wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3mk h4

Total questions: 28

Worksheet time: 1hrs 15mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een onzeker voorval?

a)

Een gebeurtenis die je niet vooraf kunt voorspellen.

b)

Een gebeurtenis waarbij de verzekering geen schade vergoed.

c)

Een gebeurtenis waarvoor je geen dekking kunt krijgen.

d)

Een gebeurtenis waarvoor je niet verzekerd bent.

2.

Onderweg naar huis maakt Eelco met zijn auto een lange kras op de auto van Gerard. De schade aan Gerard’s auto is € 1.300. Via welke verzekering wordt de schade aan de auto van Gerard vergoed?

a)

aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP)

b)

cascoverzekering voor motorvoertuigen

c)

fietsverzekering

d)

WA-verzekering voor motorvoertuigen

3.
In de ....... staan de rechten en plichten van de verzerkaar en verzekerde
a)
premie
b)
polis
c)
verzekering
d)
dekking
4.
Welke verzekering is verplicht om met je scooter de weg op te mogen?
a)
WA-verzekering
b)
Cascoverzekering
c)
All-risk verzekering
d)
APV verzekering
5.

Bij welke verzekering kun je fysiotherapie laten vergoeden?

a)

WA-verzekering

b)

AVP

c)

Basisverzekering

d)

Aanvullende verzekering

6.

Iets wat je afsluit als je kans hebt op schade en je wilt dat die schade vergoed wordt door de verzekeraar.

a)

rente

b)

aflossing

c)

verzekering

d)

spaarrekening

7.

Het bedrag dat je betaalt voor een verzekering.

a)

polis

b)

premie

c)

aflossing

d)

rente

8.

Een deel van de schade die je zelf moet betalen omdat die niet wordt vergoed door de verzekeraar.

a)

eigen premie

b)

eigen polis

c)

eigen risico

d)

eigen deel

9.

De ..................... (vul aan) is de partij die zich verzekert.

a)

Verzekeraar

b)

Verzekeringnemer

c)

Verzekeringsagent

10.

De .................... (vul aan) is het geld dat de verzekeringnemer aan de verzekeraar betaalt bij het afsluiten van een polis.

a)

Waarborg

b)

Premie

11.

In welk geval is er geen sprake van een onzeker voorval?

a)

Tijdens een potje voetballen in de straat vloog er een bal bij de buurvrouw door de ruit.

b)

De storm heeft het dak van het gemeentehuis beschadigd.

c)

Door onoplettendheid heb je bij het inparkeren een paaltje geraakt.

d)

Uit frustratie omdat hij weer is vastgelopen, heb je de computer een knal gegeven.

12.

Tijdens het wandelen heeft jouw hond de voetbal van spelende kinderen kapot gebeten. Onder de dekking van welke verzekering valt deze schade?

a)

Inboedelverzekering

b)

WA-verzekering

c)

Aansprakelijkheidsverzekering

d)

Allrisksverzekering

13.

Welke verzekering zal het meest worden aangesproken? (zie afbeelding)

a)

Opstalverzekering

b)

Inboedelverzekering

c)

Aansprakelijkheidsverzekering

d)

Cascoverzekering

14.

De kinderbijslag is een voorbeeld van

a)

Inkomen uit arbeid

b)

Inkomen van bezit

c)

Overdrachtsinkomen

15.

Een deel van de schade die je zelf moet betalen omdat die niet wordt vergoed door de verzekeraar.

a)

eigen premie

b)

eigen polis

c)

eigen risico

d)

eigen deel

16.

Verzekeringen zijn bedacht om

a)

rijk van te worden

b)

Je te helpen bij onverwachte hoge kosten

17.

Zijn er verplichte verzekeringen in Nederland

a)

Ja

b)

Nee

18.

Wat is op dit moment de hoogte van de assurantiebelasting?

a)

6%

b)

9,7%

c)

21%

d)

30%

19.

Onderverzekerd zijn bij een verzekering betekent:

a)

Je hebt een hogere waarde opgegeven dan de werkelijke waarde

b)

Je hebt een lagere waarde opgegeven dan de werkelijke waarde

c)

Je hebt alleen de onder verdieping van het huis verzekerd

d)

Je hebt een lagere premie betaald dan de werkelijke premie

20.

Wat is het verschil tussen een inboedelverzekering en een opstalverzekering?

a)

De inboedelverzekering dekt schade aan de spullen in huis, terwijl de opstalverzekering schade aan het huis zelf dekt.

b)

De inboedelverzekering dekt schade aan het huis, terwijl de opstalverzekering schade aan de spullen in huis dekt.

21.

Wie moet betalen voor de zorgverzekering?

a)

Alle mensen.

b)

Alle mensen van 18 jaar en ouder.

c)

De gemeente.

d)

De zorgverzekeraar.

22.

Welk begrip hoort bij deze afbeelding?

a)

inboedelverzekering

b)

Onzeker voorval

c)

Opstalverzekering

d)

Cascoverzekering

23.

Welk begrip hoort bij deze afbeelding?

a)

Wa-verzekering

b)

Onderverzekerd

c)

Bonus-malusladder

d)

Zorgverzekering

24.

Een WA-verzekering voor motorvoertuigen is verplicht.

a)

Juist

b)

Onjuist

25.

Als je schade claimt, dan stijgt de premie van je autoverzekering.

a)

juist

b)

onjuist

26.

Welk begrip hoort bij deze afbeelding?

a)

Verzekerde

b)

Zorgtoeslag

c)

Eigen risico

d)

Zorgverzekering

27.

Welke van de onderstaande uitspraken zijn juist?

a)

Als je een eigen risico hebt, hoeft de verzekeraar minder schade te vergoeden.

b)

Bij een verzekering met eigen risico moet je een deel van de schade zelf betalen.

c)

Een onzeker voorval krijg je alleen vergoed als je een eigen risico hebt.

d)

Wanneer je een eigen risico hebt, moet je een hogere premie betalen.

28.
De formule om een percentage te berekenen is: 
a)
deel : geheel x 100%
b)
nieuw-oud x 100%
c)
deel + geheel x 1000
d)
geheel:100 x 1/2