NEW
Font size
WorksheetsTaalverhaal.nu blok 4.8.10
Total questions: 30
Worksheet time: 19mins
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
nieuw
laptop
toetsenbord
omdat
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
lucht
rode
boeken
kast
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
potlood
maar
streng
in
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin:
Ik kijk naar de blauwe lucht
kijk
naar
blauwe
lucht
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin:
Ik denk dat ik een mooi schilderij ga maken.
denk
schilderij
mooi
maken
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin:
Dan schilder ik de boze burgemeester.
schilder
burgemeester
ik
boze
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin:
Door de regen heeft hij natte haren gekregen.
regen
gekregen
haren
natte
Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin:
Wat een gekke man is het toch.
man
gekke
wat
toch
Wat is een voegwoord
een woord dat twee zinnen met elkaar verbind
een woord dat iets zegt over een ander woord
een woord voor een mens, dier of ding
een woord zoals de, het, een
Welk woord is een voegwoord
over
op
straten
maar
Welk woord is een voegwoord
juffrouw
het
de
en
Welk woord is een voegwoord
hoewel
met
in
het
Welk woord is een voegwoord
want
in
over
op
Welk voegwoord hoort er tussen deze zinnen?
Marjan trekt een regenjas aan.
Het regent niet.
omdat
hoewel
maar
en
Welk voegwoord hoort er tussen deze zinnen?
De buurvrouw sport elke dat. Ze moet afvallen
mits
maar
omdat
hoewel
Welk voegwoord hoort er tussen deze zinnen?
Ik houd van vis. Ik houd van vlees
omdat
en
maar
wellicht
Welk voegwoord hoort er tussen deze zinnen?
Ik ga op skivakantie. Ik houd van sneeuw
maar
en
want
mits
Welk woord staat in de verleden tijd?
is
was
heb
krijg
Welk woord staat in de verleden tijd?
jas
gekregen
hebben
loop
Welk woord staat in de verleden tijd?
plas
gaat
ging
dansen
Welke zin staat in de verleden tijd?
Ik had een fiets
Ik heb een fiets
Ik fiets met de fiets
Ik loop met de fiets
Welke zin staat in de verleden tijd?
Ik wandel op straat
Ik liep op straat
Ik loop op straat
Ik ben op straat
Welk woord staat in de tegenwoordige tijd?
hebben
hadden
gehad
liepen
Welk woord staat in de tegenwoordige tijd?
jankte
gelachen
lachen
huilde
Welke zin staat in de tegenwoordige tijd?
Ik gleed uit over de banenschil
Ik ben uitgegleden over de bananenschil
Ik liep en gleed uit over de bananenschil
Ik glij uit over de bananenschil
Welke zin staat in de tegenwoordige tijd?
De kast staat recht
De kast stond recht
De kast heeft recht gestaan
De kast was recht
De verleden tijd van schrijft is
geschreven
schrijven
schreef
schrijf
De verleden tijd van loop is
lopen
liepen
liep
gelopen
De tegenwoordige tijd van keek is
kijken
kijk
kijkt
gekeken
De tegenwoordige tijd van liepen is
loopt
loop
gelopen
lopen
