wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz over 5S en Verspilling

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de juiste volgorde van de 5S-stappen?

a)

Schikken – Scheiden – Schoonmaken – Standaardiseren – Standhouden

b)

Scheiden – Schikken – Schoonmaken – Standaardiseren – Standhouden

c)

Schoonmaken – Schikken – Scheiden – Standhouden – Standaardiseren

d)

Standaardiseren – Schoonmaken – Schikken – Scheiden – Standhouden

2.

Wat bedoelt men met de stap ‘Scheiden’ in het 5S-model?

a)

Alles schoonmaken

b)

Verwijderen wat je niet nodig hebt

c)

Alles controleren

d)

Iets een vaste plek geven

3.

Wat hoort bij de stap ‘Standaardiseren’?

a)

Afval weggooien

b)

Controleren of iedereen hetzelfde doet

c)

Alles een vaste plek geven

d)

De vloer dweilen

4.

Wat is het doel van 5S?

a)

Minder energie gebruiken

b)

Minder tijd verspillen aan schoonmaken

c)

Verspilling voorkomen door gedragsverandering

d)

Meer voorraad opslaan

5.

Welk voorbeeld past bij overproductie?

a)

Te veel pizza’s maken en niet kunnen verkopen

b)

Te lang wachten tot de oven is warm

c)

Iemand loopt onnodig heen en weer

d)

Foute bestellingen corrigeren

6.

Iemand wacht tot een machine klaar is met voorverwarmen. Welke verspilling is dit?

a)

Transport

b)

Wachten

c)

Overbodige beweging

d)

Onbenut talent

7.

Welke verspilling herken je als iemand steeds opnieuw naar de koeling moet lopen?

a)

Overproductie

b)

Transport

c)

Overbodige bewegingen

d)

Correctie

8.

Je collega heeft veel Vaardigheden en capaciteiten maar doet alleen simpele taken. Wat zie je hier?

a)

Onbenut talent

b)

Verspilling

c)

Voorraad

d)

Uitval

9.

Groenten komen bedorven binnen van de leverancier. Wat is dit?

a)

Correctie

b)

Verspilling

c)

Derving

d)

Voorraadbeheer

10.

Een leerling bakt een hamburger zwart. Wat is dit?

a)

Derving

b)

Verspilling

c)

Correctie/uitval

d)

Overproductie

11.

Wat is het belangrijkste verschil tussen uitval en verspilling?

a)

Uitval gebeurt in het magazijn

b)

Verspilling is duurder

c)

Uitval gebeurt in het proces, verspilling is het gevolg daarvan

d)

Uitval is gepland, verspilling niet

12.

Wat gebeurt er bij verspilling?

a)

Je voorkomt fouten

b)

Je gebruikt alles efficiënt

c)

Je hebt iets gemaakt dat uiteindelijk wordt weggegooid

d)

Je hergebruikt producten