Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 3 ordening

Total questions: 19

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

De vier groepen organismen zijn:

a)

Zoogdieren

Amfibieën

Reptielen

Vogels

b)

Dieren

Vogels

Insecten

Planten

c)

Dieren

Planten

Schimmels

Bacteriën

2.

Een plantencel heeft:

Meerdere antwoorden mogelijk

a)

Een celwand

b)

Celkern

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celmembraan

3.

Voorbeelden van celkenmerken zijn:

a)

Celkern - Celwand - Bladgroenkorrels

b)

Cel onder de microscoop en cel met het blote oog te zien

c)

Bacterie - Schimmel - Plant - Dier

d)

Plant - Dier - Schimmel

4.

Is de volgende stelling juist of onjuist:

Bacteriën hebben een celkern.

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Welke van de volgende stellingen is juist over vissen?

a)

Vissen hebben schubben met slijm.

b)

Vissen hebben longen en leven op het land.

c)

Vissen leggen eieren met een schaal.

6.

Welke stelling is juist over zoogdieren?

a)

Zoogdieren leggen eieren zonder schaal.

b)

Zoogdieren hebben een huid met haren.

c)

Zoogdieren leven alleen in het water.

7.

Benoem minstens één kenmerk van een plant.

4 lines
8.

Welke stelling is juist over de zaadplanten?

a)

Ze hebben bloemen en planten zich voort door middel van zaden.

b)

Ze hebben bloemen en planten zich voort door middel van sporen.

c)

Ze hebben geen bloemen en planten zich voort door middel van zaden.

d)

Ze hebben geen bloemen en planten zich voort door middel van sporen.

9.

Een moerasvaren is een sporenplant.

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Bekijk de foto hiernaast. Welk onderdeel van de schimmel wordt met onderdeel 1 weergegeven?

a)

De schimmeldraden

b)

De sporen

c)

De paddenstoelen

d)

Geslachtsorganen

11.

Welke stelling is juist over schimmels?

a)

Cellen van schimmels hebben bladgroenkorrels, maar geen celwand en geen celkern.

b)

Cellen van schimmels hebben wel een celwand en een celkern, maar geen bladgroenkorrels.

c)

Schimmels hebben een celkern, bladgroenkorrels en een celwand.

12.

Bacteriën bestaan uit meerdere cellen.

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

Bacteriën in je darmen helpen bij de vertering van voedsel.

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Waarom leg je bij warm weer voedsel in de koelkast?

a)

omdat het voedsel dan beter smaakt

b)

ziekmakende bacteriën kunnen zich dan minder voortplanten

c)

het hoeft niet, eigenlijk is dat onzin

d)

gezonde bacteriën blijven dan beter aanwezig in het voedsel

15.

Stelling 1: Dina zegt dat sla kan bederven door bacteriën; het stinkt dan.

Stelling 2: Robin zegt dat bij de bereiding van yoghurt bacteriën worden gebruikt.

Welke van de stellingen is juist?

a)

Alleen stelling 1 is juist

b)

Alleen stelling 2 is juist

c)

Beide onjuist

d)

Beide juist

16.

Bekijk het dier op de foto. Tot welke groep gewervelde dieren behoort dit dier?

a)

Zoogdieren

b)

Reptielen

c)

Vogels

d)

Vissen

17.

Bekijk het dier op de foto. Tot welke groep gewervelden behoort dit dier?

a)

Zoogdieren

b)

Reptielen

c)

Vogels

d)

Vissen

18.

Bekijk het dier op de foto:

Tot welke groep gewervelde dieren behoort dit dier?

a)

Vissen

b)

Vogels

c)

Reptielen

d)

Zoogdieren

19.

Bekijk het dier op de foto:

Tot welke groep gewervelden behoort dit dier?

a)

Zoogdieren

b)

Vogels

c)

Reptielen

d)

Vissen