WorksheetsWoordenschat HS3 - 1TL
Total questions: 15
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
Wat betekent 'constant'?
a)
steeds
b)
achteruit
c)
snel
d)
vriendelijk
2.
Wat betekent 'definitief'?
a)
onzeker
b)
niet lief
c)
helemaal af
d)
een ander woord
3.
Wat betekent 'creëren'?
a)
muziek spelen
b)
cadeau geven
c)
maken
d)
nakijken
4.
Wat betekent 'functie'?
a)
belangrijk
b)
iets doen
c)
burgemeester zijn
d)
doel
5.
Wat betekent 'gelijktijdig'?
a)
op gelijke hoogte
b)
tegelijk
c)
op de klok kijken
d)
verschillend
6.
Wat betekent 'inschatten'?
a)
vooraf proberen te bedenken
b)
een schat vinden
c)
hulp inschakelen
d)
achter een schatting maken
7.
Wat betekent 'willekeurig'?
a)
er netjes uitzien
b)
goedgekeurd zijn
c)
zomaar
d)
heel precies
8.
Wat betekent 'logo'?
a)
iemand die liegt
b)
een logboek bijhouden
c)
een afbeelding waaraan je een bedrijf of merkt herkent
d)
het verhaal
9.
Wat betekent 'gadget'?
a)
een robot
b)
een handig, maar overbodig apparaatje
c)
een bijzonder sieraad
d)
ergens gebruik van maken
10.
Wat betekent 'talloos'?
a)
ontelbaar
b)
talentvol
c)
weinig
d)
gemiddeld
11.
Wat betekent 'imago'?
a)
een afbeelding
b)
iemand
c)
steeds
d)
het beeld dat mensen ergens van hebben
12.
Wat betekent 'recent'?
a)
kortgeleden
b)
een recensie schrijven
c)
je mening geven
d)
vroeger
13.
Wat betekent 'promoten'?
a)
iets proberen
b)
motoren verkopen
c)
reclame maken voor iets
d)
een winkel openen
14.
Wat betekent 'praktisch'?
a)
handig
b)
moeilijk
c)
parkeren
d)
een praktijk opdracht
15.
Wat betekent 'suggereren'?
a)
hard roepen
b)
soep koken
c)
een probleem oplossen
d)
voorzichtig een voorstel doen
100 %
