wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Moleculen W2

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.
Een stuk zeep ruikt vaak lekker. In welke fase is een stof die je ruikt?
a)
vaste fase
b)
vloeibare fase
c)
gasfase
2.
Bij welke faseovergang gaan de moleculen sneller bewegen?
a)
stollen
b)
rijpen
c)
verdampen
d)
condenseren
3.

Het deeltjesmodel bestaat uit:

a)

Moleculen

b)

Atomen

c)

cellen

d)

protonen

4.

Wat is de fase-overgang van gas naar vloeibaar?

a)

Smelten

b)

Stollen

c)

Condenseren

d)

Vervluchtigen

5.

De faseovergang van gasvormig naar vast heet...

a)

Stollen

b)

Smelten

c)

Condenseren

d)

Desublimeren

6.

Tussen de moleculen van een gas zit lucht

a)

juist

b)

onjuist

7.
gassen kunnen......
a)
verdampen en smelten
b)
condenseren en smelten
c)

condenseren en desublimeren

d)

stollen en sublimeren

8.

De massa van een stof verandert als de temperatuur verandert.

a)

waar

b)

niet waar

c)

geen idee

9.

Wanneer stoffen worden verwarmd, zal er altijd een faseovergang zijn.

a)

waar

b)

niet waar

c)

geen idee

10.

Bij een faseovergang worden er nieuwe moleculen gemaakt.

a)

waar

b)

niet waar

11.

Bij een hogere temperatuur gaan deeltjes ...

a)

groter worden

b)

sneller bewegen

c)

trager bewegen

d)

kleiner worden

12.
Welk van de onderste 3 is het kleinst: 
a)
een cel
b)
een atoom
c)
een molecuul
13.

Een stof wordt verwarmd. Deze stof zal uitzetten.

a)

waar

b)

niet waar

c)

geen idee

14.

Een stof krimpt omdat ...

a)

de moleculen verder uit elkaar gaan

b)

de moleculen kleiner worden

c)

er moleculen verdwijnen

d)

de moleculen trager bewegen

15.

Welke faseovergang zie je op de afbeelding?

a)

verdampen

b)

smelten

c)

stollen

d)

bevriezen

16.

Duid het kleinste volume aan.

a)

ijsblokje

b)

vloeibaar water

c)

waterdamp

17.

Duid het grootste volume aan.

a)

goud in de vaste fase

b)

goud in de vloeibare fase

c)

goud in de gasvormige fase