Font size
WorksheetsInleiding M&O - summary quiz
Total questions: 30
Worksheet time: 32mins
Bij het oplossen van organisatievraagstukken (en HRM vraagstukken) kijken we naar:
Structuur
Strategie
Cultuur
Alle drie bovenstaande antwoorden zijn correct
Bij de contingentiebenadering focust zich men voornamelijk op:
Leren en leren leren
Kwaliteit van de arbeid en organisatie, taakgroepen, zelfsturing
Informele organisatie, groepsprocessen, leiderschap
‘The one best way’ van organiseren, scheiding management en uitvoering, geldprikkel
Organisatiestructuur volgt omgevingseisen
Middle management neemt voornamelijk de volgende soort beslissingen:
Strategische beslissingen
Tactische (of organisatorische) beslissingen
Operationele beslissingen
Wanneer men beslissingen of instructies geeft m.b.t. het technische omvormingsproces (primair proces) dan wordt dit voornamelijk beinvloedt door:
Interne bedrijfsproblemen die om oplossingen vragen
Opkomende problemen uit de externe omgeving
Zowel externe omgeving als interne bedrijfsproblemen
Geen van de bovenstaande antwoorden is juist
Managers houden zich in het algemeen (over alle lagen van management) bezig met:
Interpersoonlijke, informerende en besluitvormende activiteiten
plannen, organiseren, opdrachten geven, coördineren, controleren
Coaching en leiden van uitvoerende werknemers
Het juist en tijdig uitvoeren van activiteiten
Controleren op uitvoeren van activiteiten
Er is spraken van een organisatie wanneer wanneer:
Er een samenwerkingsverband is en een gemeenschappelijk doel
Er een cultuur, structuur en strategie is
Mens en management samen wordt gebracht
Men organiseert
In het primaire proces worden hulpbronnen gezien als input voor het technische omvormingsproces. Welke van de onderstaande antwoorden is geen hulpbron?
Diensten
Grondstoffen
Machines
Informatie
Energie
In welke fase van het primaire proces is er ruimte voor het oplossen van interne en externe problematiek?
Hulpbronnen
Technisch omvormingsproces
Producten, Diensten
Het vijfkrachtenmodel van Porter kijkt naar externe beinvloedende factoren, maar welke factoren gaat het over?
Leveranciers, substituten, afnemers & potentiele toetreders
Afnemers, substituten, leveranciers, concurrenten & bedrijfscultuur
Afnemers, substituten, leveranciers, potentiele toetreder & bedrijfscultuur
Leveranciers, substituten, afnemers, potentiele toetreders & concurrenten
Volgens de BCG-portfoliobenadering is een "cash cow" een bedrijf dat:
Laag marktaandeel en laag groeipotentieel heeft
Laag marktaandeel en hoog groeipotentieel heeft
Hoog marktaandeel en hoog groeipotentieel heeft
Hoog marktaandeel en laag groeipotentieel heeft
Een tool om de ontwikkelingen in de maatschappelijke omgeving in kaart te brengen is:
BCG-portfolio analyse
Business Model Canvas
DESTEMP analyse
Vijfkrachtenmodel van Porter
Lean Manufacturing
Het in kaart brengen van de bedrijfsstrategie kan gedaan worden middels:
Business model canvas
Six Sigma
BCG-portfolio analyse
Vijfkrachtenmodel van Porter
Balanced Scorecard
Een bedrijf kan van buitenaf beinvloed worden door (2 juiste antwoorden):
Conjunctuur, Arbeidsmarkt & Politieke ontwikkelingen
Maatschappelijke behoeften, Maatschappelijke ontwikkeling, normen
Maatschappelijke behoeften, het management, tech ontwikkelingen
Haar werknemers, Conjunctuur, Arbeidsmarkt
Wat betreft personeel is er een trend dat:
Door vergrijzing en de komende jaren veel werknemers met pensioen gaan
Er meer buitenlandse medewerkers worden ingezet in Nederland door arbeidsmigratie
Personeel steeds meer autonomie verlangt
Alle drie de antwoorden zijn incorrect
Alle drie de antwoorden zijn correct
Naast de aard van de omgeving is bij het bepalen van een strategie het volgende belangrijk
Wat wil men
Wat kan men
Wat is (extern) mogelijk
Alle drie de antwoorden zijn correct
Alle drie de antwoorden zijn incorrect
Bij de klassieke organisatiebenadering focust men zich voornamelijk op:
Leren en leren leren
Kwaliteit van de arbeid en organisatie, taakgroepen, zelfsturing
Informele organisatie, groepsprocessen, leiderschap
‘The one best way’ van organiseren, scheiding management en uitvoering, geldprikkel
Organisatiestructuur volgt omgevingseisen
Wanneer een organisatie te maken heeft met een instabiele (turbulent) en homogene omgeving (aard v/d omgeving), welke soort organisatie is hier dan geschikt voor?
Machinebureacreatie
Professionele bureaucratie
Adhocratie
Pionier
Wanneer een organisatie te maken heeft met een stabiele en heterogene omgeving (aard v/d omgeving), welke soort organisatie is hier dan geschikt voor?
Machinebureacreatie
Professionele bureaucratie
Adhocratie
Pionier
Kenmerken van een professionele bureaucratie zijn:
Grote variatie in functionele afdelingen & aanpassing door regels
Structuur afgestemd op product/marktsegementen of projecten
Standaardisatie en regels voldoen niet meer om aan omgevingseisen te voldoen & decentralisatie / regionalisatie
Eenvoudige / functionele structuur, standaardisatie, regels & procedures
Bij een BCG-portfolio analyse is onderdeel van het externe omgevingsonderzoek de:
Kansen en bedreigingen
Sterke en zwakke punten
zowel kansen, bedreigingen, sterktes als zwaktes
Geen van de antwoorden zijn correct
Wanneer men de taakcyclus van medewerkers verlengt door middel van het uitbreiden van werkzaamheden op hetzelfde kwalitatieve niveau spreekt men van:
Taakverruiming
Taakverrijking
Taakroulatie
Geen van de antwoorden is juist
Wanneer men de leidinggevende en uitvoerende functies weergeeft van medewerkers op verschillende hierarchische niveau's spreken we van:
Lijn-staforganisatie
Lijnorganisatie
Matrixorganisatie
Geen van de antwoorden is correct
Wat zijn secundaire arbeidsvoorwaarden?
Bedrijfsauto
Structurele salarisverhoging
Telefoongebruik
Pensioen of levensverzekering
Wat is geen deel van de pyramide van psychologische behoeften (Maslow)
Zekerheid
Waardering
Fysiologische behoeften
Wi-Fi
Motivatie
Als een organisatiecultuur een hoge samenwerkingsgraad heeft en een hoge mate van machtsspreiding (decentralisatie). Van welke type organisatiecultuur spreken we dan?
Personencultuur
Taakcultuur
Rolcultuur
Machtscultuur
Een machtscultuur typeert zich door:
Hoge samenwerkingsgraad & lage machtsspreiding (centralisatie)
Lage samenwerkingsgraad & lage machtsspreiding (centralisatie)
Lage samenwerkingsgraad & hoge machtsspreiding (decentralisatie)
Hoge samenwerkingsgraad & hoge machtsspreiding (decentralisatie)
De mate waarin een functie het leven of werken van anderen beinvloed. Hier praten wij over:
Taakidentiteit
Taakbelang
Autonomie
Geen van de antwoorden zijn juist
Bij het formeleren van een strategie begint met met een situatieanalyse. Methoden voor het bepalen van de situatie van het bedrijf zijn:
SWOT-analyse
DESTEMP analyse
Zowel DESTEMP als SWOT-analyse zijn juist
Zowel DESTEMP als SWOT-analyse zijn onjuist
Wat zijn volgens de value chain "ondersteunende activiteiten" (secundaire activiteiten)
Technologie ontwikkeling & Service
Inkoop & uitgaande logistiek
Human resource management & Inkoop
Human resource management, Marketing & Verkoop
Wat staat "centraal" in de managementcyclus. In andere woorden: wat moet je altijd doen ongeacht de fase in de managementcyclus?
Beslissen
Bijsturen
Plannen
Organiseren
Communicatie
