wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Klas 2: Thema 4: de overheid

Total questions: 30

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Een huishoudboekje wordt ook wel een begroting genoemd

a)

juist

b)

onjuist

2.

een huishoudboekje moet altijd sluitend zijn. Wat bedoelen we daarmee?

a)

Inkomsten zijn groter dan de uitgaven

b)

uitgaven en inkomsten zijn gelijk aan elkaar

c)

uitgaven zijn groter dan de inkomsten

d)

je kan altijd geld sparen

3.

welke posten staan aan de inkomsten kant van een huishoudboekje (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

winst

b)

spaarrente

c)

leenrente

d)

salaris

4.

uit welke lagen bestaat de overheid?

a)

Rijk, Overheid, Stad

b)

Rijk, Overheid, Gemeente

c)

Overheid, Gemeente, Dorpen

d)

Rijk, Provincies, Gemeenten

5.

Wat doet het Rijk?

a)

Aanleg sportvelden

b)

Aanleg rotondes

c)

Verantwoordelijk leger

d)

Bouwen van huizen

6.

Wat doet een Provincie

a)

Milieubeheer

b)

Aanvraag paspoort

c)

Vuilnis ophalen

d)

Onderwijs

7.

Wat doet een gemeente niet?

a)

Aanvraag paspoort

b)

Aanvraag rijbewijs

c)

Uitkeringen betalen

d)

Ophalen vuilnis

8.

welke uitkering gaat over de werkeloosheid

a)

WW

b)

AOW

c)

Bijstand

d)

Wajong

9.

Wat past bij de collectieve sector

a)

winst maken

b)

ambtenaren

c)

bedrijven

d)

werknemers

10.

De particuliere sector moet winst maken

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

welk bedrijf past bij de collectieve sector

a)

Media Markt

b)

School

c)

KFC

d)

Nike

12.

Hoe komt de overheid aan geld?

a)

Zorg

b)

Uitkeringen

c)

Belastingen

d)

Infrastructuur

13.

waar geeft de overheid geld aan uit?

a)

Btw

b)

Accijns

c)

Defensie

d)

gasbaten

14.

Wat zijn accijns?

a)

een belasting die op producten zit, die niet schadelijk zijn voor jezelf en het milieu

b)

een belasting die op producten zit in de supermarkt

c)

een belasting die op producten zit, die schadelijk zijn voor jezelf en het milieu

d)

een belasting die op alle producten zit

15.

Benzine is een product dat word verkocht, wat voor soort belasting zit hierop?

a)

BTW

b)

Accijns

c)

Loonbelasting

d)

Winstbelasting

16.

je hebt een hoog en laag tarief van BTW, welke uitspraak klopt.

a)

hoog tarief is 6%, laag tarief is 21%

b)

hoog tarief is 21%, laag tarief is 9%

c)

hoog tarief is 21%, laag tarief is 19%

d)

hoog tarief is 19%, laag tarief is 9%

17.

wat zijn directe belastingen?

a)

belastingen die je rechtstreeks aan de overheid betaald

b)

belastingen die via een tussenpersoon naar de overheid gaan

c)

belastingen die je aan het einde van het jaar betaald

d)

belastingen die je direct terug krijgt van de belastingdienst

18.

Wat is een indirecte belasting

a)

BTW

b)

Winstbelasting

c)

Loonbelasting

d)

Omzetbelasting

19.

De prijs exclusief btw is altijd 100%

a)

juist

b)

onjuist

20.

Prijs exclusief btw + btw = prijs inclusief btw

a)

juist

b)

onjuist

21.

wat is een begrotingstekort?

a)

inkomsten zijn groter dan de uitgaven

b)

uitgaven zijn groter dan de inkomsten

c)

beide zijn gelijk aan elkaar

d)

er komt nog geld bij op de begroting

22.

wat is sociale zekerheid

a)

in Nederland heb je recht op een inkomen

b)

in Nederland ben je verzekerd van zorg

c)

In Nederland heb je recht op zorg en een inkomen

d)

in Nederland heb je recht op zorg, inkomen en een auto

23.

de rijksbegroting is een ander woord voor:

a)

huishoudboekje

b)

collectieve sector

c)

miljoenennota

d)

prinsjesdag

24.

hoeveel provinicies heeft Nederland

a)

10

b)

11

c)

12

d)

13

25.

Jaap verdient €2.100,- per maand. Hij moet 19% loonbelasting betalen. hoeveel geld moet hij aan belasting betalen?

a)

€21,-

b)

€210,-

c)

€39,90

d)

€399

26.

Op een pakje sigaretten van €7,- zit 80% accijns. hoeveel geld van het pakje gaat naar de overheid?

a)

€5,40

b)

€5,50

c)

€5,60

d)

€5,70

27.

Door het corona virus kan Paul niet werken. Hij krijgt een uitkering dat 60% is van zijn salaris. Zijn salaris was €3.500,-. Hoeveel geld krijgt Paul?

a)

€2.000

b)

€2.100

c)

€2.200

d)

€2.300

28.

Piet gaat boodschappen doen voor €50,- exclusief 6% btw. bereken de prijs inclusief btw

a)

€0,50

b)

€53,-

c)

€60,50

d)

€50,-

29.

Wat is collectief belang

a)

Organisaties en instanties die voorzieningen aanbieden waar iedereen gebruik van mag maken.

b)

een beslissing waar alleen jij een voordeel bij hebt.

c)

Voorzieningen die nodig zijn voor vervoer en communicatie, zoals wegen, vliegvelden, havens, internet en het elektriciteitsnetwerk.

d)

een beslissing waar iedereen een voordeel bij heeft.

30.

wat is individueel belang

a)

Voorzieningen die nodig zijn voor vervoer en communicatie, zoals wegen, vliegvelden, havens, internet en het elektriciteitsnetwerk.

b)

een beslissing waar alleen jij een voordeel bij hebt.

c)

algemeen belang

d)

een beslissing waar iedereen een voordeel bij heeft