Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Wijzer! Natuur H2 groep 5

Total questions: 21

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Hoe noemen we KRACHT ook wel?

a)

batterij

b)

energie

c)

opladen

2.

Wat werkt op batterijen?

a)

een gasfornuis

b)

een horloge

c)

een koffiezetapparaat

d)

een tuinsproeier

3.

Wat is juist?


Kleine apparaten gebruiken MEER / MINDER stroom dan grote apparaten.

a)

meer

b)

minder

4.

Wat is juist?


Een laptop heeft een GROTERE/ KLEINERE batterij dan een hoortoestel?

a)

grotere

b)

kleinere

5.

Wat is juist?


In een horloge gaat een STAAFBATTERIJ/ KNOOPBATTERIJ?

a)

staafbatterij

b)

knoopbatterij

6.

Waar of niet waar?


De energie die in een batterij zit, noemen we stroom.

a)

waar

b)

niet waar

7.

Stroom heeft een plus- en een minkant.

Is de volgende stelling waar of niet waar?


Stroom loopt altijd van MIN naar PLUS.

a)

waar

b)

niet waar

8.

Als je op het knopje van een zaklamp duwt, gaat hij aan. Hoe noemen we deze stroomkring?

a)

een gesloten stroomkring

b)

een onderbroken stroomkring

9.

Lees de volgende 2 stellingen:


1.een stroomkring kun je onderbreken door de stekker uit het stopcontact te trekken.

2.een stroomkring kun je onderbreken door op het knopje van het apparaat te drukken.

a)

stelling 1 is juist, 2 is onjuist

b)

stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist

c)

stelling 1 en 2 zijn beide onjuist

d)

stelling 1 en 2 zijn beide juist

10.

Hoe noem je een oplaadbare batterij?

a)

stroom

b)

stekker

c)

accu

11.

Welke batterij is beter voor het mileu?

a)

de wegwerp batterij

b)

de oplaadbare batterij

12.

Wat is juist?


De fietslamp geeft licht door SPIERKRACHT/ EEN BATTERIJ?

a)

spierkracht

b)

batterij

13.

Wat is juist?


Als je hard trapt op je fiets, geeft het licht VEEL/ WEINIG licht.

a)

veel

b)

weinig

14.

Waar of niet waar?


Een tuinlamp met zonnecellen schijnt overdag.

a)

waar

b)

niet waar

15.

Waar of niet waar?


In een zonnepaneel zitten zonnecellen.

a)

waar

b)

niet waar

16.

Waar of niet waar?


Een zonnepaneel maakt stroom van zonlicht.

a)

waar

b)

niet waar

17.

Wat is de taak van een zonneCOLLECTOR?

a)

die maakt stroom

b)

die maakt warm water

18.

Waar of niet waar?


Windturbines werken alleen als het waait.

a)

waar

b)

niet waar

19.

Waar of niet waar?


Windturbines staan vaak in de stad.

a)

waar

b)

niet waar

20.

Waar of niet waar?


Een windturbine is zo hoog, omdat hij dan veel wind kan vangen.

a)

waar

b)

niet waar

21.

Waar of niet waar?


Energie die van de zon of de wind komt, noemen we schone energie.

a)

waar

b)

niet waar