wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

BVJ Thema 2 h3

Total questions: 35

Worksheet time: 48mins

Name
Class
Date
1.

Welke weg neemt voedsel in het lichaam

a)

mondholte, maag, lever, dunne darm, blinde darm, dikke darm, endeldarm

b)

mondholte, slokdarm, maag, 12-vingerige darm, dunne darm, dikke darm, endeldarm

c)

, mondholte, slokdarm, maag, dunne darm, dikke darm, endeldarm

d)

mondholte, slokdarm, maag, dunne darm, dikke darm

2.

In welke afbeelding wordt een tandformule juist afgebeeld.

Boven: 10 kiezen, 2 hoektanden, 4 snijtanden

Onder: 10 kiezen, 2 hoektanden, 4 snijtanden

a)
b)
c)
d)
3.

Welke voedingsstoffen zijn er?

a)

eiwitten, koolhydraten, vetten, mineralen, vitamines

b)

eiwitten, koolhydraten, vetten

c)

eiwitten, koolhydraten, vetten, water, mineralen, vitamines

4.

Wat zijn voedingsstoffen?

a)

De bruikbare bestanddelen van voedingsmiddelen

b)

Alle producten die je eet of drinkt

c)

Onverteerbare stoffen in voedingsmiddelen

5.

Welke kleuromslag vindt plaats wanneer zetmeel wordt aangetoond met jood?

Meerdere antwoorden zijn mogelijk

a)

paars

b)

blauw

c)

zwart

d)

geel

6.

Waar zorgen kringspieren en lengtespieren voor?

Meerdere antwoorden zijn mogelijk

a)

Voor het vasthouden van voedsel

b)

Voor het voortduwen van voedsel

c)

Voor het kneden en mengen van voedsel

7.

Hoe wordt de wisselwerking van kring- en lengtespieren ook wel genoemd?

a)

Darmenkanaal

b)

Samentrekking

c)

Darmperistaltiek

d)

Spierenperistaltiek

8.

Welk eiwit zorgt voor de vertering van zetmeel

a)

Amylase

b)

Pepsine

c)

Zemylase

d)

Kopysine

9.

Wat is juist?

a)

Een planteneter heeft nooit hoektanden

b)

Een planteneter heeft knipkiezen

c)

Sommige planteneters hebben hoektanden

d)

Een planteneter wordt ook wel een omnivoor genoemd

10.

De plooien van plooikiezen staan dwars op de kauwrichting

a)

juist

b)

onjuist

11.

Slijm verteerd voedingsstoffen

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Waar start de eiwitvertering?

a)

Mondholte

b)

Dunne darm

c)

Maag

d)

12-vingerige darm

13.

Van welke factoren hangt de benodigde hoeveelheid energie af?

Meerdere antwoorden zijn mogelijk

a)

geslacht

b)

leeftijd

c)

lichaamsgrootte

d)

lichamelijke inspanning

14.

Bij welke temperatuur worden eiwitten het beste afgebroken?

a)

36

b)

37

c)

39

d)

40

15.

Eiwitten zijn belangrijke ....

a)

bouwstoffen

b)

reservestoffen

c)

koolhydraten

16.

Met welke indicatoren worden eitwitten aangetoond?

a)

kopersulfaat en natronloog

b)

Fehling A en Fehling B

c)

jodium

17.

Waarmee start je een onderzoeksverslag?

a)

conclusie

b)

werkwijze

c)

hypothese

d)

hoofdvraag

18.

Wat toont jodium aan?

a)

glucose

b)

zetmeel

c)

eiwit

d)

pepsine

19.

Wat zorgt voor het grote oppervlak in de dunne darm?

a)

kring en lengte spieren

b)

darmplooien en darmvlokken

c)

bloedvaten

d)

de lengte van de dunne darm

20.

Wat houdt emulgatie van vetten in?

a)

Het vergroten van het oppervlak van vetdruppels

b)

Het verteren van vetten

c)

Het verkleinen van het oppervlak van vetdruppels

21.

In welk verteringsorgaan worden de meeste voedingsstoffen opgenomen in het lichaam?

a)

maag

b)

lever

c)

dikke darm

d)

dunne darm

22.

Vrouwen hebben meer energierijke voedingsmiddelen nodig dan mannen

a)

Juist

b)

Onjuist

23.

Hoeveel hoektanden bevat een volwassen mensengebit

a)

2

b)

3

c)

4

d)

6

24.

In welke oplossing worden vetten het beste verteerd?

a)

Een oplossing van water, gal en enzymen

b)

Een oplossing van water en alvleessap

c)

Een oplossing van water, gal en alvleessap

d)

Een oplossing van water

25.

Door darmperistaltiek wordt de voedselbrij verteerd

a)

Juist

b)

Onjuist

26.

Wat moet je eten om je darmen gezond te houden

a)

voedingsvezels

b)

eiwitten

c)

vetten

d)

koolhydraten

27.

In welk deel van het darmkanaal bevinden zich de meeste bacteriën?

a)

12-vingerige darm

b)

dunne darm

c)

dikke darm

28.

Waarom is plantenmateriaal moeilijker te verteren dan dierlijk materiaal

a)

Het is niet moeilijker te verteren

b)

Plantaardig materiaal bevat cellulose

c)

Dierlijk materiaal bevat cellulose

d)

Plantaardig materiaal bevat glucose

29.

Een hypothese mag worden beantwoord met ja/nee

a)

juist

b)

onjuist

30.

Janneke zegt dat kauwen ervoor zorgt dat het voedsel beter door te slikken is.


Tom zegt dat door het kauwen het oppervlakte van voedsel wordt verkleind.

a)

Janneke heeft gelijk

b)

Tom heeft gelijk

c)

Janneke en Tom hebben gelijk

d)

Geen van beiden hebben gelijk

31.

Aan welk orgaan zit de alvleesklier gekoppeld?

a)

Blinder darm

b)

Dunne darm

c)

12-vingerige darm

d)

Dikke darm

32.

Hoe worden mineralen ookwel genoemd?

a)

zouten

b)

water

c)

eiwitten

d)

koolhydraten

33.

Wat geeft 1 aan?

a)

darmperistaltiek

b)

kringspieren

c)

lengtespieren

34.

De energiebehoefte van meisjes neemt vanaf 16 jaar niet meer toe; die van jongens wel. Waarom?

a)

Meisjes hebben in de pubertijd een minder hoge eetlust dan jongens

b)

Jongens zijn met 16 jaar uitgegroeid

c)

Meisjes zijn met 16 jaar uitgegroeid en jongens nog niet

d)

Jongens hebben een hogere energiebehoefte dan meisjes

35.

Bij de drogist en apotheek kun je vitaminepillen kopen. Is het verstandig om veel vitaminepillen te slikken?

a)

Nee, want als je te grote hoeveelheden vitamines binnenkrijgt kan je ziek worden.

b)

Ja, vitamines zijn belangrijke bouwstoffen en zorgen voor bescherming

c)

Ja, zeker wanneer je ziek bent is het belangrijk om extra veel vitaminepillen te slikken

d)

Nee, want vitamine pillen zijn sowieso slecht voor je lichaam