Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

AH Process Operator

Total questions: 33

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Een GREEN alert in de Master Cockpit betekent?

a)

No situation on a lower level that requires attention.

b)

A warning exists on a lower level.

c)

An alert exists on a lower level.

2.

Een YELLOW alert in de Master Cockpit betekent?

a)

No situation on a lower level that requires attention.

b)

A warning exists on a lower level.

c)

An alert exists on a lower level.

3.

Een RED alert in de Master Cockpit betekent?

a)

No situation on a lower level that requires attention.

b)

A warning exists on a lower level.

c)

An alert exists on a lower level.

4.

Een BLUE alert in de Sub Cockpit betekent?

a)

Situatie is relevant om te weten, nog geen impact op productie.

b)

Situatie heeft impact op productie als deze niet snel wordt opgelost.

c)

Situatie is van invloed op de productie.

5.

Een YELLOW alert in de Sub Cockpit betekent?

a)

Situatie is relevant om te weten, nog geen impact op productie.

b)

Situatie heeft impact op productie als deze niet snel wordt opgelost.

c)

Situatie is van invloed op de productie.

6.

Een RED alert in de Sub Cockpit betekent?

a)

Situatie is relevant om te weten, nog geen impact op productie.

b)

Situatie heeft impact op productie als deze niet snel wordt opgelost.

c)

Situatie is van invloed op de productie.

7.

Waarover stem je af met de Process Operator van Vanderlande?

a)

Inzet installatie.

b)

Beschikbaarheid componenten.

c)

Achterlopen transito.

d)

Issues inkomende orders.

8.

Waarover stem je af met je Shiftleader?

a)

Performance en productieplan.

b)

Vrij aanvraag operators.

c)

Mechanische storing.

9.

Waarover stem je af met de Teamleader?

a)

Op- en afschalen bezetting.

b)

Productieplan.

c)

Verkeerd gedockte vrachtauto.

10.

Waarover stem je af met de Senior Operator?

a)

Escalaties.

b)

Issues niet juiste leveringen.

c)

Verwerken correcties afwijkingen.

d)

Tactische planning.

11.

Waarover stem je af met de afdeling Preparation?

a)

Tactische planning.

b)

Personele bezetting.

12.

Waarover stem je af met de afdeling Transport?

a)

Calamiteiten rittenplan.

b)

Verschillen inbound order.

13.

Waarover stem je af met de afdeling Yard Management?

a)

Dock toewijzing.

b)

Verloop productieproces.

14.

Met wie stem je af bij plotselinge volumestijgingen?

a)

Process Operator Vanderlande

b)

Shiftleader

c)

Senior Operator

15.

Welke acties onderneem je bij plotselinge volumestijgingen?

a)

Bijstellen plan in TOP.

b)

Bijgesteld plan bespreken met Shiftleader.

c)

Informeren Senior Operator.

d)

Informeren Teamleader.

16.

Met wie stem je af bij een storing van de installatie?

a)

Proces Operator Vanderlande.

b)

Shiftleader.

c)

Logistics Support

d)

Yard Management

17.

Welke actie onderneem je bij een storing van de installatie?

a)

Probleem analyseren.

b)

Oplossing voorstellen.

c)

TOP aanpassen.

d)

Zelfstandig besluiten nemen.

e)

Vrij aanvragen regelen.

18.

Met wie stem je af bij een tekort aan personele bezetting?

a)

Shiftleader.

b)

Teamleader.

c)

Yard Management.

d)

Logistics Support

19.

Welke actie onderneem je bij een tekort aan personele bezetting?

a)

Bijstellen planning.

b)

Uitkomst planning bespreken.

c)

Direct informeren Senior Operator.

20.

Met wie stem je af bij terugkerende escalaties?

a)

Shiftleader.

b)

Operationeel Manager Besturing.

c)

Teamleader.

d)

Operationeel Manager Productie.

21.

Welke actie onderneem je bij terugkerende escalaties?

a)

Probleem analyeren.

b)

Adviseren m.b.t. oplossing.

c)

Direct zelf acties ondernemen.

22.

Met wie stem je af bij structurele wijzigingen in het proces?

a)

Shiftleader.

b)

Process Operator Vanderlande.

c)

Transport.

d)

Logistics Support.

23.

Welke actie onderneem je bij structurele wijzigingen in het proces?

a)

Bijdragen aan een duurzame oplossing.

b)

Creëren van een tijdelijke oplossing.

24.

Wat wordt er van jou verwacht bij een grote storing?

a)

Informatie ophalen.

b)

Probleem onderzoeken.

c)

Probleem definiëren.

d)

Noodzakelijke acties uitzetten.

e)

Status van het proces monitoren.

25.

Wat is waar? Door secuur te werken creëer ik het verschil tussen ...

  • 1. een goed gevulde winkel of winkel met nee-verkoop.
  • 2. minimale voorraden en kans op vernietiging.
a)

Alleen 1 is waar.

b)

Alleen 2 is waar.

c)

1 en 2 zijn waar.

d)

Beide zijn niet waar.

26.

Wat is waar? Door mijn voorbeeldrol ...

  • 1. Bepaalt mijn handelen het succes van het team.
  • 2. Moet ik altijd de beste zijn.
a)

Alleen 1 is waar.

b)

Alleen 2 is waar.

c)

1 en 2 zijn waar.

d)

Beide zijn niet waar.

27.

Wat is waar? Ik handel respectvol als ik ...

  • 1. Hard op de relatie en zacht op de inhoud ben.
  • 2. Zacht op de relatie en hard op de inhoud ben.
a)

Alleen 1 is waar.

b)

Alleen 2 is waar.

c)

1 en 2 zijn waar.

d)

Beide zijn niet waar.

28.

Wat is waar? Ik beschik over de juiste kennis als ...

  • 1. Ik altijd alles weet.
  • 2. Mijn parate kennis up-to-date is.
a)

Alleen 1 is waar.

b)

Alleen 2 is waar.

c)

1 en 2 zijn waar.

d)

Beide zijn niet waar.

29.

Wat is waar? Ik mag fouten maken ...

  • 1. Als ik er maar van leer.
  • 2. Want niemand is perfect.
a)

Alleen 1 is waar.

b)

Alleen 2 is waar.

c)

1 en 2 zijn waar.

d)

Beide zijn niet waar.

30.

Wat is waar? Hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden en prioriteren leidt tot ...

  • 1. Voorkomen van chaos.
  • 2. Ontdekken van causale verbanden.
a)

Alleen 1 waar.

b)

Alleen 2 is waar.

c)

1 en 2 zijn waar.

d)

Beide zijn niet waar.

31.

Wat is waar? Door interesse in je collega's te tonen en te snappen wat zij doen ...

  • 1. Krijg je beter inzicht in de hele keten.
  • 2. Begrijp je de impact van veranderingen beter.
a)

Alleen 1 is waar.

b)

Alleen 2 is waar.

c)

1 en 2 zijn waar.

d)

Beide zijn niet waar.

32.

Wat is waar? Bij het overdragen van mijn shift ...

  • 1. Bepaalt de kwaliteit van mijn informatie de effectiviteit van de volgende shift.
  • 2. Zijn niet alle issue details van mijn shift relevant voor mijn collega in de volgende shift.
a)

Alleen 1 is waar.

b)

Alleen 2 is waar.

c)

1 en 2 zijn beide waar.

d)

Beide zijn niet waar.

33.

Wat is waar? Transparante communicatie ...

  • 1. Is de basis van een veilige werkomgeving.
  • 2. Versnelt verbeterprocessen.
a)

Alleen 1 is waar.

b)

Alleen 2 is waar.

c)

1 en 2 zijn beide waar.

d)

Beide zijn niet waar.