NEW
Font size
WorksheetsChallenge 1BB Woordsoorten
Total questions: 25
Worksheet time: 19mins
De antiquarische boekenverzameling in de stoffige zolderkamer oogde imposant.
Werkwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Bijwoord
Voorzetsel
Het sierlijke smeedwerk aan de poort van het kasteel was een staaltje van vakmanschap.
Bijwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Voorzetsel
Werkwoord
De glimmende sleutelbos lag verloren op het trottoir.
Voorzetsel
Bijvoeglijk naamwoord
Werkwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijwoord
Marieke is vorige week haar sleutelbos verloren.
Voorzetsel
Bijvoeglijk naamwoord
Werkwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijwoord
De leerlingen van het Mgr. Frencken College in Oosterhout maken bij het vak Nederlands een quiz.
Bijwoord
Voorzetsel
Werkwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Wordt jouw vader trainer bij het Nederlands elftal?
Werkwoord
Lidwoord
Voorzetsel
Bijwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Nadat ze hun huiswerk hadden gemaakt, ruimden ze hun kamer op en bereidden ze zich voor op het avondeten.
Werkwoord
Voorzetsel
Bijwoord
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Nadat de storm was gaan liggen, begonnen de mensen met het opruimen van de schade.
Bijvoeglijk naamwoord
Voorzetsel
Werkwoord
Bijwoord
Zelfstandig naamwoord
Hoeveel werkwoorden staan er in deze zin?
Terwijl de kinderen in het zwembad speelden, zaten de ouders aan de rand om een oogje in het zeil te houden.
1
2
3
4
5
Hoeveel bijvoeglijke naamwoorden staan er in deze zin?
De ervaren astronoom bestudeert verre, mysterieuze sterrenstelsels.
1
2
3
4
5
De Perzische tapijten gaven de kamer een exotisch tintje.
Voorzetsel
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Werkwoord
Bijwoord
De gracieuze ballerina voerde een adembenemende dans uit op het podium.
Voorzetsel
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Werkwoord
Bijwoord
De architect ontwerpt duurzame en innovatieve gebouwen.
Voorzetsel
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Werkwoord
Bijwoord
De advocaat verdedigt zijn cliënt voor de rechtbank.
Voorzetsel
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Werkwoord
Bijwoord
De groep scouts verzamelde zich rond het kampvuur.
Voorzetsel
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Werkwoord
Bijwoord
De leerlingen besloten op de bankjes te gaan zitten.
Voorzetsel
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Werkwoord
Bijwoord
Gedurende de hele nacht heeft hij aan zijn project gewerkt.
Voorzetsel
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Werkwoord
Bijwoord
Tijdens het schoolfeest trad DJ Tiësto op.
Voorzetsel
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Werkwoord
Bijwoord
Hij keek verdrietig naar de oude foto's.
Voorzetsel
Lidwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Werkwoord
Bijwoord
De kat sliep rustig op de vensterbank.
Voorzetsel
Lidwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Werkwoord
Bijwoord
De docent komt nooit te laat.
Voorzetsel
Lidwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Werkwoord
Bijwoord
Hij eet altijd boterhammen met pindakaas als ontbijt.
Voorzetsel
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Lidwoord
Bijwoord
Vandaag ben ik erg vrolijk.
Voorzetsel
Zelfstandig naamwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Lidwoord
Bijwoord
Hoeveel lidwoorden staan er in deze zin?
De kat van mijn buurman jaagt in de achtertuin op een muis.
1
2
3
4
0
Welke lidwoorden zijn bepaalde lidwoorden?
de - het
de - een
het - een
