zes groepen voedingsstoffen.

Welke groep dient als reservestof in je lichaam?

a)

eiwitten

b)

koolhydraten

c)

vitaminen & mineralen

d)

water

e)

vetten

20.

In welk product zit veel zetmeel?

a)

aardappelen

b)

eieren

c)

melk

d)

noten

21.

Welke twee stoffen zijn mineralen?

  • eiwitten

  • glycogeen

  • kalk

  • voedingsvezels

  • ijzer


a)

eiwitten

b)

glycogeen

c)

kalk

d)

voedingsvezel

e)

ijzer

22.

Leveren vetten energie?


a)

ja

b)

nee

23.

Er zijn zes groepen voedingsstoffen.

Tot welke groep voedingsstoffen behoort het product uit de afbeelding?

a)

eiwitten

b)

koolhydraten

c)

mineralen

d)

vetten

e)

water