wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 3 oefentoets

Total questions: 20

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

welke van de onderstaande celkenmerken wordt niet gebruikt bij ordening?

a)

celkernen

b)

celwanden

c)

bladgroenkorrels

d)

celmembraan

2.

Een dierlijke cel heeft geen ...?

a)

celkern

b)

celwand

c)

cytoplasma

d)

celmembraan

3.

een schimmel heeft geen ...? c

a)

celkern

b)

celwand

c)

bladgroenkorrels

d)

cytoplasma

4.

2 dieren behoren tot dezelfde soort als ze ...?

a)

op elkaar lijken

b)

hetzelfde gedrag vertonen

c)

nakomelingen kunnen krijgen

d)

vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen

5.

bacteriën planten zich voort door middel van ...?

a)

deling

b)

seksuele bevruchting

c)

fragmentatie

6.

varens planten zich voort door middel van ...?

a)

zaden

b)

sporenhoopjes

c)

sporendoosjes

d)

sporenvormende orgaantjes

7.

Wat voor soort eieren legt een kip?

a)

Eieren zonder schaal.

b)

Eieren met een leerachtige schaal.

c)

Eieren met een kalk schaal.

d)

Een kip legt geen eieren.

8.

Waar komen amfibieën voor?

a)

Op het land

b)

In de lucht

c)

In het water

9.

Bij de ordening van de organisme wordt gebruik gemaakt van vier rijken. Welke zijn dat?

a)

Planten

b)

Geleedpotigen

c)

Dieren

d)

Bacteriën

e)

Schimmels

10.

Bacteriën bestaan uit meerdere cellen

a)

juist

b)

onjuist

11.

Paddenstoelen behoren tot het rijk van de schimmels

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

In de zee leven algen, die bij de planten worden gerekend. Welk kenmerk van de cellen van algen wordt gebruikt om ze bij de planten te rekenen?

a)

Celwand

b)

Celkern

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celmembraan

13.

Een dier heeft de volgende kenmerken:

- huid met vacht

- levendbarend

- planteneter

Welke groep is dit?

a)

reptielen

b)

amfibiën

c)

geleedpotigen

d)

zoogdieren

14.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke dieren zien we?

a)

ongewervelden, geleedpotigen

b)

ongewervelden, reptielen

c)

gewervelden, reptielen

d)

gewervelden, geleedpotigen

15.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel is cel nummer 4?

a)

bacterie

b)

schimmel

c)

plant

d)

dier

16.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel kan fotosynthese doen?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

17.

Kijk goed naar de afbeelding. Welke cel kan een bacterie zijn?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

geen van deze

18.

Welke uitspraak of uitspraken is/zijn juist over de afbeelding?

a)

Deze honden behoren niet tot dezelfde soort.

b)

Deze honden behoren tot dezelfde soort.

c)

Deze honden behoren niet tot hetzelfde ras.

d)

Deze honden behoren tot hetzelfde ras.

19.

Een zezel is een kruising tussen een zebra en een ezel. Een zezel is niet vruchtbaar.


Zijn een ezel en een zebra dezelfde soort?

a)

Ja, want ze kunnen nakomelingen krijgen.

b)

Nee, want ze kunnen geen vruchtbare nakomelingen krijgen.

c)

Nee, want ze kunnen geen nakomelingen krijgen.

d)

Ja, want ze kunnen vruchtbare nakomelingen krijgen.

20.

Juist of onjuist?

Schimmels hebben cellen mét een celkern.

a)

Juist

b)

Onjuist