WorksheetsVoegwoorden oefenen
Total questions: 15
Worksheet time: 8mins
Vul de juiste voegwoord in: Ik ga naar de supermarkt ___ ik brood nodig heb.
daarom
terwijl
omdat
dus
Kies het juiste voegwoord: Hij houdt van voetballen, ___ zij houdt van dansen.
dus
of
maar
en
Welk voegwoord hoort hier: Ik ga naar buiten, ___ het mooi weer is.
daarom
omdat
want
dus
Vul in: Hij is moe, ___ hij heeft de hele dag gewerkt.
omdat
dus
maar
want
Kies het juiste voegwoord: Ik ga naar de winkel, ___ ik heb geld nodig.
dus
want
maar
omdat
Welk voegwoord hoort hier: Zij gaat naar bed, ___ ze moe is.
want
omdat
of
dus
Vul de juiste voegwoord in: Ik ga naar de film, ___ ik eigenlijk naar school moet.
terwijl
omdat
dus
of
Kies het juiste voegwoord: Hij houdt van lezen, ___ zij houdt van sporten.
of
dus
maar
en
Welk voegwoord hoort hier: Ik ga naar huis, ___ het begint te regenen.
want
omdat
dus
maar
Vul in: Zij is blij, ___ ze geslaagd is.
terwijl
daarom
omdat
aangezien
Kies het juiste voegwoord: Ik wil een ijsje, ___ ik heb trek.
maar
dus
of
want
Welk voegwoord hoort hier: Hij gaat naar de stad, ___ hij nieuwe schoenen nodig heeft.
of
want
dus
omdat
Vul de juiste voegwoord in: Ik ga naar de bioscoop, ___ ik van films houd.
want
dus
daarom
omdat
Kies het juiste voegwoord: Hij houdt van zwemmen, ___ zij houdt van zonnen.
of
dus
maar
en
Welk voegwoord hoort hier: Ik ga alleen naar de dierentuin, ___ het mooi weer is.
omdat
dus
als
terwijl
