wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdletters en leestekens

Total questions: 67

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.
Wat is de juiste schrijfwijze?
a)
’S nachts naar de sterren kijken is heel leerrijk.
b)
's nachts naar de sterren kijken is heel leerrijk.
c)
's Nachts naar de sterren kijken is heel leerrijk.
d)
'S Nachts naar de sterren kijken is heel leerrijk.
2.

Wat schrijf je met een hoofdletter? Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

Windrichtingen

b)

Talen en dialecten

c)

Namen van volken

d)

(Afleidingen van) aardrijkskundige namen

3.
Jij... lekkere koekjes.
a)
bakt
b)
bak
4.
Wat is de juiste schrijfwijze?
a)
in de vakantie gaan lien en ik skiën in de franse alpen.
b)
In de Vakantie gaan Lien en ik skiën in de Franse Alpen.
c)
In de vakantie gaan Lien en ik skiën in de Franse Alpen.
d)
In de vakantie gaan Lien en ik skiën in de franse alpen.
5.

Welk leesteken past het best aan het eind van deze zin?

"Een van hen had een emmer, de tweede had een drilboor en de derde een spade"

a)

?

b)

!

c)

.

6.

In welke zin worden de leestekens correct gebruikt?

a)

Oma had: een mooie, oude, houten kast.

b)

Oma had een mooie, oude, houten kast.

c)

Oma had een mooie oude houten kast.

7.

In welke zin worden de leestekens correct gebruikt?

a)

Ik was bang dat de deur op slot zou zitten, maar dat bleek niet het geval.

b)

Ik was bang dat de deur op slot zou zitten maar dat bleek niet het geval.

c)

Ik was bang dat de deur op slot zou zitten, maar dat bleek niet het geval

8.

Welk leesteken past het best in deze zin?

"Maar wie van de vinders mocht de schat nu mee naar huis nemen"

a)

?

b)

!

c)

.

9.

Welk leesteken is hier fout gebruikt?

a)

.

b)

!

c)

?

d)

Geen enkel

10.

Waarom is dit onduidelijk?

a)

Er is niets mis mee.

b)

Er ontbreekt een punt.

c)

Er ontbreekt een vraagteken.

d)

Er ontbreekt een uitroepteken.

11.

Hoeveel dat allemaal moest (kosten), was gisteren nog niet bekend.

a)

kosten

b)

kostten

12.

In de afgelopen maanden is de schuld helaas sterk (groeien).

a)

gegroeid

b)

gegroeit

c)

gegroeidt

13.

Verbaasd vroeg zij zich af, waar ze haar pen had neergelegd?

a)

Er moet geen komma in deze zin.

b)

Het vraagteken moet weggelaten worden.

Hier moet een punt staan.

c)

Achter verbaasd moet een komma.

14.

"Wie heeft die prop in de hoek gegooid," vroeg de juf.

a)

Achter juf moeten aanhalingstekens.

b)

Achter vroeg moet een komma.

c)

Achter gegooid moet een vraagteken.

d)

Achter juf moet een vraagteken.

15.

Typ de zin over. Let op je hoofdletters en leestekens.


marie krijgt een nieuwe fiets

(a)  

16.

Typ de zin over. Let op hoofdletters en leestekens.


welke sport doe je graag

(a)  

17.

Typ de zin over. Let op hoofdletters en leestekens.


stop met lawaai maken

(a)  

18.

Welke zin is correct?

a)

Schrijf jij met Nieuwjaar nog een nieuwjaarsbrief?

b)

Schrijf jij met Nieuwjaar nog een Nieuwjaarsbrief?

19.

Welke schrijfwijze is correct?

a)

west-vlaanderen

b)

West-vlaanderen

c)

West-Vlaanderen

d)

west-Vlaanderen

20.

Welk leesteken is correct?


Wat doe je graag in je vrije tijd

a)

.

b)

?

c)

!

21.

Welk leesteken is correct?


In mijn klas zitten 10 leerlingen

a)

!

b)

?

c)

.

22.

Welk leesteken is correct?


Gelukkige verjaardag

a)

!

b)

.

c)

?

23.
Wat is een alinea?
a)
een tussenkopje
b)
een inleiding
c)
een stukje tekst dat bij elkaar hoort
d)
een titel
24.

Een nieuwe alinea is hetzelfde als een tussenkopje.

a)

waar

b)

niet waar

25.

Een nieuwe alinea maak je door een regel wit in de tekst.

a)

waar

b)

niet waar

26.

In welke zin worden de leestekens goed gebruikt?

a)

Hij is erg bijdehand koppig, en eigenwijs.

b)

Hij is erg bijdehand, koppig, en eigenwijs.

c)

Hij is erg bijdehand, koppig en eigenwijs.

d)

hij is erg bijdehand, koppig en eigenwijs

27.

In welke zin worden de leestekens goed gebruikt?

a)

Het lijkt mij een goed idee want anders lopen de besmettingscijfers op.

b)

Het lijkt mij een goed idee, want anders lopen de besmettingscijfers op.

28.

In welke zin worden de leestekens goed gebruikt?

a)

Mijn klasgenoot heeft het talent om goed te luisteren hij gaat met docenten in gesprek en hij is erg behulpzaam.

b)

Mijn klasgenoot heeft het talent om goed te luisteren, hij gaat met docenten in gesprek, en hij is erg behulpzaam.

c)

Mijn klasgenoot heeft het talent om goed te luisteren, hij gaat met docenten in gesprek en hij is erg behulpzaam.

29.

Schrijf onderstaande zin over en voeg op de juiste plekken hoofdletters en leestekens toe:


ik vind dat piet genomineerd moet worden want hij doet altijd erg goed zijn best

(a)  

30.

In welke zin staan de hoofdletters en leestekens goed?

a)

Hugo De Jonge, minister van Volksgezondheid, verplichtte ons binnen te blijven.

b)

Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid verplichtte ons binnen te blijven.

c)

Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid, verplichtte ons binnen te blijven.

31.

Waar moet de komma in de zin komen te staan?

a)

Na 'werkt'

b)

Na 'niet'

32.

Waar staan de leestekens en hoofdletters goed:

a)

Mijn moeder zegt: 'Ik ben trots op jou'.

b)

mijn moeder zegt: ik ben trots op jou.

c)

Mijn moeder zegt: 'Ik ben trots op jou.'

d)

Mijn moeder zegt: Ik ben trots op jou.

33.

Waar staan de leestekens en hoofdletters goed:

a)

De meester zegt 'ik mis mijn klas ontzettend.'

b)

De meester zegt: ik mis mijn klas ontzettend.

c)

De meester zegt: Ik mis mijn klas ontzettend.

d)

De meester zegt: 'Ik mis mijn klas ontzettend.'

34.

Bij welk soort zin gebruik je een vraagteken?

(a)  

35.

Wanneer gebruik je een komma?

a)

Na elke persoonsvorm

b)

Tussen twee persoonsvormen

c)

Voor een voegwoord

d)

Na een voegwoord

e)

Tussen delen van een opsomming

36.

Aan het eind van een zin met een extra nadruk, gebruik je een ...

(a)  

37.

Schrijf de zin goed over, met leestekens en hoofdletters op de goede plek.


gijs vroeg kunt u mij meer informatie geven

(a)  

38.

Moet een dubbele punt voor of na het citaat?

a)

voor

b)

na

39.

Met welk leesteken zou je deze zin ook kunnen schrijven?

"Mijn broer is Europees kampioen geworden."

a)

!

b)

?

c)

Enkel met een punt

40.

Waarom staat er een komma in de volgende zin?


Als je over de finish komt, krijg je een medaille.

a)

Tussen twee persoonsvormen

b)

Voor een voegwoord

c)

Tussen delen van een opsomming

41.

Waarom staat er een komma in de volgende zin?


In de vakantie hebben we gezwommen, gesnorkeld en gefietst.

a)

Tussen twee persoonsvormen

b)

Voor een voegwoord

c)

Tussen delen van een opsomming

42.

Waarom staat er een komma in de volgende zin?


Ik ga niet in de achtbaan, omdat ik dat eng vind.

a)

Tussen twee persoonsvormen

b)

Voor een voegwoord

c)

Tussen delen van een opsomming

43.

Welke zin is helemaal juist?

a)

Tijdens nederlands vertelde de leraar over de Langestraat in winschoten.

b)

Tijdens nederlands vertelde de leraar over de langestraat in Winschoten.

c)

Tijdens Nederlands vertelde de leraar over de Langestraat in Winschoten.

d)

Tijdens Nederlands vertelde de leraar over de langestraat in Winschoten.

44.

Welke zin is helemaal juist?

a)

Door de wind reed de fietser bijna met zijn batavus in de Maas.

b)

Door de wind reed de fietser bijna met zijn Batavus in de Maas.

c)

door de wind reed de fietser bijna met zijn Batavus in de Maas.

d)

Door de wind reed de fietser bijna met zijn Batavus in de maas.

45.

Welke zin is helemaal juist?

a)

In 2021 werd de amsterdamse voetbalclub Ajax landskampioen.

b)

In 2021 werd de Amsterdamse voetbalclub Ajax landskampioen.

c)

In 2021 werd de amsterdamse voetbalclub ajax landskampioen.

d)

in 2021 werd de Amsterdamse voetbalclub Ajax landskampioen.

46.

Welke zin is helemaal juist?

a)

In de zomer gaat martine met Faya op vakantie naar Frankrijk.

b)

In de zomer gaat Martine met Faya op vakantie naar frankrijk.

c)

In de zomer gaat Martine met Faya op vakantie naar Frankrijk.

d)

in de zomer gaat Martine met Faya op vakantie naar Frankrijk.

47.

Welke zin is helemaal juist?

a)

maarten wiersma komt oorspronkelijk uit Noord-Holland.

b)

Maarten Wiersma komt oorspronkelijk uit noord-Holland.

c)

Maarten Wiersma komt oorspronkelijk uit Noord-Holland

d)

Maarten Wiersma komt oorspronkelijk uit Noord-Holland.

48.

Welke zin is helemaal juist?

a)

Onze lerares Duits scheurde met haar Opel over het Leidseplein.

b)

Onze lerares duits scheurde met haar Opel over het Leidseplein.

c)

Onze lerares Duits scheurde met haar opel over het Leidseplein.

d)

Onze lerares Duits scheurde met haar Opel over het leidseplein.

49.

Welke zin is helemaal juist?

a)

veel inwoners van Groningen houden niet van opera.

b)

Veel inwoners van Groningen houden niet van opera.

c)

Veel inwoners van Groningen houden niet van Opera.

d)

Veel inwoners van groningen houden niet van opera.

50.

Welke zin is helemaal juist?

a)

In de Breestraat werd een nieuwe winkel van Blokker geopend

b)

In de breestraat werd een nieuwe winkel van Blokker geopend.

c)

In de Breestraat werd een nieuwe winkel van Blokker geopend.

d)

In de Breestraat werd een nieuwe winkel van blokker geopend.

51.

Welke zin helemaal juist?

a)

In het zuiden van Nederland ligt noord-brabant.

b)

In het zuiden van nederland ligt Noord-Brabant.

c)

in het zuiden van Nederland ligt Noord-Brabant.

d)

In het zuiden van Nederland ligt Noord-Brabant.

52.

Welke zin helemaal juist?

a)

Nadine gaat met haar ouders naar Wildlands in Emmen.

b)

Nadine gaat met haar ouders naar wildlands in Emmen.

c)

Nadine gaat met haar ouders naar Wildlands in emmen.

d)

nadine gaat met haar ouders naar Wildlands in Emmen.

53.

Welk leesteken past het best aan het eind van deze zin?

"Een van hen had een emmer, de tweede had een drilboor en de derde een spade"

a)

?

b)

!

c)

.

54.

Welk leesteken past het best in deze zin?

"Maar wie van de vinders mocht de schat nu mee naar huis nemen"

a)

?

b)

!

c)

.

55.

Typ de zin over. Let op je hoofdletters en leestekens.


marie krijgt een nieuwe fiets

(a)  

56.

Typ de zin over. Let op hoofdletters en leestekens.


welke sport doe je graag

(a)  

57.

Typ de zin over. Let op hoofdletters en leestekens.


stop met lawaai maken

(a)  

58.

Welk leesteken is correct?


Wat doe je graag in je vrije tijd

a)

.

b)

?

c)

!

59.

Welk leesteken is correct?


In mijn klas zitten 10 leerlingen

a)

!

b)

?

c)

.

60.

Welke woorden moet je met een hoofdletter schrijven?

deze man komt uit mexico

a)

deze

b)

man

c)

komt

d)

uit

e)

mexico

61.

Welke woorden moet je met een hoofdletter schrijven?

leest mark elke dag het laatste nieuws?

a)

leest

b)

mark

c)

elke

d)

dag

e)

het laatste nieuws

62.

Wanneer schrijf je een hoofdletter?

a)

bij de maanden van het jaar

b)

aan het begin van een zin

c)

bij windstreken

d)

alle antwoorden zijn juist

63.

Welke zin klopt? Kijk naar hoofdletters en leestekens

a)

Daniek en debbie gaan maandag naar de kermis van beverwijk.

b)

Daniek en Debbie gaan Maandag naar de kermis van Beverwijk.

c)

Daniek en Debbie gaan maandag naar de kermis van Beverwijk!

d)

Daniek en Debbie gaan maandag naar de kermis van Beverwijk.

64.

Welke zin klopt? Kijk naar hoofdletters en leestekens.

a)

Wil jij in februari van volgend jaar echt niet mee naar Denemarken.

b)

Wil jij in februari van volgend jaar echt niet mee naar Denemarken?

c)

Wil jij in Februari van volgend Jaar echt niet mee naar denemarken?

d)

Wil jij in Februari van volgend jaar echt niet mee naar Denemarken?

65.

Waar staan de leestekens en hoofdletters goed:

a)

In ede wonen de gelukkigste mensen

b)

In Ede wonen de gelukkigste mensen

c)

in Ede wonen de gelukkigste mensen

66.

Wat is de juiste schrijfwijze?

a)

dinsdag

b)

Dinsdag

67.

Typ de zin over. Let op hoofdletters en leestekens?


welke sport doe je graag

(a)