wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

WIS - Hoofdstuk 5 -aftrekken

Total questions: 63

Worksheet time: 43mins

Name
Class
Date
1.

15 − 7 = 8

15 en 7 zijn de ....

a)

De termen

b)

Het verschil

c)

De aftrekking

d)

Het aftrektal

e)

De aftrekker

2.

15 − 7 = 8

7 is de ....

a)

De termen

b)

Het verschil

c)

De aftrekking

d)

Het aftrektal

e)

De aftrekker

3.

15 − 7 = 8

15 is ....

a)

De termen

b)

Het verschil

c)

De aftrekking

d)

Het aftrektal

e)

De aftrekker

4.

15 − 7 = 8

8 is ....

a)

De termen

b)

Het verschil

c)

De aftrekking

d)

Het aftrektal

e)

De aftrekker

5.

15 − 7 = 8

"15-7" is ....

a)

De termen

b)

Het verschil

c)

De aftrekking

d)

Het aftrektal

e)

De aftrekker

6.

28 − 9 = 19

28 is ....

a)

De termen

b)

Het verschil

c)

De aftrekking

d)

Het aftrektal

e)

De aftrekker

7.

28 − 9 = 19

9 is ....

a)

De termen

b)

Het verschil

c)

De aftrekking

d)

Het aftrektal

e)

De aftrekker

8.

28 − 9 = 19

19 is ....

a)

De termen

b)

Het verschil

c)

De aftrekking

d)

Het aftrektal

e)

De aftrekker

9.

28 − 9 = 19

"28-9" is ....

a)

De termen

b)

Het verschil

c)

De aftrekking

d)

Het aftrektal

e)

De aftrekker

10.

28 − 9 = 19

28 en 9 is/zijn ....

a)

De termen

b)

Het verschil

c)

De aftrekking

d)

Het aftrektal

e)

De aftrekker

11.

91 − 33 = 58

91 is/zijn ....

a)

De termen

b)

Het verschil

c)

De aftrekking

d)

Het aftrektal

e)

De aftrekker

12.

91 − 33 = 58

33 is/zijn ....

a)

De termen

b)

Het verschil

c)

De aftrekking

d)

Het aftrektal

e)

De aftrekker

13.

91 − 33 = 58

58 is/zijn ....

a)

De termen

b)

Het verschil

c)

De aftrekking

d)

Het aftrektal

e)

De aftrekker

14.

91 − 33 = 58

"91-33" is/zijn ....

a)

De termen

b)

Het verschil

c)

De aftrekking

d)

Het aftrektal

e)

De aftrekker

15.

91 − 33 = 58

91 en 33 is/zijn ....

a)

De termen

b)

Het verschil

c)

De aftrekking

d)

Het aftrektal

e)

De aftrekker

16.

Drie cadeaus minder dan de acht cadeaus in de zak.

Wat is de juiste aftrekking?

a)

8 - 3

b)

3 - 8

c)

8 + 3

d)

3 + 8

17.

Vier pieten minder dan de tien die normaal meegaan

Wat is de juiste aftrekking?

a)

10 + 4

b)

4 - 10

c)

10 - 4

d)

4 + 10

18.

Zes pepernoten minder dan de twintig in het zakje

Wat is de juiste aftrekking?

a)

6 - 20

b)

20 - 6

c)

20 + 6

d)

6 + 20

19.

Acht minuten eerder dan de 30 minuten durende tocht

Wat is de juiste aftrekking?

a)

8 - 30

b)

30 + 8

c)

8 + 30

d)

30 - 8

20.

Vijf meter sneeuw minder dan de 12 meter bij de hut

Wat is de juiste aftrekking?

a)

12m - 5m

b)

5-12

c)

12-5

d)

12+5

21.

Negen minuten korter dan de 50 minuten wandeling

Wat is de juiste aftrekking?

a)

9-50

b)

50-9

c)

50 min - 9 min

d)

50+9

22.

Twee kerststerren minder dan de 10 in de tuin

(a)  

23.

Vier sneeuwballen minder dan de 13 op de hoop

(a)  

24.

Negen suikerstokjes minder dan de 28 in de pot

(a)  

25.

Sinterklaas heeft 12 pepernoten. Hij geeft er 5 aan een kind. Hoeveel blijven er over?

(a)  

26.

De kerstman heeft 20 cadeaus. Hij levert er 8 af bij de eerste huizen. Hoeveel blijven er over?

(a)  

27.

Er liggen 10 sneeuwballen in de tuin. 3 rollen weg. Hoeveel blijven er liggen?

(a)  

28.

Een rendier krijgt elke dag 15 wortels. Hij krijgt er 4 minder dan gisteren. Hoeveel krijgt hij vandaag?

(a)  

29.

Piet heeft 9 chocoladeletters. Hij geeft er 6 weg. Hoeveel heeft hij nog?

(a)  

30.

De kerstman heeft 50 cadeaus. Hij geeft er 18 aan de kinderen. Hoeveel blijven er over?

(a)  

31.

Er liggen 40 sneeuwballen. 13 rollen weg. Hoeveel blijven er liggen?

a)

26

b)

27

c)

25

d)

28

32.

Sinterklaas heeft 60 chocoladeletters. Hij verdeelt er 24. Hoeveel houdt hij zelf?

a)

36

b)

35

c)

37

d)

38

33.

De kerstman rijdt 90 km op een dag en stopt 28 km eerder dan gepland. Hoeveel km rijdt hij?

a)

63

b)

61

c)

62

d)

64

34.

De kerstboom had 100 lampjes. 37 werken niet. Hoeveel lampjes werken nog?

a)

63

b)

61

c)

62

d)

64

35.

Sinterklaas heeft 48 zakken vol cadeautjes. Hij verdeelt er 21. Hoeveel zakken houdt hij over?

a)

29

b)

26

c)

25

d)

27

36.

De kerstman heeft 120 cadeaus. Hij bezorgt er 45. Hoeveel blijven er over?

a)

75

b)

74

c)

72

d)

77

37.

Een sneeuwpop wordt gebouwd met 38,5 kg sneeuw. Vandaag gebruiken ze 12,5 kg minder. Hoeveel kg gebruiken ze?

a)

25

b)

26

c)

24

d)

27

38.

Een rendier loopt 32,5 km. Hij stopt 14,5 km eerder dan gepland. Hoeveel km heeft hij gelopen?

a)

20

b)

19

c)

18

d)

16

39.

80 – 25 – 10

a)

45

b)

40

c)

43

d)

50

40.

12,5 – 4,2 =

a)

8,5

b)

8

c)

8,3

d)

9

41.

875 – 432

a)

443

b)

440

c)

442

d)

445

42.

645 – 278 =

a)

360

b)

367

c)

370

d)

376

43.

999 – 487 =

a)

512

b)

513

c)

510

d)

587

44.

84-29=

a)

56

b)

55

c)

54

d)

53

45.

150 - 68 =

(a)  

46.

83 – 49 =

(a)  

47.

102 – 69 =

(a)  

48.

18,5 – 7,2 =

(a)  

49.

317 – 99 =

(a)  

50.

403 – 77 =

(a)  

51.

6,15 – 3,99 =

(a)  

52.

892 – 71 – 19 =

(a)  

53.

7,3 – 2,1 =

(a)  

54.

5,42 – 2,11 =

(a)  

55.

8,70 – 0,96 =

(a)  

56.

31,6 – 8,46 =

(a)  

57.

48,8 – 7,6 =

(a)  

58.

12 + 7 = 19

a)
WAAR
b)
Onwaar
59.

15 + 9 = 25

a)
WAAR
b)
Onwaar
60.

23 + 17 = 40

a)
WAAR
b)
Onwaar
61.

34 + 12 = 45

a)
WAAR
b)
Onwaar
62.

50 + 25 = 75

a)
WAAR
b)
Onwaar
63.

33 + 44 = 78

a)
WAAR
b)
Onwaar