wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Evolutie quiz soortvorming

Total questions: 16

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Wie verzon de evolutie-theorie?

a)
Albert Einstein
b)
Leonardo da Vinci
c)
Apollo
d)
Charles Darwin
2.

Wat is allopatrische soortvorming?

a)

Als groepen van dezelfde soort van elkaar worden geïsoleerd door een rivier

b)

Als groepen van dezelfde soort van elkaar worden geïsoleerd door een verschillend dagritme

c)

Als groepen van dezelfde soort van elkaar worden geïsoleerd door verschillende baltsdansen

d)

Als groepen van dezelfde soort van elkaar worden geïsoleerd door een verschillend voedingspatroon

3.

Aan welke groep zijn de gorilla’s het meest verwant volgens de stamboom?

a)

aan de apen van de oude wereld

b)

aan de apen van de nieuwe wereld

c)

aan de chimpansees

d)

aan de gibbons

4.

Biologen zoeken naar verwantschap door te kijken naar overeenkomsten in de samenstelling van DNA in cellen.

a)

Juist

b)

onjuist

5.

Verwantschap betekent... (meerder antwoorden mogelijk)

a)

Dat je familie van elkaar bent

b)

Dat je een gemeenschappelijke voorouder hebt gehad.

c)

Dat je veel op elkaar lijkt

d)

Dat je samen vruchtbare nakomelingen kan krijgen

e)

Dat je veel overeenkomstig DNA hebt

6.

Waarom passen dieren zich aan?

a)

Omdat ze dan een voordeel hebben in hun omgeving.

b)

Omdat dieren dan sneller zijn.

c)

Door fouten bij de ontwikkeling.

d)

Hier is geen reden voor.

7.

Door middel van DNA kan worden na gegaan of twee dieren verwant zijn en dus dezelfde voorouder hebben.

a)

juist

b)

onjuist

8.

Welke stellingen kloppen? (meerder antwoorden mogelijk)

a)

Haaien zijn eerder ontstaan dan beenvissen

b)

Beenvissen zijn meer verwant aan haaien dan aan amfibieën

c)

Amfibieën zijn een voorouder van zoogdieren

d)

Reptielen en vogels hebben een gemeenschappelijke voorouder

9.

Wat is een soort?

a)

Een groep organismen die samen leven

b)

Een groep organismen die in staat zijn voort te planten en vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen

c)

Een groep organismen die in staat zijn voort te planten

10.

Waarvan is hier sprake?

a)

Allopatrische soortvorming

b)

Sympatrische soortvorming

11.

Wat is geen voorbeeld van evolutie?

a)

Giraffen hebben door de eeuwen heen een langere nek gekregen

b)

Kikkers zijn van een eitje naar een kikkervisje veranderd

c)

IJsberen hebben een steeds lichtere vacht gekregen

d)

Berkenspanners (vlinders) hebben donkere vleugels gekregen

12.
Zijn het ontstaan en uitsterven van diersoorten allebei onderdelen van evolutie? 
a)

ja

b)

nee

13.

Twee soorten zangvogels hebben verschillende baltsliedjes. De vrouwtjes reageren alleen op het lied van hun eigen soort en negeren dat van andere soorten. Van welke soort reproductieve isolatie is hier sprake?

a)

Mechanisch

b)

Geologisch

c)

Gedrag

d)

Tijd

e)

Gametisch

14.

Twee soorten zangvogels hebben verschillende baltsliedjes. De vrouwtjes reageren alleen op het Twee soorten kikkers in dezelfde regio paren op verschillende tijden van het jaar, waardoor ze elkaar nooit tegenkomen tijdens het voortplantingsseizoen. Van welke soort reproductieve isolatie is hier sprake?

a)

Mechanisch

b)

Geologisch

c)

Gedrag

d)

Tijd

e)

Gametisch

15.

Twee soorten kevers hebben anatomisch verschillende voortplantingsorganen, waardoor een mannetje van de ene soort niet kan paren met een vrouwtje van de andere soort. Van welke soort reproductieve isolatie is hier sprake?

a)

Mechanisch

b)

Geologisch

c)

Gedrag

d)

Tijd

e)

Gametisch

16.

Bij sommige zee-egels kunnen de eicellen van een soort niet bevrucht worden door het sperma van een andere soort. Van welke soort reproductieve isolatie is hier sprake?

a)

Mechanisch

b)

Geologisch

c)

Gedrag

d)

Tijd

e)

Gametisch