WorksheetsWINKELEN
Total questions: 33
Worksheet time: 21mins
Schrijf woorden over het thema "winkelen".
Vind het juiste woord.
Een jeans
Een jurk
Een rok
Een broek
Vind het juiste woord.
Een jurk
Een hemd
Een t-shirt
Een jas
Wat is het juiste woord?
Een broek
Een rok
Een trui
Een jas
Vind het juiste woord.
Een sok
Een schoen
Een laars
Een jas
Vind het juiste woord.
Een hoed
Een pet
Een sjaal
Een jas
Wat is het juiste woord?
Een blouse
Een broek
Een rok
Een regenjas
Vind het juiste woord.
Een broek
Een trui
Een sjaal
Een jas
Wat is het juiste woord?
Een hoed
Een pet
Een das
Een jas
VERKOPER / VERKOOPSTER:
Van welk model houdt u?
Ja, ik zoek een trui.
Maat XL
Een breed.
Een rood.
VERKOPER / VERKOOPSTER:
- Kan ik u helpen?
Maat S
Hier is een briefje van 20 euro.
Ja, ik zoek een rok.
Ja, een slim fit.
VERKOPER / VERKOOPSTER:
Wat vindt u van dit hemd?
Blauw
Het is een heel mooi model!
Maat M
Ik zoek schoenen.
VERKOPER / VERKOOPSTER:
Welke maat voor uw schoenen?
Heel mooi!
42
L
34 euro
quelque chose
iets
bezoeken
winkelen
voetballen
faire les magasins
winkelen
kruipen
bezoeken
drinken
demain
gisteren
vandaag
morgen
overmorgen
Vertaal het woord: in de lente
en hiver
au printemps
en été
de bruine schoenen
les chaussures rouges
les robes vertes
les chaussures brunes
les chaussures bruns
Elle porte un pull vert
Ze draagt een rode jas
Ze draagt een gele trui
Ze draagt een gele jas
Ze draagt een groene trui
Hij heeft een kleine witte broek
Il a un petit pull blanc
Il a un petit pantalon blanc
Il a une petite pantalon blanche
Il a des petits pantalons blancs
Ik hou van rode schoenen
J'aime les chosures noires
J'aime les chaussures rouges
Tu aimes les chaussures rouges
J'aime les chaussures bleues
Le magasin est ouvert
de winkel is mooi
de winkel is open
de winkel is gesloten
de winkel is groen
De winkel is gesloten
Le magasin est ouvert
Le Magazine est fermé
Le magazin est ouvert
Le magasin est fermé
Wat is dat ?
Dat is een t-shirt.
Dat is een sjaal.
Dat is een trui.
Dat is een riem.
Wat is dat ?
Dat is een hoed.
Dat is een pet.
Dat is een riem.
Dat is een muts.
Wat draagt (porte) hij ?
Ze draagt een blauwe broek en bruine schoenen.
Hij draagt een rok en sandalen.
Hij draagt een blauwe broek en bruine schoenen.
Hij draagt een short en een t-shirt.
Wat is dat ?
Dat is een hoed.
Dat is een blauwe pet.
Dat is een blauwe muts.
Dat is een witte pet.
Ze draagt een hemd, een jean, sokken, sportschoenen en een muts.
Quels vêtements peux-tu mettre sur ta tête l'été pour te protéger du soleil ?
een hoed
een short
een pet
een t-shirt
Lequel des vêtements suivants est vraiment utile l'hiver lorsqu'il fait plus froid ?
een t-shirt
een mantel
een riem
een hemd
Ze draagt een zwart t-shirt, een blauw short en zwarte sportschoenen.
Hij draagt een zwarte jas, een zwarte muts, een grijs t-shirt, een jean en witte sportschoenen.
Ze draagt een wit t-shirt, een roze rok en zwarte schoenen.
