wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

mens en natuur - module 8.1 (gezondheid)

Total questions: 40

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Gezondheid bestaat uit? .... MEERDERE ANTWOORDEN

a)

Lichamelijk

b)

Geestelijk

c)

Sociaal

d)

Medisch

2.

Wat in je lichaam beschermt tegen ziekten verwekkers?

a)

Afweer systeem

b)

Bloedsomloop

c)

Uitscheidings stelsel

d)

Medicijnen

3.

Voldoende beweging zorgt dat je je fit voelt

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Slapen verslechterd het afweersysteem

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Tim heeft een ongeluk, zijn hand is verlamd. Dit is een ...

a)

Lichamelijke aangeboren afwijking

b)

Geestelijke aangeboren afwijking

c)

Geen aangeboren afwijking

6.

Youssef heeft een hazenlip. Dit is een ...

a)

Lichamelijke aangeboren afwijking

b)

Geestelijke aangeboren afwijking

c)

Geen aangeboren afwijking

7.

Hormonen heb je alleen in je lichaam, als je in de puberteit zit.

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Wat zijn kenmerken van een infectie ziekte? MEERDERE ANTWOORDEN

a)

Besmettelijk

b)

Veroorzaakt door een virus of bacterie

c)

Veroorzaakt door een super virus

d)

Ongeneeselijk

9.

Bacteriën maken gebruik van een gastheercel

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Antibiotica is een medicijn tegen

a)

Alle infectieziekten

b)

Bacteriën en virussen

c)

Bacteriën

d)

Virussen

11.

Een ander woord voor virussen en bacteriën is

a)

Ziekte verwekkers

b)

Organismen

c)

Infectie ziekte

d)

Micro

12.

Wanneer veel mensen een infectie ziekte hebben heet dat

a)

Ziek zijn

b)

epidemie

c)

Invasie

d)

Griep

13.

wat moet je doen om een infectie ziekte te voorkomen ?

a)

zorg dat je afweer systeem goed is

b)

niet te veel suiker eten

14.

welke infectie ziekte kan je krijgen in je jeugd?

a)

waterpokken

b)

hartaanval

c)

buikpijn

d)

diarree

15.

wat is vaccinatie

a)

pilletjes

b)

prik

c)

zetpil

d)

vitamine

16.

wat is hepatitis a ?

a)

kinder ziekte

b)

vakantie ziekte

c)

mannenziekte

d)

vrouwenziekte

17.

hoezo loop je in andere landen meer risico op ziektes ?

a)

het is daar warm

b)

daar word slecht gevaccineerd

c)

er zijn daar veel meer ziektes

d)

Er zijn daar andere ziektes dan in Nederland, waar jij niet tegen kan

18.

hebben witte bloedcellen wel een celkern of niet

a)

ja die hebben ze

b)

nee die hebben ze niet

19.

hoe kun je je afweer systeem gezond houden ?

a)

door veel te slapen en te bewegen en goed te eten

b)

weinig slapen en weinig sporten

20.

wat is leukemie ?

a)

kapotte witte bloedcellen

b)

kapotte rode bloedcellen

c)

je beenmerg is dan ziek

21.

hoe voorkom je infectie-ziekte

a)

door te slapen

b)

door afval stoffen

c)

door alcohol

d)

door drugs

22.

wat is een kinderziekte

a)

waterpokken

b)

hepatitis B

c)

bloedarmoede

d)

leukemie

23.

Welke bloedgroep bestaat niet

a)

A

b)

AB

c)

O

d)

C

24.

Waar kan je bloed doneren?

a)

Ziekenhuis

b)

Bloeddonor

c)

Bloedbank

d)

Thuis

25.
Witte bloedcellen hebben een celkern en kunnen van vorm veranderen
a)
Juist
b)
Onjuist
26.
Bloedplaatjes spelen een rol bij de bloedstolling
a)
Juist
b)
Onjuist
27.
Bij bloedarmoede heb je..
a)
een te kort aan witte bloedcellen
b)
een te kort aan bloedplaatjes
c)
een te kort aan rode bloedcellen
d)
een te kort aan bloedplasma
28.
Wat is etter of pus?
a)
Dode rode bloedcellen en kapotte bloedplaatjes
b)
Dode rode- en witte bloedcellen
c)
Dode witte bloedcellen en gedode bloedplaatjes
d)
Dode witte bloedcellen en gedode bacteriën
29.
De cellen met een paarse kern zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
30.
De cellen die buiten een bloedvat bacteriën kunnen bestrijden zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
31.
Op deze afbeelding zie je
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
32.
Wat is de functie van deze bloedcel
a)
Ziekte verwekkers bestrijden
b)
Zuurstof vervoeren
c)
Bloed laten stollen 
d)
CO2 vervoeren
33.
Welk  bloedbestanddeel van de mens is het meest geschikt om voedingsstoffen te transporteren (vervoeren)?
a)
Rode bloedcellen
b)
Bloedplaatjes 
c)
Witte bloedcellen
d)
Bloedplasma
34.
De draden waar bij een wondje een korstje van komt worden gemaakt door
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
35.
Als het bloed bij een wondje niet meer stolt, kan dat 
a)
leukemie zijn
b)
hemofilie zijn
c)
door een hartinfarct komen
36.
waar bestaat bloed uit?
a)
bloedplasma, bloedcellen en bloedplaatjes
b)
bloedplasma, lymfevloeistof, witte bloedcellen
c)
bloedplasma, bloedcellen, mineralen
d)
zuurstof, koolstofdioxide, bloedplasma
37.
In het lichaam van een mens bevindt zich ongeveer
a)
4 liter bloed
b)
5 liter bloed
c)
6 liter bloed
d)
7 liter bloed
38.

Als je 37 graden bent, hebt je koorts

a)

Juist

b)

Onjuist

39.

Koorts is goed voor ziekteverwekkers

a)

Juist

b)

Onjuist

40.

Welke ziekteverwekker heeft een gastheercel nodig

a)

Bacterie

b)

Virus

c)

Virus en bacterie

d)

Alleen bloedplaatjes