wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grammatica basis

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

'Vroeger maakten weerkundigen gebruik van hun ervaring.' Hoeveel zinsdelen heeft de bovenstaande zin?

a)

3

b)

4

c)

5

d)

6

2.

'Vroeger maakten weerkundigen gebruik van hun ervaring.' Welk zinsdeel is het onderwerp?

a)

Vroeger

b)

Maakten

c)

Weerkundigen

d)

Gebruik van hun ervaring

3.

'Vroeger maakten weerkundigen gebruik van hun ervaring.' Welk zinsdeel is gezegde?

a)

Vroeger

b)

Maakten

c)

Weerkundigen

d)

Gebruik

e)

Maakten gebruik

4.

'Ook keken ze goed naar natuurverschijnselen.' Hoeveel zinsdelen heeft bovenstaande zin?

a)

3

b)

4

c)

5

d)

6

5.

'Ook keken ze goed naar natuurverschijnselen.' Welk zinsdeel zit er niet in deze zin?

a)

Persoonsvorm

b)

Gezegde

c)

Onderwerp

d)

Lijdend voorwerp

6.

'Zagen ze de zwaluwen laag door de lucht vliegen?' Hoeveel zinsdelen bevat bovenstaande zin?

a)

3

b)

4

c)

5

d)

6

7.

'Zagen ze de zwaluwen laag door de lucht vliegen?' Welk zinsdeel is het werkwoordelijk gezegde?

a)

Zagen

b)

Ze

c)

De zwaluwen

d)

Zagen ze vliegen

e)

Zagen vliegen

8.

'Zagen ze de zwaluwen laag door de lucht vliegen?' Welk zinsdeel is het onderwerp?

a)

Zagen

b)

Ze

c)

De zwaluwen

d)

Door de lucht

9.

'Dan wees dat volgens de meteorologen op slecht weer.' Hoeveel zinsdelen bevat bovenstaande zin?

a)

5

b)

6

c)

3

d)

4

10.

'Dan wees dat volgens de meteorologen op slecht weer.' Wat is het onderwerp in deze zin?

a)

Dan

b)

Wees

c)

Dat

d)

Volgens de meteorologen

11.

'Toch blijken die oude waarnemingen op waarheid te berusten.' Hoeveel zinsdelen bevat bovenstaande zin?

a)

3

b)

4

c)

5

d)

6

12.

'Toch blijken die waarnemingen op waarheid te berusten.' Welk zinsdeel is het werkwoordelijk gezegde?

a)

Toch

b)

Blijken

c)

Blijken toch te berusten

d)

Blijken te berusten

13.

'Zwaluwen jagen immers in de lucht op insecten.' Hoeveel zinsdelen kent bovenstaande zin?

a)

3

b)

4

c)

5

d)

6

14.

'Bij lagere temperaturen gaan die insecten lager vliegen.' Hoeveel zinsdelen bevat bovenstaande zin?

a)

3

b)

4

c)

5

d)

6

15.

'Bij lagere temperaturen gaan die insecten namelijk lager vliegen.' Wat is het werkwoordelijk gezegde in deze zin?

a)

Gaan vliegen

b)

Gaan

c)

Vliegen

d)

Gaan lager vliegen

e)

Lager vliegen

16.

'Laagvliegende zwaluwen kondigen dus een weersverslechtering aan.' Hoeveel zinsdelen bevat bovenstaande zin?

a)

5

b)

6

c)

3

d)

4

17.

'Laagvliegende zwaluwen kondigen dus een weersverandering aan.' Wat is het werkwoordelijk gezegde in deze zin?

a)

Laagvliegende zwaluwen

b)

Kondigen

c)

Kondigen aan