wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Genderverschillen en Klasmanagement

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat bedoelt men met ‘gender is sociaal geconstrueerd’?

a)

Gender hangt alleen af van hormoonniveaus

b)

Gender is onveranderlijk gedurende het leven

c)

Gender wordt volledig genetisch bepaald

d)

Genderrollen ontstaan door cultuur en context

2.

Welke uitspraak over externaliserend vs internaliserend gedrag is het meest correct?

a)

Meisjes vertonen vaker competitief, riskant, dominant gedrag

b)

Meisjes vertonen vaker agressief, storend, fysiek gedrag

c)

Jongens vertonen vaker luid, bewegend, afleidend gedrag

d)

Jongens vertonen vaker rustig, taakgericht, gevoelig gedrag

3.

Wat is een belangrijke nuance bij groepsverschillen tussen jongens en meisjes?

a)

Tussen groepsverschillen zijn altijd groter dan binnen groepen

b)

Binnen groepsverschillen zijn statistisch onbetekenend

c)

Binnen groepsverschillen zijn vaak groter dan tussen groepen

d)

Er zijn geen binnen groepsverschillen zichtbaar

4.

Welke bias in docentenaandacht wordt vaak gerapporteerd?

a)

Jongens krijgen minder aandacht in totaal

b)

Meisjes krijgen vaker individuele begeleiding

c)

Jongens krijgen meer corrigerende aandacht

d)

Meisjes krijgen meer corrigerende aandacht

5.

Wat is een mogelijk gevolg van ongelijke aandacht volgens het materiaal?

a)

Jongens meer hulpvragen; meisjes meer feedback

b)

Jongens lagere schoolbinding; meisjes minder spreektijd

c)

Jongens hogere schoolbinding; meisjes meer spreektijd

d)

Jongens minder motivatie; meisjes meer autoriteit

6.

Wat motiveert meisjes relatief vaker volgens de samenvatting?

a)

Materiële beloningen en straf

b)

Competitie en fysieke activiteit

c)

Interessant onderwerp en autonomie

d)

Mening van de leerkracht en feedback

7.

Wat motiveert jongens relatief vaker volgens de samenvatting?

a)

Interessant onderwerp en inhoud

b)

Mening van de leerkracht

c)

Regels en sancties

d)

Groepsacceptatie en status

8.

Wat zegt onderzoek over het geslacht van de leerkracht en leerprestaties?

a)

Effect afhankelijk van schoolvak

b)

Sterk effect op prestaties van meisjes

c)

Sterk effect op prestaties van jongens

d)

Nauwelijks effect op prestaties van jongens of meisjes

9.

Wat is doorslaggevender dan het geslacht van de leerkracht?

a)

Kwaliteit van klasmanagement

b)

Striktheid van regels

c)

Gebruik van competitie

d)

Aantal jongens in de klas

10.

Welke misvatting wordt expliciet ontkracht?

a)

Meisjes vragen vaker om hulp

b)

Jongens praten meer dan meisjes

c)

Feedback is altijd neutraal

d)

Meer mannelijke leraren nodig

11.

Welke kleine praktische verschillen worden genoemd?

a)

Vrouwen competitie; mannen samenwerking

b)

Vrouwen technisch; mannen talig

c)

Vrouwen strenger; mannen empathischer

d)

Vrouwen relationeel/coöperatief; mannen orde

12.

Welke adviesstrategie hoort bij inclusieve taal?

a)

Vermijd genderstereotype rolmodellen in opdrachten

b)

Gebruik vaker jongens als voorbeelden

c)

Geef meisjes minder corrigerende feedback

d)

Laat leerlingen zichzelf indelen op gender

13.

Welke klasmanagementpraktijk bevordert rechtvaardige spreektijd?

a)

Denkpauzes en willekeurige beurten

b)

Vrije inloop en open deur

c)

Harde straf bij doorpraten

d)

Alleen handopsteken toestaan

14.

Wat zegt het materiaal over perceptie van genderrollen bij docenten?

a)

Percepties ‘zorgzaam’ versus ‘autoriteit’ zijn te simplistisch

b)

Percepties zijn altijd accuraat in elke context

c)

Autoriteit hoort exclusief bij mannen

d)

Zorgzaamheid hoort exclusief bij vrouwen

15.

Welke stelling over single-sex onderwijs wordt betwist door onderzoek?

a)

Vervangt inclusieve taal effectief

b)

Verhoogt motivatie bij alle leerlingen

c)

Verkleint de prestatiekloof niet structureel

d)

Elimineert alle klasmanagementproblemen