wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz PDCA-cyclus en MDO

Total questions: 42

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

De PDCA-cyclus staat voor Plan-Do-Check-Act.

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

De PDCA-cyclus wordt gebruikt om continue verbetering te bevorderen.

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

In de PDCA-cyclus komt de ‘Check’-fase na de ‘Act’-fase.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Het maken van een zorgplan begint met de ‘Plan’-fase van de PDCA-cyclus.

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

In de ‘Do’-fase van de PDCA-cyclus worden de geplande acties uitgevoerd

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

De ‘Check’-fase van de PDCA-cyclus omvat het evalueren van de resultaten.

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

De ‘Act’-fase van de PDCA-cyclus houdt in dat er geen verdere actie wordt ondernomen.

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Een ondersteuningsplan is hetzelfde als een zorgplan.

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Een zorgplan moet regelmatig worden bijgewerkt.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Multidisciplinair overleg (MDO) is een overleg tussen professionals uit verschillende disciplines.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

In een MDO worden alleen medische zaken besproken

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Een persoonlijk begeleider neemt deel aan MDO’s om de voortgang van cliënten te bespreken.

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

De ‘Check’-fase van de PDCA-cyclus omvat het verzamelen van gegevens.

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

De PDCA-cyclus kan niet worden toegepast in de jeugdzorg.

a)

Waar

b)

Niet waar

15.

In de ambulante begeleiding is het belangrijk om regelmatig contact te hebben met de cliënt.

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

In de ouderenzorg is het belangrijk om familieleden te betrekken bij het zorgplan.

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Een ondersteuningsplan wordt opgesteld zonder input van de cliënt.

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

In de ouderenzorg is het belangrijk om familieleden te betrekken bij het zorgplan.

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Evaluatie van het zorgplan gebeurt in de ‘Act’-fase van de PDCA-cyclus.

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

De PDCA-cyclus is een eenmalig proces.

a)

Waar

b)

Niet waar

21.

De ‘Plan’-fase van de PDCA-cyclus omvat het stellen van doelen

a)

Waar

b)

Niet waar

22.

In de gehandicaptenzorg is het zorgplan gericht op de zelfredzaamheid van de cliënt.

a)

Waar

b)

Niet waar

23.

In een MDO worden ook de wensen en behoeften van de cliënt besproken.

a)

Waar

b)

Niet waar

24.

In de gehandicaptenzorg is het zorgplan gericht op de zelfredzaamheid van de cliënt.

a)

Waar

b)

Niet waar

25.

Een zorgplan bevat geen informatie over de medicatie van de cliënt.

a)

Waar

b)

Niet waar

26.

De ‘Do’-fase van de PDCA-cyclus omvat het uitvoeren van interventies.

a)

Waar

b)

Niet waar

27.

In de ouderenzorg is het zorgplan gericht op de kwaliteit van leven van de cliënt

a)

Waar

b)

Niet waar

28.

Een MDO vindt plaats zonder de aanwezigheid van de cliënt.

a)

Waar

b)

Niet waar

29.

De PDCA-cyclus kan helpen bij het verbeteren van de zorgkwaliteit.

a)

Waar

b)

Niet waar

30.

In de gehandicaptenzorg is het belangrijk om de sterke punten van de cliënt te benadrukken in het zorgplan.

a)

Waar

b)

Niet waar

31.

De ‘Act’-fase van de PDCA-cyclus omvat het aanpassen van de plannen op basis van de evaluatie.

a)

Waar

b)

Niet waar

32.

Een zorgplan moet voldoen aan wettelijke eisen.

a)

Waar

b)

Niet waar

33.

In de jeugdzorg is het belangrijk om het netwerk van de cliënt te betrekken bij het zorgplan.

a)

Waar

b)

Niet waar

34.

De ‘Plan’-fase van de PDCA-cyclus omvat het identificeren van problemen.

a)

Waar

b)

Niet waar

35.

Een MDO is alleen nodig bij complexe zorgvragen.

a)

Waar

b)

Niet waar

36.

De PDCA-cyclus kan niet worden toegepast in de ambulante begeleiding.

a)

Waar

b)

Niet waar

37.

In de ouderenzorg is het zorgplan gericht op het behoud van zelfstandigheid.

a)

Waar

b)

Niet waar

38.

Een ondersteuningsplan bevat doelen op korte en lange termijn.

a)

Waar

b)

Niet waar

39.

De ‘Do’-fase van de PDCA-cyclus omvat het monitoren van de voortgang.

a)

Waar

b)

Niet waar

40.

In een MDO worden ook de interventies geëvalueerd.

a)

Waar

b)

Niet waar

41.

De PDCA-cyclus is een hulpmiddel voor kwaliteitsmanagement.

a)

Waar

b)

Niet waar

42.

Een zorgplan wordt alleen opgesteld door de persoonlijk begeleider.

a)

Waar

b)

Niet waar