wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Basisstof 1 en 2

Total questions: 28

Worksheet time: 2hrs 11mins

Name
Class
Date
1.

Uit welke 2 lagen bestaat de huid?

a)

Lederhuid

b)

Onderhuids bindweefsel

c)

Opperhuid

d)

vet

2.

Uit welke 2 lagen bestaat de opperhuid?

a)

Kiemlaag

b)

Lederhuid

c)

Opperhuid

d)

Hoornlaag

3.

De hoornlaag bestaat uit:

a)

Dode cellen

b)

Levende cellen

4.

De kiemlaag bestaat uit:

a)

Dode cellen

b)

Levende cellen

5.

De functie van de hoornlaag is...

a)

Het beschermen tegen beschadiging, uitdroging en ziektes.

b)

Het delen van de cellen om de huid te vernieuwen.

6.

De drukzintuigen liggen...

a)

diep in de huid.

b)

onder de opperhuid.

7.

Wat is de functie van zweet?

a)

Het afkoelen van je lichaam door verdamping.

b)

Het opwarmen van je lichaam door verdamping.

c)

Het afkoelen van je lichaam door een isolerend laagje te vormen.

d)

Het opwarmen van je lichaam door een isolerend laagje te vormen.

8.

In onderhuids bindweefsel....

a)

Liggen vetten opgeslagen als reservevoedsel.

b)

Liggen eiwitten opgeslagen als reservevoedsel.

c)

Liggen suikers opgeslagen als reservevoedsel.

9.

Je telefoon gaat af en je pakt met je hand de telefoon op. Wat is hier de prikkel?

a)

Je telefoon

b)

Het geluid van de telefoon

c)

Je hand die de telefoon oppakt.

10.
Wat zijn zintuigen?
a)
ogen, oren, mond, neus, huid, handen
b)
ogen, mond, oren, huid, neus
c)
ogen, oren, mond, huid, neus, voeten
d)
ogen, oren, mond, huid, neus, gevoel
11.
Wat kun je met je zintuigen doen?
a)
informatie uit je omgeving zien
b)
informatie uit je omgeving horen
c)
informatie uit je omgeving waarnemen
d)
geen idee
12.
Je neemt waar doordat je iets
a)
voelt, ruikt, ziet, hoort, proeft
b)
eet, voelt, ruikt, ziet, hoort
c)
voelt, ruikt, ziet, hoort, proeft, hoopt
d)
doet
13.
Je zintuigen nemen
a)
taken waar
b)
mensen waar
c)
prikkels waar
d)
iets op
14.
In de zintuigen wordt van een prikkel een
a)
taak gemaakt
b)
afdruk gemaakt
c)
impuls gemaakt
d)
inpuls
15.
voor welke  smaken is je tong het gevoeligst?
a)
melk,boter,zoet,zout
b)
bitter,zoet,water,zout
c)
zoet,zuur,bitter,zout
d)
zoet,zuur,bitter,zout
16.
Dit is een adequate prikkel voor:
a)
ogen
b)
oren
c)
huid
d)
evenwicht
17.
Dit is een adequate prikkel voor:
a)
ogen
b)
oren
c)
huid
d)
evenwicht
18.
Het zenuwstelsel bestaat uit:
a)
hersenen en zenuwen
b)
hersenen en ruggenmerg
c)
hersenen en perifere zenuwen
d)
hersenen, ruggenmerg en zenuwen
19.

In je huid zitten verschillende zintuigen. Welk zintuig heb je nodig om te merken dat iets koud is?

a)

Het kou zintuig

b)

Het warmte zintuig

c)

De temperatuurszintuig

20.
Iets waar je zintuigen op reageren heet een ...
a)
Impuls
b)
Seintje
c)
Prikkel
d)
Zenuw
21.

Wat doe je met je ogen?

a)

horen

b)

zien

c)

voelen

d)

proeven

e)

ruiken

22.

Wat doe je met je handen?

a)

horen

b)

zien

c)

voelen

d)

proeven

e)

ruiken

23.

Wat doe je met je neus?

a)

horen

b)

zien

c)

voelen

d)

proeven

e)

ruiken

24.

Wat doe je met je tong?

a)

horen

b)

zien

c)

voelen

d)

proeven

e)

ruiken

25.

Wat doe je met je oren?

a)

horen

b)

zien

c)

voelen

d)

proeven

e)

ruiken

26.

Wat hoort er niet bij?

neus - geur - oog - ruiken

(a)  

27.

Wat hoort er niet bij?

zien - kijken - ogen - luisteren

(a)  

28.

Wat hoort er niet bij?

proeven - kijken - zien - ogen

(a)