wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Fictie versie 2

Total questions: 15

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Een verhaal die is verzonnen over een waargebeurd iets is ...

a)

Fictie

b)

Non-Fictie

2.

De biografie over Bruce Lee

a)

Non-fictie

b)

fictie: realistisch

c)

Fictie: onrealistisch

3.

Welk kenmerk hoort altijd bij een gedicht?

a)

Een gedicht rijmt altijd

b)

Een gedicht heeft altijd een vaste vorm

c)

Een gedicht heeft een vrije vorm

d)

Gedichten rijmen bijna nooit

4.

John Flanagan weet bijzonder gedetailleerd over een fantasiewereld te vertellen die vaak gebaseerd is op Europese landen en steden. Ieder boek van De Grijze Jager is een spannend avontuur, ondergedompeld in een middeleeuwse sfeer met ridders, kastelen en veldslagen.

a)

Aan de omschrijving zie ik dat het een non-fictie verhaal is

b)

Aan de omschrijving zie ik dat het een realistische fictie is.

c)

Aan de omschrijving zie ik dat het een onrealistische fictie is.

5.

Welk soort verhaal hoort bij het genre een historische roman?

a)

Een verhaal over de Tweede Wereldoorlog

b)

Een verhaal over een fantasiewereld

c)

Een verhaal over de Waternoodramp in 1953

d)

Een verhaal over een spooktocht

6.

Een boek die voor twaalf jaar en ouder is noem je een ...-boek

(a)  

7.

The hate u give is een Young adult boek. Welke leeftijdscategorie hoort hierbij?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

8.

In een boekenwinkel staat fictie en non-fictie door elkaar.

a)

Juist

b)

Onjuist

9.

Het boek De griezelbus van Paul van Loon

a)

realistisch

b)

onrealistisch

10.

Klik de juiste kenmerken van hoofdpersonen aan

a)

De hoofdpersoon kan een groei doormaken

b)

Als er een 'ik' in een verhaal is, dan is dat de hoofdpersoon

c)

Er is altijd maar 1 hoofdpersoon aanwezig in een verhaal.

d)

Je leest alleen wat een hoofdpersoon doet, niet wat hij denkt of voelt.

11.

In Koning van Katoren zijn de karaktereigenschappen van de ministers: gemeen en sluw. Zijn dit hoofdpersonen of bijfiguren

a)

Bijfiguren

b)

Hoofdpersonen

12.

Je weet wat ik denk en je weet wat ik voel, ik was eerst laf maar nu ben ik dapper. Ik ben een hoofdpersoon of bijfiguur?

(a)  

13.

Een reden geven noem je ook wel een

(a)  

14.

Het tegenovergestelde van laat me meeleven is

a)

laat me koud

b)

onbegrijpelijk

c)

onvoorstelbaar

15.

Als ik op mijn toets schrijf: Het boek is saai, want ik hou niet van zulke boeken. Rekent de docent dit goed?

a)

Nee, want je moet vertellen wat je in het fragment zelf saai vindt.

b)

Ja, want ik begrijp dat als je een boek niet leuk vindt, je er echt alles totaal saai vindt.