WorksheetsTaal Quiz
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Wat betekent aantekeningen maken?
a)
Notities maken
b)
Tekeningen maken
c)
Inkleuren maken
2.
Wat betekent multimiljonair?
a)
Arm zijn
b)
Veel geld hebben
c)
Geen huis hebben
3.
Wat is een karweitje?
a)
Stil zitten
b)
Meehelpen
c)
Bewegen
4.
Wat is twijfelen?
a)
Onzeker zijn over iets
b)
Iets goed weten
c)
Zeker zijn
5.
Wat is realistisch?
a)
Nep
b)
Echt
c)
Verbeelden
6.
Wat is uitblinken?
a)
Ergens heel slecht in zijn
b)
Ergens goed in zijn
c)
Ergens slecht in zijn
7.
Wat is renoveren?
a)
Iets slopen
b)
Iets verbouwen
c)
Iets wegbrengen
8.
Wat is een bibliotheek?
a)
Plek waar je boeken kan lezen
b)
Plek waar je films kan huren
c)
Een plek waar je eten kan halen
9.
Wat is sentimenteel?
a)
Iets belangrijks waar je een herinnering aan hebt
b)
Een prulletje
c)
Een speeltje
10.
Wat is zigzagen?
a)
Ergens door heen lopen
b)
Een bepaalde manier heen en weer lopen
100 %
