NEW
Font size
WorksheetsBegrippen 17.1-17.3
Total questions: 75
Worksheet time: 44mins
Vul het juiste begrip in: Vorming van gespecialiseerde cellen uit ongespecialiseerde stamcellen.
Celdifferentiatie
Mitose
Meiose
Celgroei
Vul het juiste begrip in: Rij van opeenvolgende genen met een gezamenlijke promotor.
Operon
Exon
Intron
Promotor
Vul het juiste begrip in: Drie nucleotiden in tRNA die door basenparing kunnen binden aan de stikstofbasen in een complementair codon van een mRNA-molecuul.
Anticodon
Promotor
Exon
Ribosoom
Vul het juiste begrip in: Tripletcodes die niet coderen voor een aminozuur, waardoor de eiwitsynthese stopt.
Stopcodon
Startcodon
Anticodon
Promotor
Vul het juiste begrip in: Tripletcode (AUG) waarmee de synthese van een aminozuurketen start.
Startcodon
Stopcodon
Anticodon
Promotor
Vul het juiste begrip in: Drie nucleotiden in mRNA die coderen voor een bepaald aminozuur.
Tripletcode
Anticodon
Polysacharide
Peptidebinding
Vul het juiste begrip in: Drie opeenvolgende nucleotiden in het mRNA die coderen voor één aminozuur.
Codon
Anticodon
Promotor
Introns
Vul het juiste begrip in: Vertaling van de nucleotidenvolgorde in het mRNA naar aminozuren in een eiwit.
Genetische code
Transcriptie
Mutatie
Replicatie
Vul het juiste begrip in: Aminozuren worden in een ribosoom aan elkaar gekoppeld tot eiwitten in een volgorde die wordt bepaald door een mRNA-molecuul.
Translatie
Transcriptie
Replicatie
Mutatie
Vul het juiste begrip in: Proces waarbij introns uit het pre-mRNA worden geknipt en exons aan elkaar worden geplakt tot mRNA.
Splicing
Translatie
Transcriptie
Replicatie
Vul het juiste begrip in: Coderende stukken DNA in een gen.
Exons
Introns
Promotor
Enhancer
Vul het juiste begrip in: Niet-coderende stukken DNA in een gen.
Introns
Exons
Codons
Promotoren
Vul het juiste begrip in: DNA-keten die tijdens de transcriptie niet wordt afgelezen.
Introns
Exons
Promotor
Codon
Vul het juiste begrip in: De streng van het DNA die de genetische code bevat voor de synthese van een eiwit.
Coderende streng
Niet-coderende streng
Antisense streng
Promotorregio
Vul het juiste begrip in: DNA-keten waarbij tijdens de transcriptie RNA-polymerase aan de promotor bindt en die vervolgens wordt afgelezen.
Matrijsstreng
Codogene streng
Antisense-streng
Sense-streng
Vul het juiste begrip in: DNA-keten waarbij tijdens de transcriptie RNA-polymerase aan de promotor bindt en die vervolgens wordt afgelezen.
Template-streng
Codogene streng
Sense-streng
Antisense-streng
Vul het juiste begrip in: Eiwitten die ervoor zorgen dat RNA-polymerase kan binden aan de promotor om transcriptie bij eukaryoten te beginnen.
Transcriptiefactoren
Ribosomen
Liganden
Anticodons
Vul het juiste begrip in: Plaats in het DNA waaraan RNA-polymerase kan binden.
Promotor
Exon
Introns
Terminator
Vul het juiste begrip in: Enzym dat de nucleotidenvolgorde van het DNA afleest en RNA-nucleotiden aan elkaar koppelt om (pre-)mRNA te vormen.
RNA-polymerase
DNA-ligase
Helicase
DNA-polymerase
Vul het juiste begrip in: Vorming van (pre-)mRNA.
Transcriptie
Translatie
Replicatie
Mutatie
Vul het juiste begrip in: Bindt aminozuren uit het cytoplasma en vervoert die naar een ribosoom voor de synthese van een eiwit.
tRNA
mRNA
DNA-polymerase
Ribosoom
Vul het juiste begrip in: Belangrijk bestanddeel van ribosomen.
rRNA
DNA
mRNA
lipiden
Vul het juiste begrip in: RNA dat langs de DNA-sequentie van een gen is gevormd en de informatie voor de synthese van een eiwit overbrengt naar een ribosoom.
mRNA
tRNA
rRNA
DNA
Vul het juiste begrip in: Nucleïnezuur, meestal enkelstrengs, dat bestaat uit nucleotiden die als monosacharide ribose bevatten en als stikstofbasen adenine, cytosine, guanine en uracil bevatten.
RNA
DNA
Polysacharide
Lipide
Vul het juiste begrip in: Techniek waarmee DNA-fragmenten in een gel op lengte worden gescheiden onder invloed van elektrische spanning.
Gelelektroforese
PCR (Polymerasekettingreactie)
Sequencing
Transformatie
Vul het juiste begrip in: Bepalen van de basenvolgorde van DNA.
Sequencen
Transcriberen
Transleren
Repliceren
Volgorde waarin nucleotiden in een DNA-molecuul zijn gerangschikt.
Basenvolgorde
Celmembraan
Ribosoom
Mitochondrion
Vul het juiste begrip in: Techniek waarmee een of meer specifieke gedeelten uit het DNA worden gekopieerd.
PCR
Sequencing
Translatie
Elektroforese
Vul het juiste begrip in: Enkelstrengs DNA-molecuul waarlangs DNA-polymerase alleen korte stukjes DNA kan synthetiseren om een nieuwe complementaire DNA-streng te vormen in de richting van het 5'-uiteinde naar het 3'-uiteinde.
Lagging streng
Leading streng
Okazaki fragment
Primase
Vul het juiste begrip in: Korte stukjes DNA waarbij synthese achterwaarts plaatsvindt.
Okazaki-fragmenten
Primase
Helicase
Ligase
Vul het juiste begrip in: Leiding streng: enkelstrengs DNA-molecuul waarlangs DNA-polymerase het uit elkaar gaan van de strengen kan volgen om een nieuwe complementaire DNA-streng te synthetiseren in de richting van het 5'-uiteinde naar het 3'-uiteinde.
Leading streng
Lagging streng
Okazaki fragment
Primase
Vul het juiste begrip in: Nucleotiden in het kernplasma die door DNA-polymerase worden verbonden met de basen in het DNA-molecuul.
Vrije DNA-nucleotiden
Ribosomen
Aminozuren
RNA-polymerase
Vul het juiste begrip in: Enzym dat nieuw DNA maakt door te binden aan het 3'-uiteinde van de primer en langs een gedeelte van het enkelstrengs DNA te schuiven.
DNA-polymerase
RNA-polymerase
Ligase
Helicase
Vul het juiste begrip in: Enzym betrokken bij DNA-replicatie.
DNA-polymerase
RNA-polymerase
Ligase
Helicase
Vul het juiste begrip in: Kort stukje van het nucleïnezuur RNA dat complementair is aan een deel van de DNA-sequentie en wordt gesynthetiseerd door het enzym primase.
Primer
Polymerase
Ligase
Helicase
Vul het juiste begrip in: Gewone celdeling.
Mitose
Meiose
Cytokinese
Apoptose
Vul het juiste begrip in: Kopiëren van het DNA voor de celdeling.
DNA-replicatie
Translatie
Mutatie
Transscriptie
Fase van de celcyclus waarin het DNA wordt gekopieerd.
S-fase
G1-fase
G2-fase
M-fase
Vul het juiste begrip in: Deel van een chromosoom dat de genetische informatie bevat voor een of meer erfelijke eigenschappen of voor een deel van een erfelijke eigenschap.
Gen
Cytoplasma
Ribosoom
Mitochondrion
Vul het juiste begrip in: Een aantal histonen bij elkaar met het eromheen gewikkelde DNA.
Nucleosoom
Ribosoom
Centromeer
Plasmide
Vul het juiste begrip in: Eiwitten waar DNA omheen is gewikkeld.
Histonen
Ribosomen
Enzymen
Polymeren
Vul het juiste begrip in: Twee nucleotideketens die bij elkaar worden gehouden door de waterstofbruggen tussen de complementaire stikstofbasen.
Dubbelstrengs DNA
Enkelstrengs RNA
Polysacharideketen
Aminozuurketen
Vul het juiste begrip in: De richting van het 3'-uiteinde naar het 5'-uiteinde waarin DNA-replicatie plaatsvindt.
Afeleesrichting
Syntheserichting
Translatierichting
Transcriptierichting
Vul het juiste begrip in: Uiteinde van een DNA-keten waar zich een OH-groep bevindt.
3'-uiteinde
5'-uiteinde
Centromeer
Telomeer
Uiteinde van een DNA-keten waar zich een fosfaatgroep bevindt.
5'-uiteinde
3'-uiteinde
Centromeer
Telomeer
Vul het juiste begrip in: Streng van afwisselend aan elkaar gekoppelde desoxyribosen en fosfaatgroepen.
Enkelstrengs DNA-molecuul
Aminozuurketen
Dubbelstrengs RNA-molecuul
Polysacharideketen
Vul het juiste begrip in: DNA bestaat uit twee ketens van aan elkaar gekoppelde nucleotiden die bestaan uit desoxyribose, een fosfaatgroep en een stikstofbase.
Nucleotiden
Aminozuren
Lipiden
Polysachariden
Vul het juiste begrip in: Een DNA-molecuul is een ...
Nucleïnezuur
Aminozuur
Vetzuur
Koolhydraat
Vul het juiste begrip in: DNA in mitochondriën.
Mitochondriaal DNA
Nucleair DNA
Ribosomaal DNA
Plastide DNA
Vul het juiste begrip in: Geheel aan erfelijke informatie in een cel van een organisme.
Genoom
Chromosoom
Allel
DNA-sequentie
Het gen voor een recessieve ziekte ligt op het mitochondriaal DNA. Welk kind van een bepaalde ouderpaar heeft meer kans op het krijgen van deze ziekte?
Een zoon
Een dochter
Zowel de zoon als de dochter
Geen van beide, omdat alleen genen op het DNA in de celkern afgelezen worden.
Het uiteinde van de 'ruggengraat' van DNA met een fosfaatgroep is het (1). Aan de andere kant van dezelfde streng zit een (2).
(1) 3'-uiteinde, (2) eiwit
(1) 5'-uiteinde, (2) eiwit
(1) 3'-uiteinde, (2) suikergroep
(1) 5'-uiteinde, (2) suikergroep
In welk antwoord is het complementaire karakter van de stikstofbases in DNA goed weergegeven?
C-G | A-T
A-T | C-U
G-T | A-C
A-U | G-C
Van welke stof komt de letter D in DNA?
Desoxyribonucleinezuur
Desoxyribose
Desoxytocine
Desoxynucleinezuur
Welke stukken DNA coderen niet (!) voor bepaalde eigenschappen?
Introns
Exons
Wat doet het enzym telomerase?
Het werkt als een 'teller' op DNA en weet wanneer een cel niet meer kan delen.
Het maakt de telomeren van DNA korter en blokkeert daarmee de celdeling.
Het verlengt de telomeren van het DNA, waardoor een cel langer leeft.
Het breekt de telomeren van DNA af en stimuleert daarmee het doodgaan van een cel.
Wat vormt een nucleotide?
Fosfaatgroep en stikstofbase
Fosfaatgroep, suikergroep en stikstofbase
Twee complementaire stikstofbases
Suikergroep en stikstofbase
Welk antwoord is onjuist?
In een huidcel zit het gen voor de oogkleur.
In een levercel staat het gen voor de oogkleur uit.
Als een longcel zich deelt, vermenigvuldigen zich ook de genen voor de oogkleur.
In cellen van het wangslijmvlies kun je niet alle genen aantonen.
Zet op volgorde van klein naar groot
DNA-genoom-celkern-chromosoom-cel
Genoom-DNA-chromosoom-celkern-cel
DNA-chromosoom-genoom-celkern-cel
Genoom-chromosoom-celkern-genoom-cel
Bij celdeling worden de beide strengen van DNA uit elkaar getrokken door (1). Aan de primers bindt vervolgens (2)
(1) Ligase, (2) DNA-polymerase
(1) Helicase, (2) DNA-polymerase
(1) Ligase, (2) Okazaki-fragment
(1) Helicase, (2) Okazaki-fragment
In welke volgorde vinden de fases van de celcyclus plaats?
Mitose-G1-Synthese-G2
G1-Synthese-G2-G0
Mitose-G1-G0-Synthese
G1-Synthese-G0-G2
Een Okazaki-fragment is...
...voor het verbinden van de losse DNA-stukken op de 'lagging strand'
...een stukje DNA dat in één keer gemaakt kan worden bij de replicatie
...het stukje DNA dat vanaf de primer wordt aangemaakt van 5' naar 3'
…het stuk DNA in de leading strand dat wordt afgelezen bij replicatie.
Waar in de cel bevinden zich losse nucleotiden?
In het kernmembraan
In het kernplasma
In het cytoplasma
In een ribosoom
Wat is er mogelijk met PCR-technologie?
DNA-fragmenten vermeerderen
DNA-fragmenten afbreken
DNA-fragmenten splitsen op een gel
DNA-fragmenten isoleren
Wat is geen verschil tussen DNA en RNA?
Uracil in RNA in plaats van Thymine in DNA
RNA is dubbelstrengs, DNA enkelstrengs
In DNA zit desoxyribose, in RNA ribose
RNA kan de celkern uit, DNA niet
Wat is splicing?
Het verwijderen van exons uit pre-mRNA
Het verwijderen van introns uit pre-mRNA
Het splitsen van introns en exons in mRNA
Het aflezen van exons in mRNA
Wat is geen functie van een eiwit?
Beweging en herkenning (receptoren)
Bescherming en transport
Regulatie en bescherming
Beweging en terugresorptie
Welke DNA-streng wordt afgelezen bij de transcriptie/ aanmaak van mRNA? Is dat voor alle genen dezelfde streng?
De coderende streng, niet hetzelfde
De template-streng, altijd hetzelfde
De coderende streng, altijd hetzelfde
De template-streng, niet hetzelfde
Wat is niet waar als het gaat om een tRNA?
Er zit geen anti-codon aan
Draagt een aminozuur dat past bij het triplet
Heeft geen triplet
Komt voor in het cytplasma
Het triplet TAC in het DNA ondervindt een mutatie. Wat is het effect in de ribosomen?
Er wordt een korter eiwit gebouwd
Er wordt een korter eiwit gebouwd
Er wordt een foutief, niet werkend eiwit gebouwd
Er wordt geen eiwit gebouwd
Bij het aflezen van een regulatorgen kan een (1) worden gemaakt, die het aflezen en vertalen van andere genen kan (2)
(1) repressor, (2) stimuleren
(1) repressor, (2) blokkeren
(1) operator, (2) stimuleren
(1) operator, (2) blokkeren
Welke mutatie heeft het minst grote gevolg voor het maken van het juiste eiwit?
Een insertie (base teveel ingebouwd)
Een substitutie (verkeerde base ingebouwd)
Een deletie (base te weinig ingebouwd)
Tijdens het 'runnen' van een PCR-apparaat is de temperatuur achtereenvolgens...
95 gaden - 72 graden - 68 graden
72 graden - 68 graden - 95 graden
68 graden - 72 gaden - 95 graden
68 graden - 95 graden - 72 graden
Bij de celcyclus wordt DNA gedupliceerd in de (1) en vindt celgroei plaats in de (2).
(1) S-fase, (2) G1-fase
(1) S-fase, (2) M-fase
(1) G1-fase, (2) M-fase
(2) G1-fase, (2) S-fase
Bij crossing-over raken van twee (1) chromosomen stukjes los, die 'oversteken' en dan weer binden. Door dit proces wordt de verscheidenheid in een populatie (2)
(1) autosomale, (2) groter
(1) autosomale, (2) kleiner
(1) homologe, (2) groter
(1) homologe, (2) kleiner
