Font size
Worksheetsgr13 2h h1 h2 LRC ++
Total questions: 76
Worksheet time: 2hrs 29mins
Herleid:
5(x−3)
Herleid:
−2x(3y−5)
Herleid:
2(3x+7y)
Herleid:
−2x(3y−z)
Herleid:
4−7(3x−1)
Herleid:
3(4x+y)+5(x−2y)
Herleid:
5(x+2y)−4(2x−y)
Herleid:
(x+5)(y+3)
Zet de termen in de juiste volgorde.
Herleid:
(x−7)(x−1)
Zet de termen in de juiste volgorde.
Herleid:
(2x−1)2
Zet de termen in de juiste volgorde.
Herleid:
(x+4)(x−1)−3(x−1)
Zet de termen in de juiste volgorde.
Herleid:
(4x+3)2−6⋅4x
Zet de termen in de juiste volgorde.
Herleid:
(x−6)2−4(x+9)
Zet de termen in de juiste volgorde
Herleid:
(x+5)(x−2)
Zet de termen in de juiste volgorde
Herleid:
(3x−2)(5x+1)
Zet de termen in de juiste volgorde
Herleid:
(2x−10)2
Zet de termen in de juiste volgorde
Herleid:
(x+5)(x+2)−(x+2)(x−1)
Zet de termen in de juiste volgorde
Herleid:
(4x−1)2−(2x−1)(8x+2)
Zet de termen in de juiste volgorde
Herleid:
11x3x
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Herleid:
3xy9x
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Herleid:
42yz−12xy
Vereenvoudig zo ver mogelijk.
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Herleid:
2z7y+2z3y
Vereenvoudig zo ver mogelijk.
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Herleid:
x2−y5
Vereenvoudig zo ver mogelijk.
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Zet de termen in de juiste volgorde.
Herleid:
5+x3
Vereenvoudig zo ver mogelijk.
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Zet de termen in de juiste volgorde.
Herleid:
5a2−a1
Vereenvoudig zo ver mogelijk.
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Zet de termen in de juiste volgorde.
Herleid:
5−yx
Vereenvoudig zo ver mogelijk.
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Zet de termen in de juiste volgorde.
Herleid:
x3⋅92y
Vereenvoudig zo ver mogelijk.
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Zet de termen in de juiste volgorde.
Herleid:
x12:y4
Vereenvoudig zo ver mogelijk.
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Zet de termen in de juiste volgorde.
Herleid:
y3x:2z6
Vereenvoudig zo ver mogelijk.
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Zet de termen in de juiste volgorde.
Bereken:
52:43
Vereenvoudig zo ver mogelijk.
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Zet de termen in de juiste volgorde.
Bereken:
−76:2
Vereenvoudig zo ver mogelijk.
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Zet de termen in de juiste volgorde.
Bereken:
−165:32
Vereenvoudig zo ver mogelijk.
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Zet de termen in de juiste volgorde.
Bereken:
15x⋅y6
Vereenvoudig zo ver mogelijk.
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Zet de termen in de juiste volgorde.
Bereken:
x12:y4
Vereenvoudig zo ver mogelijk.
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Zet de termen in de juiste volgorde.
Bereken:
x4:y
Vereenvoudig zo ver mogelijk.
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Zet de termen in de juiste volgorde.
Bereken:
x3⋅92y
Vereenvoudig zo ver mogelijk.
Laat de breuk in het eindantwoord staan.
Zet de termen in de juiste volgorde.
Herleid:
3x7+5x7
Herleid:
3x2y3+x2y3
Herleid:
3x4−4x4+7x4
Herleid:
3x7y4−8x7y4
Herleid:
−xy6−2xy6
Herleid:
3x7⋅5x4
Herleid:
−2x3⋅5y3
Herleid:
3x3⋅−x2⋅−5x6
Herleid:
3x7+5x7
Herleid:
3x7+5y7
Herleid:
3x2y3+x2y3
Herleid:
3x7y4−8x7y4
Herleid:
−xy6−2xy6
Herleid:
−4xy3⋅6x2y3
Herleid:
(x2)9
Herleid:
(x5)5
Herleid:
3(x10)3⋅4x2
Herleid:
(xy)8
Herleid:
(−4x6)3
Herleid:
(xy4)5
Herleid:
x7x15
Herleid:
4x412x12
Herleid:
x9x7
Herleid:
3x3y15x6y4
Herleid:
(x6)4+(x2)12
Herleid:
3(x10)⋅4x2
Herleid:
(−4x6)3
Herleid:
(x2y)5
Herleid:
−3(xy2)3
Leg het juiste woord op een rode stip.
Leg op de juiste rode stip.
Alle punten met een gelijke afstand tot een punt vormen een...
cirkel
lijn
lijnstuk
halve lijn
Punten met een gelijke afstand tot een lijn vormen..
cirkel
één lijn
twee lijnen
loodrechte lijn
De afstand van (2,2) naar punt C is (a) dan 3.
De afstand van (5,2) naar punt C is (a) dan 3.
Wat kan je zeggen over de afstand van punt A en punt B ten opzichte van punt (3,2)?
De afstand is gelijk.
A ligt dichter bij (3,2) dan B.
B ligt dichter bij (3,2) dan A.
Wat is waar?
Elk punt op de rode lijn in het buitengebied van de cirkel heeft een gelijke afstand tot A en tot B.
Elk punt op de rode lijn in het buitengebied van de cirkel heeft een grotere afstand tot A dan tot B.
Elk punt op de rode lijn in het buitengebied van de cirkel heeft een kleinere afstand tot A en tot B.
Verbeter de tekening.
Verbeter de tekening.
Teken ΔABC met A(−2,1) , B(4,1) en C(−2,5) .
Teken de omgeschreven cirkel.
Wat zijn de coördinaten van het middelpunt van de omgeschreven cirkel? Noteer als (−7.7) .
Maak een foto van je schrift en lever dat hier in.
