wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nieuw Nederlands H4 oefentoets

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wat kan je controleren?

a)

mening

b)

feit

c)

argument

d)

signaalwoord

2.

Waar is 'ik vind' een signaalwoord van?

a)

argument

b)

mening

c)

feit

d)

signaalwoord

3.

Hoe wordt een reden van iemand mening ook wel genoemd?

a)

feit

b)

mening

c)

argument

d)

signaalwoord

4.

'Deze toets is speciaal gemaakt om extra te oefenen.'

a)

feit

b)

mening

c)

argument

d)

signaalwoord

5.

'Ik vind zo les krijgen eigenlijk best leuk'.

a)

feit

b)

mening

c)

argument

d)

signaalwoord

6.

'Daarom doe ik nu actief mee met de les'.

a)

argument

b)

mening

7.

Als iets goed te lezen is, dan is het.....?

a)

gelezen

b)

leesbaar

c)

leeslijkheid

8.

'hinderlijk' betekent?

a)

daarom, om die reden

b)

hoe dan ook

c)

vervelend, lastig

d)

gevaarlijk

9.

Ik vind me / mijn docent goed lesgeven.

a)

me

b)

mijn

10.

Jou / Jouw docent helpt mij goed.

a)

jou

b)

jouw

11.

Die buurman van jou / jouw heeft jou / jouw moeder geholpen

a)

jou - jou

b)

jou - jouw

c)

jouw - jou

d)

jouw - jouw

12.

Wat is het verkleinwoord van 'koning'?

a)

koningkje

b)

koninkje

c)

koningje

13.

Wat is het verkleinwoord van 'opa'?

a)

opa'tje

b)

opaatje

c)

oopaatje

14.

De docent ……… de leerlingen nu goed (begeleiden).

a)

begeleid

b)

begeleidt

c)

begeleidde

d)

begeleidden

15.

De docenten ……. de leerlingen voor corona beter (begeleiden).

a)

begeleiden

b)

begeleidde

c)

begeleidden

d)

begeleid

16.

Was je wel voldoende (begeleiden)?

a)

begeleid

b)

begeleidt

c)

begeleidde

17.

Een argument kan je herkennen aan signaalwoorden als....

a)

omdat en ook

b)

daarom en want

c)

maar en daardoor

d)

of en ik vind

18.

'Verbinden' betekent?

a)

iets wat veel mensen kennen

b)

gewaardeerd

c)

aan elkaar vastmaken

d)

hebben, krijgen

19.

Waar staat een juist achtervoegsel achter 'zand'?

a)

zandbak

b)

zandig

c)

zandkasteel

d)

zandrijk

20.

Wat is het basiswoord zonder achtervoegsel van 'koninklijk'?

a)

koninkrijk

b)

konden

c)

koning

d)

koninklijken

21.

Wat is het meewerkend voorwerp in de zin:

Esmee geeft extra oefeningen aan de leerlingen.

a)

Esmee

b)

geeft

c)

extra oefeningen

d)

aan de leerlingen

22.

Wat is het meewerkend voorwerp in de zin:

Alle leerlingen hebben de oefentoets aan Esmee laten zien.

a)

Alle leerlingen

b)

hebben laten zien

c)

de oefentoets

d)

aan Esmee