NEW
Font size
WorksheetsZinnen ontleden (1)
Total questions: 25
Worksheet time: 25mins
Johan roert zijn chocomel met een lepeltje.
Wat is de persoonsvorm?
Johan
roert
zijn chocomel
met een lepeltje
Johan roert zijn chocomel met een lepeltje.
Wat is het onderwerp?
Johan
roert
zijn chocomel
met een lepeltje
Johan roert zijn chocomel met een lepeltje.
Wat is het gezegde?
Johan
roert
zijn chocomel
met een lepeltje
Johan roert zijn chocomel met een lepeltje.
Wat is het lijdend voorwerp?
Johan
roert
zijn chocomel
met een lepeltje
Zij bezoekt haar oma nooit.
Wat is het lijdend voorwerp?
Zij
bezoekt
haar oma
nooit
Kelly heeft een snoepje gegeten.
Wat is het lijdend voorwerp?
Kelly
heeft
een snoepje
gegeten
Mijn nichtje speelt een grappig spel met haar poppen.
Wat is het lijdend voorwerp?
Mijn nichtje
speelt
een grappig spel
met haar poppen
Mijn zus heeft aan ons een groot cadeau gegeven.
Wat is de persoonsvorm?
Mijn zus
heeft
aan ons
een groot cadeau
gegeven
Mijn zus heeft aan ons een groot cadeau gegeven.
Wat is het onderwerp?
Mijn zus
heeft gegeven
aan ons
een groot cadeau
Mijn zus heeft aan ons een groot cadeau gegeven.
Wat is het gezegde?
Mijn zus
heeft gegeven
aan ons
een groot cadeau
Mijn zus heeft aan ons een groot cadeau gegeven.
Wat is het lijdend voorwerp?
Mijn zus
heeft gegeven
aan ons
een groot cadeau
Mijn zus heeft aan ons een groot cadeau gegeven.
Wat is het meewerkend voorwerp?
Mijn zus
heeft gegeven
aan ons
een groot cadeau
Hij geeft zijn vader een boek.
Wat is het meewerkend voorwerp?
Hij
geeft
zijn vader
een boek
Er zit geen meewerkend voorwerp in deze zin.
Kyran kocht voor zijn buurmeisje een step.
Wat is het meewerkend voorwerp?
Kyran
kocht
voor zijn buurmeisje
een step
Er zit geen meewerkend voorwerp in deze zin.
Oma laat haar huis na aan haar kleinkinderen.
Wat is het meewerkend voorwerp?
Oma
laat na
haar huis
aan haar kleinkinderen
Er zit geen meewerkend voorwerp in deze zin.
De koerier levert een bestelling aan de buurman.
Wat is het lijdend voorwerp?
De koerier
levert
een bestelling
aan de buurman
Er zit geen lijdend voorwerp in deze zin.
De koerier levert een bestelling aan de buurman.
Wat is het meewerkend voorwerp?
De koerier
levert
een bestelling
aan de buurman
Er zit geen meewerkend voorwerp in deze zin.
De ouders van Maaike schonken haar een nieuwe auto.
Wat is het lijdend voorwerp?
De ouders van Maaike
schonken
haar
een nieuwe auto
Er zit geen lijdend voorwerp in deze zin.
De ouders van Maaike schonken haar een nieuwe auto.
Wat is het meewerkend voorwerp?
De ouders van Maaike
schonken
haar
een nieuwe auto
Er zit geen meewerkend voorwerp in deze zin.
De huisarts geeft Rowen een griepprik.
Wat is het lijdend voorwerp?
De huisarts
geeft
Rowen
een griepprik
Er zit geen lijdend voorwerp in deze zin.
De huisarts geeft Rowen een griepprik.
Wat is het meewerkend voorwerp?
De huisarts
geeft
Rowen
een griepprik
Er zit geen meewerkend voorwerp in deze zin.
Neeltje heeft met Anouk drop gekocht.
Wat is het lijdend voorwerp?
Neelje
heeft gekocht
met Anouk
drop
Er zit geen lijdend voorwerp in deze zin.
Neeltje heeft met Anouk drop gekocht.
Wat is het meewerkend voorwerp?
Neeltje
heeft gekocht
met Anouk
drop
Er zit geen meewerkend voorwerp in deze zin.
De meester gaf ons een compliment.
Wat is het meewerkend voorwerp?
De meester
gaf
ons
een compliment
Er zit geen meewerkend voorwerp in deze zin.
De moeder vertelde haar zoon een mooi verhaal.
Wat is het meewerkend voorwerp?
De moeder
vertelde
haar zoon
een mooi verhaal
Er zit geen meewerkend voorwerp in deze zin.
